Het verpleeghuis draait. Nog wel, tenminste

De zorgsector heeft grote moeite personeel te vinden. Volgens zorgondernemers en kabinet valt het nu nog mee. Wacht maar tot 2025: dan wordt het pas erg.

Met twintig collega’s én de wethouder stond Dorien Sommers deze week te folderen op de markt van Veldhoven. Op zoek naar medewerkers voor het plaatselijke zorgcentrum Merefelt.

Het probleem voor Sommers, clustermanager verpleeghuiszorg: te weinig geschikt personeel, onvoldoende kandidaten voor een opleiding, structureel overwerk om het rooster ‘dicht’ te krijgen. Het folderen gebeurde „uiteraard” in eigen tijd. Het is moeilijk verzorgenden te vinden, zegt ze. „Soms hang je de vacatures niet eens meer op het prikbord.”

In het aangrenzende Eindhoven leidt Woonzorggroep Vitalis personeel uit Oost-Europa op: vrouwen uit Litouwen, Polen en Roemenië. Die oplossing wijst Jan Schellekens, hoofd P&O van Zorgcentra De Kempen, waar Merefelt onder valt, af: „We hebben hier wel Belgen werken, maar dan al merk je een cultuurverschil. Oost-Europeanen moet je bovendien taalles geven. Het kost veel om hen klaar te stomen, en dan nog weet je niet of ze dementerenden goed kunnen helpen.” Of dat beleid lang is vol te houden? Schellekens: „De kruik barst een keer.”

Toch lukt het Sommers haar tehuis draaiende te houden. Door parttimers veel overuren te laten maken. Door leidinggevenden te laten invallen op de werkvloer. „In de zorg bestaat een enorme beroepstrots.” Of door eisen te verlagen. „Dan moet je mensen van andere afdelingen voor dementerenden laten zorgen. Daarbij kan het gebeuren dat ze een bedrek vergeten, waardoor iemand kan vallen. Of je krijgt medicatiefouten.”

Je moet zuinig zijn op zorgpersoneel, stelt Sommers vast. „Er zijn veel opties om over te stappen, en met al die overuren hebben ze ook reden.” Het ziekenhuis is een mogelijkheid. Niet alleen is het werk daar gestructureerder. „Het betaalt ook beter.”

De Inspectie voor de Gezondheidszorg rapporteerde deze maand dat de situatie in verpleeg- en verzorgingshuizen beter is dan twee jaar geleden. Toch plaatst hoofdinspecteur Jenneke van Veen kanttekeningen. Het toezicht in huiskamers waar dementerenden verblijven kan beter, vindt ze, evenals de hulp bij eten en drinken.

De problemen zijn evident, maar harde cijfers ontbreken. De organisatie van zorgondernemers Actiz kan niet vertellen hoeveel vacatures er zijn. Paul de Jonge, senior beleidsmedewerker, wijst op een enquête waarin zorgwerkgevers vorig jaar eenderde van de vacatures moeilijk vervulbaar noemden. En het wordt, met een vergrijzend personeelsbestand, alleen maar erger. „Vroeger kon je de voorspelbare problemen opvangen met de groeiende arbeidsparticipatie van vrouwen. Maar daar is de groei wel uit. Nu zal je veel meer moeten werven onder Turken en Marokkanen, die nog nauwelijks in de zorg werken.”

Hogere salarissen? Meer vaste contracten? De Jonge: „Salaris is het probleem niet. Dat van lager en middelbaar zorgpersoneel kan de vergelijking met andere cao’s doorstaan. En de branche heeft ook behoefte aan flexibele contracten, aan mensen die oproepbaar zijn tijdens piekuren.”

Volgens Marian Kaljouw, voorzitter van de beroepsorganisatie voor verzorgenden en verpleegkundigen V&VN, zijn er zeker structurele tekorten. Die treffen vooral instellingen voor ouderen en chronisch zieken. Ze verwijst naar de jongste rapportage van de inspectie: „Relatief veel instellingen voldoen niet of onvoldoende aan de normen. Dan gaat het om inadequaat toezicht op psychogeriatrische patiënten, om onvoldoende hulp bij eten en drinken.”

Staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) ziet het graag genuanceerder. „Er is geen structureel personeelstekort in de zorg”, zegt ze – hooguit fricties. Dat merk je vooral in de langdurige ouderenzorg. Daarom zegde ze vorig jaar geld toe voor vijf-, zesduizend man extra in die sector. „Handen aan het bed, geen management of overhead. Mensen die helpen met wassen, met eten.”

Maar een acuut probleem? Nee. „Met een beetje creativiteit” is daar wel een mouw aan te passen, vindt Bussemaker. Ze refereert aan de lenigheid waarmee een Utrechtse instelling haar roosters rond krijgt. Daar werken vrouwen met kinderen, die graag om drie uur ’s middags thuis willen zijn, in de vroege diensten, en oudere vrouwen, die bijvoorbeeld niet graag alleen thuis eten, juist laat.

De staatssecretaris maakt zich wel grote zorgen over de lange termijn. Nu werkt één op de acht mensen in de zorg, en de vraag naar arbeid zal, onder meer door de vergrijzing, zal stijgen. Bij gelijke omstandigheden werkt in 2025 een kwart in de zorg. Bussemaker: „Dat betekent dat iedereen die nu van school komt, de zorg in zou moeten.” Dat is weinig realistisch.

V&VN-voorzitter Kaljouw onderschrijft dat. „Onderwijs, politie – we vissen allemaal in dezelfde vijver.” En dan kan de zorgsector zijn problemen uitrekenen. Het zonnigste scenario dat ze kent gaat uit van een tekort van 2.000 verzorgenden in 2011, het somberste voorziet in 15.000 onvervulbare vacatures op mbo-niveau. Dat is dus exclusief de hoger en lager gekwalificeerde functies.

Hoe dat op te lossen? De overheid gelooft in voorlichting, opleiding, facilitering van stages, behoud en werving van personeel en innovaties die leiden tot minder werkdruk en arbeidsbesparing. Bussemaker: „We kunnen niet gaan zitten afwachten, zoals in de jaren negentig, toen we mensen uit de Filippijnen moesten halen.”

Er gebeurt veel, maar onvoldoende, stelt Marian Kaljouw vast. „Je zal hun meer perspectief moeten bieden, investeren. We hebben een fundamenteel kwaliteitsprobleem: goed opgeleide verpleegkundigen worden vervangen door lager of ongekwalificeerd personeel. Het verloop is veel te groot; behoud mensen met expertise en ervaring. Daarvoor moet je ook de bureaucratie verminderen. Een verzorgende kan slimmer organiseren, taken beter indelen, dan iemand vanachter een bureau.”

Dorien Sommers: „Een structureel probleem? Dit is nog maar het begin, zeggen ze. We vinden wel een oplossing.”