‘Een land hef je niet zomaar op’

Staatssecretaris Bijleveld vordert met het overleg over de nieuwe status van Curaçao en Sint-Maarten. Maar wel langzaam. „Ik leg de vinger op de zere plek.”

De streefdatum voor de ontmanteling van de Nederlandse Antillen is voor de tweede keer uitgesteld. Wel zal op 15 december, de beoogde streefdatum, een rondetafelconferentie plaatsvinden. Daarbij zal de wetgeving die nodig is om van Curaçao en Sint-Maarten autonome landen binnen het koninkrijk te maken – een status die Aruba sinds 1986 heeft – worden getoetst aan eerdere afspraken, zo is gisteren op Curaçao afgesproken.

Op weg naar de nieuwe staatkundige verhoudingen, wil Nederland de Antilliaanse staatsschuld van 2,2 miljard euro saneren.

Staatssecretaris Ank Bijleveld (Koninkrijksrelaties, CDA) voerde namens Nederland moeizame onderhandelingen op Curaçao.

Hiervoor was u burgemeester van Hof van Twente. Ervaart u koninkrijksrelaties als een lastig dossier?

„Nou, een land opheffen doe je niet zomaar. Het proces wordt vergeleken met het uittreden van Aruba uit de Nederlandse Antillen in 1986, maar dit lijkt meer op de opheffing van bijvoorbeeld Tsjechoslowakije. De Antillen zijn niet nieuw voor mij, ik was eerder voorzitter van de vaste Kamercommissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken. Maar wat het ook lastig maakt, is dat er in Nederland weinig bekendheid is met de Antillen en dat veel mensen er wel een oordeel over hebben.”

Vaak een negatief oordeel. Een groeiend aantal Nederlanders, in de Tweede Kamer vertegenwoordigd door Hero Brinkman van de Partij van de Vrijheid (PVV), is de Antillen liever kwijt dan rijk. Ziet u wel een toekomst voor het koninkrijk?

„Ja. Dan denk ik bijvoorbeeld aan het nieuws deze week van de Curaçaose zakenman Gregory Elias, die de komende jaren aan shirtsponsoring gaat doen bij NEC. Er komen ook opleidingsplaatsen voor getalenteerde Antilliaanse jongeren. Het is belangrijk ook de positieve dingen te laten zien.

„Brinkman wil de Antillen afstoten. Hij weet dat dat niet kan, omdat we een koloniale geschiedenis hebben en daarover afspraken hebben gemaakt in het Statuut [de grondwet van het koninkrijk]. Hij speelt in op de negatieve emoties bij mensen, maar hij heeft geen oplossing. Ik ben ook iemand die de vinger op de zere plek legt. Zo ben ik de eerste staatssecretaris die een paragraaf over deugdelijk bestuur opneemt in het hoofdstuk in de Nederlandse begroting over Koninkrijksrelaties.”

Maar de afspraken over deugdelijk bestuur heeft u gisteren wel voor de poorten van de hel moeten wegslepen.

„We hebben inderdaad heel straf moeten onderhandelen. Wellicht dat Sint-Maarten speculeerde dat Nederland op het gebied van corporate governance zou inbinden, dus op de afspraken om vriendjespolitiek in overheidsbedrijven uit te bannen. Maar dat is voor ons een essentieel punt. Daar doe ik echt niets aan af. Het is zaak dat je én problemen benoemt én zoekt naar een oplossing.”

Denkt u dat er corrupte politici zijn, op Curaçao, op Sint-Maarten?

„Ongetwijfeld. Maar die zijn er wellicht in ieder land. En er zijn op de Antillen ook wel mensen voor veroordeeld, dus het openbaar ministerie doet er ook wel iets aan. Dan is het des te belangrijker om daar goede afspraken over te maken, juist in relatie tot die schuldsanering.”

Hindert de wens van Brinkman om het Parlementair Overleg Koninkrijksrelaties op te blazen uw werk?

„De houding van Brinkman leidt tot een tweedeling, dat werkt belemmerend op het proces. Niemand kijkt meer naar de inhoud.

Aan de andere kant hoor je van Antillianen geluiden over neokolonialisme. Dat ergert mij.”