Enkele reis naar het nieuwe China

Natuurrampen kunnen regimes in moeilijkheden brengen. Maar het Chinese regime is door de recente aardbevingen sterker geworden. „Ik ben verrast door de openheid.”

Met halfopen mond staart Chen Ye naar de glanzende, opgepompte spierbundels van een hele jonge Arnold Schwarzenegger, op een blauw zwembroekje na naakt. Zijn tweelingbroer Qiang wijst verlegen grijnzend naar een bijna blote, afgetrainde Farah Fawcett. In het hypermoderne Juizhou Stadion in Mianyang, waar tienduizenden ontheemden na de zware aardbeving zijn ondergebracht, maken zij kennis met het nieuwe China.

De voetgangerscorridors rondom de sporthal zijn gedecoreerd met gedateerde posters van Amerikaanse sport- en filmsterren. Onder de jeugdige Mr Universe Pro liggen drie uitgeputte vrouwen te slapen. Bij de boksring en in de zalen met trainingsapparatuur en gewichten en in de sporthal zelf worden de jongeren opgevangen. Velen van hen zijn wees geworden. Tientallen verweesde baby’s zijn ondergebracht in de kleedkamers in afwachting van familieleden of, en dat is waarschijnlijker, adoptieouders.

Drie jonge psychologen uit de provinciale metropool Chengdu en twee webdesigners, allemaal vrijwilligers, doen spelletjes, organiseren een basketbalwedstrijdje en voeren met iedereen gesprekjes. Voor de jongeren, zoals de 14-jarige tweeling, maar ook voor de vrijwilligers is ‘5/12 Wenchuan’, zoals de Chinese media de aardbeving hebben geëtiketteerd, geen ‘gewone’ natuurramp maar een gebeurtenis met voor China geheel nieuwe ervaringen en vergaande consequenties voor de miljoenen ontheemden.

Voor Ye en Qiang, voor wezen als Wang Li en Li Fangfang, twee meisjes van 17 jaar, is de sporthal meer dan het tijdelijk eindpunt van een dagen- en nachtenlange tocht vanuit de bergen naar de laagvlakte van de provincie Sichuan. Een gedwongen trek langs ruïnes, bedolven dorpen en, hier en daar, haastig gedolven massagraven.

Zonder zich daar bewust van te zijn, zijn zij vanuit het oude, doodarme China als het ware geparachuteerd in de moderniteit. Het was een enkele reis naar het nieuwe, welvarende China, want terugkeer naar hun verwoeste dorpen in de rampdistricten Wenchuan en Beichuan, een gebied zo groot als de Benelux, is geen sprake. Bij de wederopbouw zullen gebieden boven het breukvlak tussen de Euraziatische en Indische tektonische platen zo veel mogelijk gemeden worden, heeft de Staatsraad, zoals de Chinese regering heet, besloten.

Op de vraag wat hun favoriete sport is, antwoorden Ye en Qiang basketballen. Bij de vraag wat zij later willen worden, halen zij hun schouders op. „Daar hebben we nog nooit over nagedacht”, fluistert Ye. „I want to be a basketball player like Yao Ming”, durft Qiang in heel behoorlijk Engels te zeggen als zijn broer naar de wc is. Zijn leraar Engels, die zijn dialectsprekende leerlingen ook het Mandarijn moest bijbrengen, leeft niet meer, maar zou trots op hem zijn geweest.

Hoogstwaarschijnlijk gaan de jongens hun vader achterna, een migrantenwerker die in een Samsung-fabriek aan de oostkust de flatscreen-tv’s monteert die een paar weken later in Europese, Amerikaanse en Japanse huiskamers staan. Of misschien vinden zij werk in Mianyang zelf, een provincieplaats met ongeveer een miljoen inwoners, brede boulevards, grote pleinen en drie vijfsterrenhotels. Eigenlijk een soort Eindhoven, want de stad is opgebouwd rondom de fabrieken van het elektronicaconcern Changhong, het Philips van China. Kansrijk zijn zij ook in het 160 kilometer zuidelijker gelegen Chengdu, dat zich afficheert als de ‘perfecte vestigingsplaats’ voor Chinese en internationale bedrijven die de oostkust van het land te duur zijn gaan vinden.

De groenste stad van China met prachtige parken, door Amerikaanse, Europese en Aziatische toparchitecten ontworpen industrieterreinen, is een van die in Europa onbekende Chinese steden die hier in recordtijd de eerste wereld hebben gevormd. Het Manhattan van Chengdu, met Franse en Amerikaanse warenhuizen, nieuwe hoogbouwwijken met veel spiegelend glas, is net als Mianyang grotendeels ongeschonden gebleven. De vele naschokken hebben de tien miljoen inwoners de straat opgejaagd en menig zakenman parkeert ’s avonds zijn nieuwe Mercedes niet voor een van de moderne appartementengebouwen met spiegelend glas en een geüniformeerde bewaker, maar voor een recent aangeschafte kampeertent waar zijn echtgenote op bamboetafeltjes het theeservies en het mahjongbord heeft neergezet.

