In Beeld

Zelfs in de allerliefste collega’s – ‘van wie je het nooit gedacht had’ – kwam het allerslechtste naar boven. Bijna verheugd werd op de redactie hierop gereageerd. Verheugd, ja. Leedvermaak dus. Van allemachtig tot zozo. Wat een oud stel. Moet je dat zien, die huid in die hals. Die kin. Die kalkoenennek. Dat décolleté, of wat er voor doorgaat. Hier is even een keer geen fotoshopping aan te pas gekomen, dames! Nee, het ligt niet aan die ouwelijke kleding, met dat duffe collier. Of dat haar, dat ook helemaal niet kan. (Naar welke kapper gaan ze?) Maar daar ligt het niet aan.

Ze zijn gewoon oud.

Oud en door de mand gevallen, dat zijn ze.

Nee, nu niet brieven gaan schrijven over het seksisme en agism ten kantore van deze krant. Geef u over aan eerlijk zelfonderzoek, eer u naar de pen grijpt. Ook u vindt ze oud. Ja, geef het maar toe, dat vindt u ook. En dat is interessant.

Want waar het op neerkomt is dat de geportretteerden verweten wordt er (bijna) overeenkomstig hun leeftijd uit te zien. Ze lijken wel vijftig! Dat beide dames dat ook zijn, of daaromtrent, doet er niet meer toe. Ze horen het niet te lijken. De gemiddelde vijftiger (in het Westen) hoort al te ogen als een onbestemde veertiger, laat staan deze supersterren. Die hebben geen recht op veroudering.

Het is hun eigen schuld. Je altijd, koste wat het kost, op je voordeligst voordoen schept verwachtingen. ‘Er (nog) goed uitzien’ mag voor de gemiddelde mens een meevaller zijn, of zelfs een verdienste, voor sterren is het een keiharde eis, een absoluut minimum. Dat ze zelf in het leven hebben geroepen.

We begrijpen waarom uitgewisselde blikken zelden zoveel verstandhouding bevatten als deze.

Pieter Kottman