Fadoua

‘Jongens, dit is Fadoua. Ze wil zich even voorstellen en vertellen wat ze komt doen.” Een deel van 1c (havo kans-klas) kijkt geïnteresseerd richting Fadoua. “Mohammed, Sabrin, Kevser, Nadia, Ilias, Kenny!”

Nu hebben Fadoua en ik de aandacht van de hele klas.

“Ik weet niet wat ik moet zeggen”, fluistert ze.

“Fadoua komt hier stage lopen, eerst komt ze vooral observeren en over een tijdje geeft ze jullie misschien ook eens les.”

De stagiaire schudt verbeten met haar hoofd. “Ik mag alleen observeren.”

Ze schraapt zichtbaar alle moed bij elkaar en zegt: “Ik ben Fadoua el E. en ik ben 19 jaar. Ik doe de lerarenopleiding in Utrecht en ik zit in het tweede jaar. Ik kom hier elke donderdag stage lopen.”

Hebben jullie nog vragen voor Fadoua? Vierentwintig vingers gaan de lucht in. “Op welke school heb je gezeten?” “Wil je juf worden?” “Waarom?” “Ben je goed in Frans?”

Als blijkt dat Fadoua ook op dezelfde school heeft gezeten en via vmbo-t en de havo is opgeklommen naar het hbo, heeft ze alle brugklassers in haar zak.

Respect.

Fadoua’s voorhoofd glimt onder haar hoofddoekje, want 1c blijft vragen op haar afvuren. Hier staat een voorbeeld, dat is duidelijk.

“Nog één laatste vraag, jongens.” Ik ga naast Fadoua staan, zodat ik de les zo weer kan overnemen.

“Heb je broertjes en zusjes?”

“Ja. Mijn jongste broertje zit hier ook op school. Hij heet Aziz.”

Een zucht van opwinding gaat door de klas. Aziz, klasseclown, leider van onrust en grapjes, synoniem voor ‘er is een probleem op komst’. Op de gezichtjes van 1c is weer ‘respect’ af te lezen, maar dan van een andere soort.

Drie weken later wordt Fadoua de wacht aangezegd door de rector. Haar dubbelrol als vertegenwoordiger van de familie bij problemen en stagiaire is volgens de directie niet verenigbaar. Haar aanwezigheid in de docentenkamer is voor een aantal docenten onwenselijk, omdat de naam Aziz veelvuldig valt. Men wil vrijuit kunnen spreken.

Als ik weer les heb met 1c steekt Ismael zijn vinger op. “Waar is Fadoua?”

Ik kijk naar deze groep 12, 13-jarigen en zeg dat ze niet meer zal komen.

Er komen geen vragen, want ze weten natuurlijk allang hoe het zit. Ik schaam me, omdat ik niet meer voor haar ben opgekomen, ik heb veel te mat gereageerd. Gelukkig is er een collega in de sectie die in haar netwerk razendsnel een andere stageplek regelt op een witte school.

Joyce de Grand