Shoppen

Hoewel angst regeert en het chagrijn over al het ongemak toeneemt, is in Chengdu het shoppen in de Carrefours en de winkels van Gucci, Dior en Louis Vuitton alleen tot stilstand gekomen tijdens de drie minuten van nationaal rouwbeklag. Ook de vestigingen van Maserati, Rolls Royce, Mercedes-Benz, Peugeot en Volvo hebben geen dag de deuren gesloten.

Wang Li en Li Fangfang hadden in hun bergdorp al veel over Chengdu gehoord en zijn daar een keer geweest tijdens een schoolreis naar het nabijgelegen pandareservoir. De twee meisjes zouden wel in een kapperszaak willen werken. „We gaan ze helpen daar werk te vinden, als zij hun school hebben afgemaakt”, vertelt Wang Weishan (29), een van de vrijwilligers in het sportstadion. De eigenaar-oprichter van een bureau voor webdesign is meteen nadat in Mianyang een vluchtelingenkamp werd geopend samen met zijn zaken- en levenspartner in hun nieuwe Peugeot 207 gestapt zonder precies te weten hoe zij zich nuttig konden maken. Afgezien van de gebruikelijke sociale activiteiten tijdens hun school- en universiteittijd is dit de eerste keer dat zij ongevraagd en buiten de overheid om vrijwilligerswerk doen. Dat geldt ook voor de drie jonge psychologen die de ontheemde jongeren proberen wat afleiding te bezorgen.

„Ik kon niet meer thuis blijven of gewoon naar mijn bedrijf gaan. Hoe langer ik naar het nieuws keek, hoe groter de behoefte werd om iets te doen”, legt Weishan uit. Hij wist niet tot wie of welke organisatie hij zich moest wenden en is dus maar op pad gegaan. Maandag willen zij weer terug zijn in Chengdu.

Zij waren niet de enigen. De wegen naar het rampgebied raakten soms verstopt door de particuliere hulpkonvooien met water, rijst, noedels, kleren en medicijnen. Motor-, auto- en sportclubs kwamen in actie zonder aanmoediging of sturing van de overheid of partijfunctionarissen, evenals individuen, bedrijven en non-gouvernementele organisaties. Dit is een nieuw verschijnsel in China, waar particulier initiatief op maatschappelijk terrein niet op prijs wordt gesteld en doorgaans wordt ontmoedigd of tegengewerkt door overheidsfunctionarissen en partijbazen. Bij vorige rampen kwam het publiek meestal alleen in actie als daar toestemming voor was gegeven door de autoriteiten.

Lin Yong (27), een van de psychologen die zich over de tweeling hebben ontfermd, draagt een T-shirt met een rood hart en de patriottische tekst ‘I love China’. Dergelijke T-shirts droegen Chinese demonstranten tijdens de tocht van de olympische fakkel en pro-Chinese demonstraties, zoals twee weken geleden op de Dam in Amsterdam. Yong zegt dat het haar in de eerste plaats te doen is om landgenoten in een tijd van crisis te helpen. Maar ze wil ook om een andere reden graag praten met de buitenlandse verslaggevers uit Nederland (NRC Handelsblad), de VS (NPR Radio) en Engeland(Channel 4) die in het sportstadion rondlopen.

„Ik ben trots op mijn land”, zegt ze. „Zeker nu. De buitenlandse media zijn bevooroordeeld en geven geen eerlijk beeld. Ze zijn altijd zo negatief. Ik zeg niet dat China perfect is, maar wat jullie uitzenden en schrijven is niet eerlijk. Kijk maar naar wat hier gebeurt.”

Openheid

Particuliere hulpverleners, zoals de blotevoetendokter Jiang Ping (52) uit Quiing in de buurprovincie Yunnan en de eigenaar-directeur van een groot investeringsfonds in Shanghai waren bijvoorbeeld in Beichuan eerder ter plaatse dan officiële instanties. Jiang Ping, gespecialiseerd in Chinese artsenij, zat, nadat zij was gewaarschuwd, 22 uur in de auto van haar zoon, omdat zij aanvankelijk dacht dat de ramp zou worden doodgezwegen en er niet genoeg hulpverleners zouden zijn. Op dit moment verzorgt zij in een tent bij het stadion vooral eenvoudige botbreuken, hersenschuddingen en de zieken die nog niet naar de hospitalen kunnen. „Ik ben verrast door de snelheid en de openheid waarmee de autoriteiten hebben gereageerd. Dat hebben we wel eens anders meegemaakt”, zegt de kleine, gezette vrouw.

