Iedereen kan nu doelwit worden in Zuid-Afrika

Wat begon als geweld tegen buitenlanders, dreigt in anarchie te eindigen nu Zuid-Afrikanen ook elkaar te lijf gaan. En de politieke leiders negeren alles.

Norry Roeber (31) weet maandag pas of het een jongetje of een meisje is. Dan heeft ze haar eerste scan. Het kind uit een gemengd huwelijk had niet op een slechter tijdstip kunnen komen. De Zimbabweaanse vader moest deze week vluchten voor zijn leven en is terug in zijn vaderland. En zij vreest nu de verkrachters in Marathon, zoals deze krottenwijk bij Johannesburg heet. „De tsotsi’s [criminelen] bedreigen me, elke dag. Ze willen nu ook mijn huis, zeggen ze, ook al ben ik Zuid-Afrikaanse.”

Paspoorten helpen niet meer. Iedereen kan nu doelwit worden van de geweldsgolf die gisteren ook de sloppen rondom Kaapstad bereikte. Nu in Johannesburg de buitenlanders zijn gevlucht naar opvangkampen, of naar het land van herkomst, groeit de angst voor de totale anarchie. Onder de 42 doden en honderden gewonden sinds de uitbraak van geweld en buitenlanderhaat zijn Venda’s, Shangaan en Tsonga’s. Zuid-Afrikanen.

Die ontwikkeling voedt de samenzweringstheorieën die in regeringskringen de ronde doen. Een „derde macht” zou het geweld hebben georkestreerd. „Precies zoals gebeurde voor de verkiezingen in 1994, toen het land werd overspoeld met zwart-op-zwart-geweld”, sprak het hoofd van de inlichtingendienst deze week geheimzinnig. Er wordt gewezen naar blanke rechts-extremisten. Er wordt gewezen naar Inkatha, de Zulu-partij die tijdens de laatste jaren van de apartheid een bloedige oorlog uitvocht met de huidige regeringspartij ANC. Het denken uit de dagen van de apartheid is weer terug, toen achter alle geweld duistere complotten zaten. Daarmee vermijden de politieke leiders een debat over de groeiende armoede, werkloosheid en krottenwijken die de broedplaats bleken voor de geweldsexplosie.

De bewoners van Marathon geloven niet in een derde macht. Hier werden geen pamfletten verspreid of geheimzinnige buurtvergaderingen gehouden. „De Zuid-Afrikanen in deze buurt stelen liever dan dat ze werken”, zegt de hoogzwangere Norry Roeber. „Ze zijn te lui om de handen uit de mouwen te steken en grijpen nu de gelegenheid aan om de bezittingen van de buitenlanders te stelen. En als die zometeen verkocht zijn en de opbrengst is opgezopen in de kroeg, dan zijn wij aan de beurt. De tsotsi’s regeren nu ons land.”

Zuid-Afrikanen worden op straat bestolen, door Zuid-Afrikanen. „Je bent wel erg zwart, je lijkt wel een buitenlander, zeggen ze dan”, zegt Roeber. „Geef hier die mobiele telefoon.”

Vervolg Zuid-Afrika

De verzoeningsretoriek is uitgewerkt

In de krottenwijken worden nu woordspelletjes gespeeld. Wie zijn vingers in het Zulu iminwe noemt in plaats van ucikane, het oude Zulu-woord dat alleen Zuid-Afrikanen zouden kennen, is een buitenlander. De straat grijpt net als de staat terug op de oude gebruiken uit de tijd van de rassenscheiding, toen het blanke regime zwarten van kleurlingen onderscheidde met behulp van de potloodtest. Bleef het potlood in het haar zitten, dan had je kroeshaar en was je zwart. Viel het potlood op de vloer, dan was je volwaardig burger van de Zuid-Afrikaanse republiek.

De verzoeningsretoriek van de oude leiders Nelson Mandela en Desmond Tutu is uitgewerkt. De nieuwe leiders herhalen de woorden over de regenboognatie niet, ze houden zich onzichtbaar. President Thabo Mbeki was gisteren in Tanzania. De man die in december als man van het volk het leiderschap van het ANC veroverde, Jacob Zuma, dineerde in Parijs met Nicolas Sarkozy.

De leiders volgen hun oude instincten. Mbeki ontkende alle crises tijdens zijn negen jaar als president. De paniek over aids, misdaad en de chaos in buurland Zimbabwe schrijft hij toe aan blank afro-pessimisme. De afgelopen week verkoos hij daarom een internationale conferentie boven een bezoek aan een township. Partijleider Jacob Zuma wil president worden volgend jaar, en een veroordeling van onderbuikgevoelens past niet in zijn populistische campagne. De relschoppers zongen Umshini Wam deze week, Bring me my Machinegun, het lijflied van Zuma.

Er was niet veel voor nodig om de krottenwijken te mobiliseren tegen de allochtonen. „Waag het niet thuis te blijven zitten als de meute voorbij komt gemarcheerd met wapenstokken”, legt Elias uit, die een joint staat te draaien met een bladzijde uit een telefoonboek. „Als je niet meedoet aan de klopjacht ben je zelf een buitenlander. Dus schraap je keel en zing mee. Anders ben je dezelfde middag dood.”

Het vertrek van de buitenlanders heeft de economie van de krottenwijk verstoord. Het waren de Zimbabweanen en Mozambikanen die hier de geïmproviseerde winkels runden. De stalletjes waar tot zaterdag groente en fruit lagen opgestapeld, zijn leeg. Straat voor straat. De Zuid-Afrikanen die profiteerden van de informele economie van de buitenlanders, zijn nu ook hun klanten kwijt.

„Mijn winkel dreef op de mensen uit Malawi, Nigeria, Zimbabwe, Mozambique”, zegt Sizwe Mphokeli die een telefoonwinkel runt tussen de groentestallen. „Ik heb geen klanten meer. Er is vandaag niemand langs geweest. Ik gooi de boel op slot.” Mphokeli is een rastafari, die zijn droom van één Afrika de afgelopen dagen in rook zag opgaan. „Aan corruptie en alcoholisme. Het zijn de café-eigenaren die verantwoordelijk zijn voor de gekte hier.”

Hij fluistert die woorden, zodat zijn buurman hem niet hoort. De eigenaar van het naburige drankhol liep de afgelopen dagen voorop bij de razzia’s. En hij weet dat de rastafari’s niet meededen. „Wij zijn de volgende die aan de beurt zijn. We hebben een winkel, we verdienen geld, maar iedereen die welvaart zal gestraft worden.” Zo is de nieuwe apartheid in Marathon. De aanjagers van het geweld worden nu verenigd door hun medeplichtigheid en schuld. Wie één keer heeft gemoord, kan het weer doen. Degenen die aan de zijlijn bleven, zijn de vijand.