Hoe het leger liefdes scheurt

Patricia van den Broek schreef een boek over Nederlandse militairen die zwaargehandicapt terugkeerden van missies ergens in de wereld. Zij sprak ook met het thuisfront over wat de uitzending met je relatie doet.

Nog een laatste kus, een laatste hand door het haar, een laatste omhelzing. Een oma zoent haar kleinzoon in kakiuniform op de wang. Broers slaan elkaar hard op de schouder. Ze doen lacherig, alsof het om een schoolvakantie gaat. Als de broer in uniform een witte bus instapt, kijkt hij nog een keer om naar zijn familie. Met de ogen roodomrand.

De militairen nemen plaats bij het raam. Een met een krampachtige glimlach. Een ander zwaaiend naar zijn vriendin. Hij beweegt zijn lippen. Het raam van de bus houdt zijn woorden tegen. Geliefden, meestal meisjes en vrouwen, staan buiten aan de andere kant van het raam. Ze steken een arm uit, leggen hun hand tegen het glas.

Je ziet het verschil tussen jonge en oudere militairen. De oudere zijn meer ervaren. Snel een kus en de bus in. Dit hebben ze vaker gedaan, dat zie je. Cambodja, Bosnië, Irak, misschien Noord-Afghanistan. Zij weten hoe dit moet. Het zijn ervaren afscheidnemers. Als de laatste militair instapt, gaat de deur van de bus dicht. De motor ronkt en de militairen rijden weg. Op de achterkant van de bus staat ‘Van Dongen Reizen, Zeeland’. Maar op deze dag gaat hij ergens anders naar toe: naar de militaire luchthaven in Eindhoven. Daarvandaan vliegen ze naar Afghanistan.

Een tijd geleden was ik bij zo’n afscheid. Het was op de kazerne in Schaarsbergen, in de bossen bij Arnhem. Voor de militairen begon op die dag hun uitzending naar Zuid-Afghanistan. Voor geliefden die achterbleven was dit het begin van het lange wachten. Hopend dat de slecht nieuwsbrenger van Defensie niet aan de deur zal komen.

Het was in de zomer van 2006, de missie was net begonnen. Er waren toen nog geen zestien Nederlandse doden gevallen. Sinds 2006, toen de missie begon, zijn relaties beschadigd of beëindigd. Over wat oorlog met de liefde doet, gaat het boek Liefde onder vuur . Het is geschreven door journaliste Patricia van den Broek die voor Elle, Nieuwe Revu en Viva schrijft. Voor dertien verhalen sprak ze met militairen die zwaar gehandicapt terugkeerden uit de Zuid-Afghaanse provincie. Wat doet dat met je relatie?

Ze sprak met de geliefden van militairen en met de militairen zelf. Van Bosnië, Irak, Cambodja tot Korea en Nederlands-Indië. Van den Broek vertelt hoe sommigen terugkeerden met onverklaarbare jungleziektes en met stressstoornissen. Over hoe moeilijk het voor veteranen is om hun plek in Nederland terug te vinden. Ze zijn vervreemd geraakt van hun vriend of vriendin, zoals de in het boek geciteerde Alwin Bisschop die zijn man Jan Otte moest opvangen toen deze terugkwam uit Rwanda. Jan krijgt bij thuiskomst flashbacks van de duizenden lijken die hij heeft gezien. Op de hoofden van de nog levende vluchtelingen moest hij met een watervaste stift cijfers zetten. 1, 2, 3 of 4, schrijft Van den Broek. „Iemand met een 4 is als laatste aan de beurt. Die haalt de volgende dag niet, weet Jan.”

Jan moest voor God spelen. Als hij terugkomt is hij veranderd. Zijn man Alwin in het boek: „Jan werd onbereikbaar. Later verdween ook de intimiteit tussen ons.” Bij Jan werd PTSS (posttraumatische stress-stoornis) vastgesteld. Dit is het verhaal van een oorlog in Afrika die zo ver strekt dat een relatie in Nederland er bijna door kapot gaat.

Van den Broek beschrijft op een respectvolle manier de liefde tussen militair en thuisfront en over het bijna onbeschrijfelijke verdriet als een militair nooit meer naar huis komt. Zo tekent ze het verhaal op van Claire Rosier (1978). In juli 2007 werd haar man, Martijn Rosier, gedood door een bermbom in Uruzgan. Claire Rosier vertelt over het moment dat ze voor het eerst in de kist mocht kijken. „De begrafenisondernemer zei: Hoe hard we ook hebben gewerkt, zijn gezicht kunnen we niet meer tonen. En toen opende hij de kist. (...) Ik herkende mijn man niet.”

Verderop in het boek vertelt ze hoe kwetsend het kan zijn als buitenstaanders zeggen: „Ach je bent jong, je vindt vast wel iemand anders.” „Iedereen heeft een ware liefde, en ik heb de mijne gehad.”

Liefde onder vuur; gesprekken met soldaten en hun geliefden: van Nederlands-Indië tot Afghanistan. Patricia van den Broek. Uitg. Nieuwland. 150 pagina’s.