Een blik op de plasmaschermen in het sportstadion bevestigt haar woorden en verklaart ook waarom gewone Chinezen zo massaal hebben gereageerd, niet alleen in de vorm van persoonlijke hulpverlening, maar ook met de donatie van bloed, verkoop van taarten, speciale postzegels, kunst en diners om fondsen te werven. De twintig staats- en commerciële zenders berichten 24 uur per dag over de drama’s in Sichuan, over wonderbaarlijke reddingen, de heldenmoed van hulpverleners en natuurlijk over het „belangrijke, coördinerende werk van onze leiders”.

Chinese rampen-tv was zeker in de eerste week niet voor de fijngevoeligen. Armen die uit het puin staken en een been met een bungelend infuus werden in close-up gefilmd, net als het lange haar van een meisje dat geen herkenbaar gezicht meer had. Alleen de weeïge lijkenlucht en de prikkelende geur van desinfectiespray bleef de kijker bespaard. Het verhaal van de baby die werd gevonden, omdat haar moeder vlak voordat zij onder het puin bezweek nog haar man kon opbellen is al duizend maal herhaald.

Ook dit ongegeneerde vertoon van leed is voor de Chinese tv-kijkers een nieuwe ervaring. In een van de fondsenwervingsshows werd zelfs een vrouw onder het puin geïnterviewd die op het punt stond te bezwijken. Sichuan-TV sprak 72 uur lang met een man die onder brokstukken lag en kort nadat hij was uitgegraven stierf. De ramp als reality-tv was tot voor kort onbekend in China, in tegenstelling tot Hongkong en Taiwan. Ongetwijfeld speelt de opkomst van geprivatiseerde mediabedrijven hierbij een belangrijke rol. De Shanghai Media Groep bijvoorbeeld zag de kijkcijfers de afgelopen weken met 400 procent stijgen en de drukkerijen van kranten als de Shanghai Morning Post draaiden volcontinu om aan de vraag van de Chinese lezers te voldoen. Het contrast met de berichtgeving tijdens de SARS-crisis in 2003, de zware winterstormen die in februari van dit jaar half China verlamden en het zware treinongeluk vorige maand was opvallend scherp.

Doodzwijgen

Drie decennia geleden werden natuurrampen met een veelvoud aan slachtoffers, zoals de aardbeving van 1976, doodgezwegen. De Chinese journalistiek blijkt weinig aanmoediging nodig te hebben om de limieten van de censuur op te zoeken, ook uit financieel eigenbelang. Maar als het er op aan komt, kunnen ook de geprivatiseerde media niet vrij opereren. De censuur door het ministerie van informatie in Peking komt in actie als de berichtgeving te kritisch wordt en er vragen gesteld worden die de autoriteiten in verlegenheid brengen. Dat bleek eerder dit jaar bij de winterstormen toen de overheden traag reageerden en niet voorbereid bleken te zijn. Ook de berichtgeving over het treinongeluk met 72 doden werd gecensureerd, nadat was gebleken dat de spoorverbinding tussen Peking en Qingdao 100 jaar oud bleek te zijn en de fondsen voor een nieuwe spoorlijn om onopgehelderde redenen niet waren gebruikt.

Kregen tv-stations en kranten in de eerste, chaotische week na de aardbeving de vrije teugel, de afgelopen week werd de hand van de censor weer zichtbaar. Voor ongecontroleerd nieuws moeten Chinezen op het internet zijn. Op de sites met weblogs als Yitahutu worden kritische vragen gesteld of berichten verspreid die in de gedrukte en audiovisuele media niet te vinden zijn. Discussies over de vraag waarom de Chinese maatstaven voor bouwen in aardbevingsgevoelige gebieden aanzienlijk minder streng zijn dan in Japan worden op het internet wel gevoerd, maar in de kranten niet. Geen woord of beeld werd afgedrukt of uitgezonden van woedende, rouwende ouders die de afgelopen dagen demonstreerden op de ruïnes van de tientallen ingestorte scholen en antwoorden op hun vragen eisten.

