‘Heel Europa kijkt vandaag naar Servië’

Het songfestival wakkert in Servië ‘Joegonostalgia’ aan. „Het was een hoogtepunt in mijn jeugd”. Homofobe activisten worden op afstand gehouden van het ‘gay feest’.

Jelena Tomasevic zal vanavond Servië vertegenwoordigen. Hier is ze te zien op een repetitie op 17 mei in Belgrado. (Foto AP) Jelena Tomasevic, Serbia's representative in the upcoming Eurovision song contest, performs during her rehearsal session, Saturday, May 17, 2008, in Belgrade, Serbia. Belgrade will host the Eurovision song contest on May 24, with 43 countries participating. (AP Photo/Srdjan Ilic) Associated Press

Tijn Sadée

„Djoehóehoehoelie!” Wie met deze strofe zijn keel opzet in de kroegen van Belgrado maakt veel vrienden. De meeste Serviërs die opgroeiden in de jaren tachtig van de vorige eeuw kennen het lied Dzuli, over een gelijknamig meisje, uit het hoofd. Zanger Danijel Popovic eindigde met de Joegoslavische inzending op een vierde plaats tijdens het Eurovisie Songfestival in 1983. „Het is mijn eerste herinnering aan het festival, van toen ik veertien was”, zegt Ivana Djuric uit Belgrado.”Sindsdien ben ik eurovisiefan.”

Een kwart eeuw na Dzuli speelt het songfestival zich af in Belgrado waar vanavond in de Beogradska Arena vijfentwintig finalisten aantreden. Djuric, werkzaam voor het Servische overheidsagentschap Europese Integratie, geniet van „dit glorieuze moment”. Eindelijk, na jaren van oorlogsgeweld dat leidde tot het uiteenvallen van Joegoslavië, en na alle sombere berichtgeving over haar land, is er reden om weer trots te zijn. De Servische Marija Serifovic, die vorig jaar won, zorgde er voor dat Servië nu het organiserende land is.

Het succes van de afgelopen jaren van Oost-Europese inzendingen heeft grotendeels te maken met het enthousiasme in de ex-Joegoslavische landen waar het songfestival voor een flinke dosis ‘Joegonostalgia’ zorgt. Het roept herinneringen op aan een onbezorgde tijd, toen slechts één kandidaat de multiculturele federatie van maarschalk Tito vertegenwoordigde, en toen iedereen – van Zagreb tot en met Pristina – even vurig hoopte op winst van Joegoslavië. Het ene jaar trad namens de federatie een Montenegrijn aan, het andere jaar verdedigde een Bosnische de eer. Jongeren in buurlanden als Hongarije, Roemenië en Bulgarije, keken jaloers toe hoe hun socialistische broeders uit Joegoslavië het met de zeden niet zo nauw namen. Joegoslavië was, naar verhouding, frivool en brutaal. In het videoclipje bij het lied Dzuli danst zanger Popovic met twee in sexy kaplaarzen gestoken meisjes op het strand bij het Montenegrijnse schiereiland Sveti Stefan. In de branding zit een topless dame. In Joegoslavië mocht het; in de rest van het Oostblok niet.

Miljoenen Joegoslaven volgden op televisie wie uit de voorrondes, naar voren kwam. In 1989 was het de rockband Riva, uit de Kroatische kustplaats Zadar, die met Rock Me het Eurovisie won.

„Het songfestival was het hoogtepunt in mijn jeugd”, zegt Djuric. Maar met het uiteenvallen van Joegoslavië verloor ook Jugovizija zijn onschuld, met als dieptepunt de ruzie tussen Servië en Montenegro die tot 2006, als laatste twee voormalige deelrepublieken, nog in een federatie zaten. Het bleek in 2006 onmogelijk om één gezamenlijke kandidaat te selecteren, waardoor Servië-Montenegro verstek liet gaan. In hetzelfde jaar stemden de Montenegrijnen per referendum voor afscheiding.

De Jugovizija-voorronde heet in Servië nu Beovizija, die dit jaar werd gewonnen door Jelena Tomasevic. Met het lied Ora probeert ze het succes van Marija Serifovic te evenaren.

Voorafgaand aan de 2007-finale werd Serifovic – klein, gezet, Woody Allen-brilmontuur – in de Servische tabloids nog belachelijk gemaakt. „Waarom ze meedoet aan het festival? Dan hoeft ze niet in het leger.” Maar toen ze eenmaal won bracht ze haar landgenoten in extase. „Dit betekent veel voor de promotie van het hervormingsgezinde blok”, juichten pro-Europese politici in Belgrado.

Men had te vroeg gejuicht. Bij de laatste verkiezingen in Servië zong Serifovic tijdens campagnebijeenkomsten van de Servische radicalen, de anti-Europa gezinde partij die nu de regie voert over de vorming van een nieuwe regering.

„Wat haar bezielt weet ik echt niet”, zegt Rada Grubacic, werkzaam bij Labris, een Servische belangenorganisatie voor lesbiennes. „Het is een publiek geheim dat Serifovic lesbo is, maar ze komt voorlopig niet uit de kast. Ze had haar populariteit kunnen inzetten voor de goede zaak, maar ze durft niet. Het zegt veel over hoe homofoob Servië is.”

In West-Europa is het festival inmiddels uitgegroeid tot een ‘gay-spektakel’, zegt Grubacic. „Serviërs voelen zich daar ongemakkelijk bij.”

In 2001 werden tijdens een Gay Pride Parade in Belgrado homo’s en lesbiennes op straat in elkaar geslagen door jonge Servische radicalen. „De politie deed toen niets”, zegt Grubacic. Maar aan de vooravond van het songfestival hebben de Belgradose politie en homo-organisatie Gej Strejt Alijansa overleg gevoerd. „Homofobe actievoerders worden op veilige afstand gehouden”, zegt Grubacic. „Het imago van Servië staat op het spel. Het mag niet fout gaan, nu heel Europa naar ons kijkt. Zo heeft het festival toch nog enig nut.”

Van haar idool Danijel – Djoehóehoehoelie – Popovic heeft eurovisiefan Ivana Djuric na 1983 weinig meer vernomen. Popovic werd door één ex-vrouw aangeklaagd wegens mishandeling, een andere ex-vrouw sleepte hem voor de rechter omdat hij de alimentatie niet betaalde. Of hij nog zingt is onbekend.

Djuric volgt de finale voor de buis, met vrienden en familie, zoals vroeger. „Het festival biedt een uitgelezen kans om de buitenwereld te laten zien dat Serviërs echte Europeanen zijn.”

Analyse: Zaterdag &cetera, pagina 24 en 25

Clip van liedje ‘Dzuli’: http://www.youtube.com/ watch?v=oZZATQuPdzU