Gezellig

Voor ons woord ‘gezellig’ is in de moderne en de oude talen geen naadloos equivalent. Ik denk dat het komt doordat ze in het buitenland niet die situatie kennen die wij hier als het ‘met z’n allen’ beschrijven, het ‘onder ons’. Het eerst is me dat opgevallen toen ik een journalistiek stukje van Menno ter Braak las, getiteld In het Berner Oberland. Voor de oorlog een geliefd oord onder Nederlandse toeristen. Hij zag daar hoe clubjes landgenoten bij het schrijven van ansichten naar huis „door lachstuipen in- en uit elkaar werden gedreven”. Die mensen hadden het ontzettend gezellig.

Er zijn ook andere vormen van gezelligheid, op Sinterklaasavond, Oud en Nieuw, of als je bij je vrienden op visite gaat. Altijd heeft het die typische vorm van het onder ons zijn, de collectieve intimiteit die ze aan de andere kant van de grens niet kennen. Als het collectief groot genoeg is, en er wordt marsmuziek gespeeld, dan kan de gezelligheid overgaan in het hossen. Die vorm van stampend rijdansen kennen ze in het buitenland ook niet en dus hebben ze er geen woord voor. Zitten we met ons allen in een zaal en zingt de zanger op het podium ons geliefde lied, roept hij dan ‘Allemaal’, dan zingen we mee en gaan we deinen. Rij na rij geven we elkaar een arm en bewegen langzaam heen en weer. Voor deinen is ook geen goede vertaling.

Dit stukje is eigenlijk een theorie. Onder invloed van de massamedia heeft de gezelligheid een geweldige schaalvergroting ondergaan. Voor de oorlog had je de Snip en Snap revue die ook door de radio – ik denk de AVRO – werd uitgezonden. Willy Walden en Piet Muyselaar verkleedden zich als dames ergens achterin de middelbare leeftijd en gaven in die hoedanigheid commentaar op de lopende zaken. Ze hadden ook een herkenningslied: ‘Snap je dit nou juffrouw Snip, snap je dat nou juffrouw Snap’. Ik denk dat in de zaal dan flink werd gedeind. Snip en Snap waren nationale gezelligheid. Voor de jeugd was er de oude avonturier Ome Keesje die met zijn strijdmakker Ome Daan buitenlandse misdadigers onschadelijk maakte. Was het werk gedaan dan keerden ze terug naar tante Betje bij wie ze in huis woonden. De gezelligheid was terug, maar ze mochten geen sigaar opsteken want dan werden de gordijnen geel.

Na de oorlog kwam de televisie en daarmee de volgende fase van schaalvergroting. In het begin hebben we dat niet goed beseft, maar de televisie heeft de Bekende Nederlander gebaard. Nu de BNer. Willem Duys en Mies Bouwman zijn waarschijnlijk de Adam en Eva van deze nieuwe fase in de evolutie. Ver terug in de vorige eeuw kwam ik Mies Bouwman tegen ergens in de Van Baerlestraat vlakbij de Lairessestraat. We maakten een praatje. Voorbijgangers bleven staan, met open mond naar mevrouw Bouwman kijken, wijzen, ‘Ha Mies’ roepen. In die paar minuten heb ik geleerd wat een BNer is.

Mijn theorie is dat door de televisie de intimiteit van de Nederlandse gezelligheid definitief nationaal is geworden. De Bekende Nederlander werd tot nationaal eigendom en in die hoedanigheid als een magnetische pool voor de behoefte aan deze curieuze intimiteit. De algemeen aanraakbare. Een paar weken geleden hebben we dat nog kunnen beleven bij het huwelijk van Frans Bauer. Erupties van de nieuwe nationaal-collectieve gezelligheid. Bovendien heeft de televisie de Bekendheid genationaliseerd. In beginsel heeft iedereen er recht op, een BNer te zijn.

Parallel daaraan hebben we een ontwikkeling beleefd waarop we niet hadden gerekend. De Nederlandse omgangsvormen zijn ook directer, agressiever, en als de omstandigheden daartoe lenen, grover, onbeschoft geworden. Je ziet het in de gewone spreektaal. Het kamerlid haalde uit naar de minister. Een jaar of twintig geleden zou je gedacht hebben dat de minister een kaakslag had gekregen; nu weet je dat er sprake is van wat toen ‘ongezouten kritiek’ werd genoemd.

De nationaal geworden gezelligheid plus het ontstaan van de Bekende Nederlander plus het recht van iedereen om dat te worden plus de vergroving van de omgangsvormen heeft langzamerhand een nieuwe situatie doen ontstaan. Het moest gebeuren, het is niet meer dan een natuurlijke fase in de nationale evolutie dat juist hier, en niet in Amerika of Frankrijk Big Brother is bedacht en daarna de Gouden Kooi. Het nationale meeloeren in het BB huis en daarna het genietend deelnemen aan alle onsmakelijkheden en ploertigheden die in de Gouden Kooi ten beste zijn gegeven is de voorlopig laatste fase in de ontwikkeling van de Nederlandse gezelligheid. Families gaan eens ‘lekker voor de buis zitten’; ze ‘pakken een pilsje erbij’ en ze zijn op z’n Hollands intens tevreden.

De Gouden Kooi is nu gesloten; de bewoners zijn BNers geworden en kunnen zich hun landgenoten niet meer van het lijf houden. Allemaal vormen van de nieuwe Nederlandse gezelligheid. Hoe ver we zijn gevorderd besef je als je je voorstelt dat ze zich daar met het gezellige ganzeborden hadden beziggehouden.