Derwisjdans en majorettestokjes

Dans Dansgroep Krisztina de Châtel met Cirklo. Gezien: 22 mei, Spiegeltent Sloterplas, Amsterdam. Aldaar t/m 1 juni. Parade Rotterdam: 12-22 juni. Informatie: www.dechatel.nl.

Bij aanvang van de nieuwe dansvoorstelling Cirklo van Krisztina de Châtel is voelbaar dat het publiek twijfelt of die verkeersgeluiden nu uit de boxen of van buiten komen – danspubliek is wel wat artistieke herrie gewend. In dit geval is dit klankdecor ‘echt’: de ronde Spiegeltent waarin Cirklo (Esperanto voor cirkel) wordt opgevoerd, staat vlak naast een drukke, doorgaande weg en duidelijk is ook dat Schiphol maar een paar kilometer verderop ligt.

Het stadslawaai past eigenlijk wel bij deze voorstelling. In Cirklo probeert De Châtel een brug te slaan tussen hoge en lage cultuur, tussen spirituele sereniteit en aardse gejaagdheid, tussen Oost en West. Echt geslaagd is zij daarin niet. Daarvoor zitten er te veel zwakke plekken in de vijftig minuten durende voorstelling voor zeven dansers, twee derwisjen en een kampioene twirlen; een mix van ritmische gymnastiek en majorettekunsten met een baton (‘stokje’ in lekentaal). Het stuk begint veelbelovend, met twirlster Sabina Hoogendijk die, tussen de dansers door paraderend, haar baton in een strak ritme laat spinnen. Als daarna de dansers, in kostuums die geïnspireerd lijken op historische uniformjassen (een ontwerp van AZIZ), ook met zo’n metalen stafje beginnen te manipuleren, vloeit direct elke spanning weg. Zij kunnen er namelijk niet veel meer mee dan wat decoratieve poses aannemen en die beperking is dit keer geen bron van inspiratie geworden voor de choreografe.

Nu en dan dwingt Hoogendijk de dansers als een pittige drilsergeant tot actie, zodat het geheel even de kracht en stuwing krijgt die het werk van De Châtel zo aantrekkelijk maken. Maar in feite kan het hele middendeel worden geschrapt. De elektronische en live uitgevoerde soefimuziek van David Dramm maakt gelukkig veel goed en als de Nederlands-Turkse soefibroers Tahsin en Oruç Sürücü aantreden, begint er iets te gebeuren. In traditionele, uitwaaierende rokken draaien ze in een gelijkmatig tempo om hun as, terwijl hun geheven armen langzaam van positie veranderen. Hun meditatieve derwisjdans krijgt een hedendaags antwoord in de cirkelbewegingen van de dansers van De Châtel en het contrast tussen de introverte rust van de soefi’s en het groepsgewijs exerceren van de ‘ongelovigen’ is onweerstaanbaar boeiend. Deze confrontatie zou nou juist langer mogen duren.

Wie weet knapt Cirklo op als de voorstelling in de zomer wordt aangepast voor de Parade in Rotterdam. Het is te hopen dat het stuk dan ook beter is ingedanst, want bij de première ontbrak bij de meesten de afgemeten precisie die de repetitieve bewegingsthema’s van De Châtel hun meerwaarde geven.