Halfjaarlijkse gang naar de tandarts is niet meer nodig

De halfjaarlijkse gebitscontrole is niet meer van deze tijd. Dat is de mening van de Nijmeegse tandarts Dirk Mettes die op vrijdag 13 juni promoveert aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Mettes vindt dat de mondgezondheid van de Nederlandse bevolking in de afgelopen decennia aanzienlijk is verbeterd, waardoor voor de halfjaarlijkse controle geen wetenschappelijke onderbouwing meer te vinden is.

Het betekent dat mensen zonder mondziekten die zelf hun gebit goed verzorgen in overleg met hun tandarts kunnen volstaan met een eenmalige jaarlijkse gebitscontrole. Maar personen die veel last hebben van tandbederf of lijden aan ernstige tandvlees- en kaakbotziekten zouden wel meerdere malen per jaar voor controle naar hun tandarts moeten.

Mettes stelde een praktijkrichtlijn op waarmee tandartsen aan de hand van patiëntgegevens kunnen beslissen hoe vaak iemand voor periodiek mondonderzoek (PMO) moet komen, hoe vaak er röntgenfoto’s van het gebit moeten worden gemaakt voor het vroegtijdig opsporen van gaatjes en problemen met de verstandskiezen.

Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw gingen de Nederlanders trouwer naar de tandarts, deden meer aan preventie en gebruikten gefluorideerde tandpasta’s. Het tandbederf onder jeugdigen en volwassenen in ons land behoort inmiddels tot de laagste ter wereld. Voor 80% van de bevolking is de PMO thans een vanzelfsprekendheid. Het percentage mensen met een volledig kunstgebit is de laatste 25 jaar spectaculair gedaald, van ruim 30% tot ongeveer 16%.

Dat neemt niet weg dat tandbederf en tandvlees en kaakbotproblemen nog steeds veel in de bevolking voorkomen. Maar er is duidelijk sprake van een ongelijke verdeling: de tandarts ziet mensen met geen of nauwelijks gebitsziekten en anderen die regelmatig nieuwe mond- en tandziekten ontwikkelen. De beste manier om een controletermijn te bepalen, vond Mettes, is vooralsnog de al dan niet reeds doorgemaakte mondziekten.

Mettes ging na hoe tandartsen denken over een verandering van de controleperiode. De meerderheid van de tandartsen hanteert nu nog een vaste controletermijn voor alle regelmatige bezoekers, meestal zes maanden, terwijl een andere groep inmiddels meer is geporteerd voor een flexibele controletermijn, waarbij het individuele risico op het krijgen van mondziekten bepalend is. Tandartsen die er voor kiezen vaste termijnen te hanteren voor alle patiënten, gebruiken ook vaker vaste frequenties voor het maken van bitewing röntgenfoto’s, waarbij de kiezen in beide kaakdelen nader worden bekeken. Een aanzienlijke groep patiënten (64%) gaf aan de gewoonte van halfjaarlijkse PMO’s te willen voortzetten, daarmee een voorkeur uitsprekend voor vaste termijnen. M.A.J. Eijkman