Officieel wordt alleen toegegeven dat 6900 klaslokalen verloren zijn gegaan. Hoogstwaarschijnlijk zijn er meer dan 25.000 leerlingen van lagere en middelbare scholen omgekomen, omdat de schoolgebouwen van ondeugdelijke kwaliteit waren en niet voldeden aan de Chinese criteria voor bouwen in gebieden met een verhoogd risico op aardbevingen. Tot nu is er in de Chinese media nog geen foto verschenen van ingestorte scholen, terwijl de omliggende appartementen en kantoren nog overeind staan. De enige twee kranten waarvan de verslaggevers vragen durven te stellen zijn de Shanghai Morning Post en Southern Metropolis Weekly in Guangzhou.

In het zwaar beschadigde stadje Xiange zijn inmiddels de schooldirecteur en de directeur van een bouwbedrijf gevlucht, omdat woedende ouders het tweetal ervan verdenken fondsen voor deugdelijke nieuwbouw in eigen zak te hebben gestoken. Dat juist op de dag van de aardbeving in het stadje Beichuan gesproken werd over het evacueren van de 14.000 inwoners, omdat de drie berghellingen diepe scheuren begon te vertonen, is bekend geworden dankzij anonieme webloggers. De partijkaders in het stadje waren verdeeld en konden niet tot een beslissing komen. Van de 3000 scholieren in Beichuan overleefden nog geen 500 de aardbeving.

De arrestatie van Guo Quan, een emeritus hoogleraar van de Universiteit van Nanking, op woensdag werd in China alleen bekend via Chinese websites en de internationale media. Quo had eerder in de week het Chinese seismologische bureau bekritiseerd op zijn inmiddels geblokkeerde website. Hij had weinig waardering voor de aanvankelijke neiging van Peking om het aanbod van internationale hulp af te slaan. Guo stelde ook indringende vragen over de kwaliteit van de waterdammen in Sichuan (Vier Rivieren) en de aardbevingsbestendigheid van kerncentrales. Mogelijk hangt zijn arrestatie ook samen met zijn plan om de partij Nieuwe Democratie, op te richten, die volgens zijn echtgenote ‘het autocratische systeem van de een-partij-staat’ wil bestrijden. Dat systeem, vindt Quo, is de wortel van alle problemen in China.

Dalai Lama

Natuurrampen zijn politieke gebeurtenissen van de eerste orde en kunnen regeringen voor onoverkomelijke problemen stellen. Maar de Chinese overheid lijkt er dit keer eerder sterker dan zwakker uit te komen. Zelfs de Dalai Lama, de geestelijk leider van de Tibetaanse boeddhisten, putte zich uit in loftuitingen voor de openheid en effectiviteit van de Chinese overheid. Net als de Tibetaanse regering-in-ballingschap in het Indiase Dharamsala riep hij zijn geloofsgenoten in en buiten Tibet op de anti-Chinese demonstraties bij de Chinese ambassades onmiddellijk te staken. De olympische fakkel moet ongehinderd de tocht naar Peking via de Tibetaanse Autonome Regio kunnen afmaken, zei hij, en de Tibetanen zullen wat hem betreft nooit streven naar een zelfstandig Tibet. Losmaking van de Volksrepubliek China noemde hij volkomen onwenselijk, want de Tibetanen profiteren van de Chinese welvaart. „Tibet is te arm om zelfstandig te kunnen bestaan”, zei de Dalai Lama. Niemand in Peking moet hebben gerekend op zoveel goodwill, sympathie en warme woorden van de Tibetaanse leider die graag uitgenodigd wil worden voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen over minder dan drie maanden. Het was woensdagavond geen toeval dat in Chengdu de BBC niet op zwart ging toen de Dalai Lama uitvoerig in beeld verscheen na zijn bezoek aan het parlement in Londen en president Hu Jintao complimenteerde als een wijs, modern leider.

Op het plasmascherm naast de posters van The Terminator wordt intussen op de Chinese staats-tv de zakenman Jiang Xianching geïnterviewd. De staalmagnaat heeft ruim 10 miljoen euro van zijn eigen vermogen gedoneerd aan het Chinese Rode Kruis en andere hulpinstellingen. De tweeling Chen Ye en Chen Qiang kennen hem niet, maar 32 jaar geleden, in juli 1976, verloor Jiang zijn ouders tijdens de aardbeving in Tangshan in de provincie Hebei, een ramp waarbij officieel 240.000 en waarschijnlijk 600.000 doden vielen. Tientallen miljoenen brachten de nachten door in de open lucht. Niemand durfde het nieuws aan de zieke partijleider Mao Zedong te vertellen. De Grote Roerganger stierf twee maanden later in het bijzijn van een van zijn vriendinnen/verpleegsters. De verweesde Jiang, nu 40, werd een rijk man.

Voor Ye en Qiang krijgt het leven in het nieuwe China aanstaande maandag al een vastere vorm: dan beginnen de schoolklassen in een grote legertent naast het stadion.