Gratis landbouwmiddelen leiden niet tot minder honger

In het artikel `Markt kan honger niet stillen` pleit secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon voor het ter beschikking stellen van zaden, landbouwmiddelen en meststoffen om het wereldvoedselprobleem op te lossen (Opiniepagina, 2 mei). Er zijn echter ook talrijke initiatieven vanuit de vrije markt die bijdragen aan het oplossen van het wereldvoedselprobleem en het is de vraag of Ban Ki-moon deze niet onderuithaalt. Een voorbeeld is het Zuid-Aziatische zaadveredelingsbedrijf East West Seed. 25 jaar geleden begonnen wij met het veredelen van groentezaden ten behoeve van kleine, straatarme boeren in Zuid Oost Azië en India. Spoedig ontdekten zij dat onze zaden een hogere opbrengst genereerden en beter bestand waren tegen ziekten, hitte en regen.

Bij het verstrekken van landbouwmiddelen en zaden, zoals Ban Ki Moon wil, wordt ook vaak voorbijgegaan aan het feit dat deze niet geschikt zijn of dat boeren niet weten hoe ze ze moeten gebruiken. In de Filippijnen geven we daarom iedere maand `farmer extension training`. Tegen een geringe vergoeding leert een club van 50 lokale telers hoe ze beter en efficiënter kunnen verbouwen. Deze kennis is voor velen nieuw, iets waarvan sommige internationale beleidsmakers vaak geen flauw benul hebben.

Een van de meest knellende problemen is echter het gebrek aan infrastructuur. In India bijvoorbeeld woont het grootste gedeelte van de allerarmsten op het platteland. Hierdoor is het vaak moeilijk om producten op de plaats van bestemming te krijgen.

Het ondersteunen van lokale marktinitiatieven met subsidies en leningen tegen gunstige tarieven blijft verder van essentieel belang. Arme boeren in Afrika en India hebben nog te vaak geen toegang tot kredietverlening tegen acceptabele voorwaarden en zijn nog te vaak aangewezen op woekeraars. In dit licht is het hoopgevend dat microfinanciering nu ook door de grotere banken wordt opgezet.