Denken dat je rijk wordt

De aanval van prof. Carlo Beenakker op de alchemisten is unfair (W&O 17 mei). Ze op één lijn zetten met Ti-Ta Tovenaar en de figuren bij Harry Potter vertekent het beeld bij voorbaat. Er waren wel degelijk alchemisten die met chemische reacties stoffen wilden en konden omzetten. Kolven, retorten en begrippen als sublimatie stammen uit hun tijd. Aan hen danken we ook het concept van symbolen voor elementen (Volvo`s beeldmerk is hun symbool voor ijzer).

Het idee van een steen der wijzen, die ijzer in goud kan veranderen was in hun wereld niet zo gek, gezien het feit dat wij nu katalysatoren en enzymen toepassen. Volgens Beenakker wil de wetenschapper met de natuurwetten meewerken, door ze eerst te begrijpen en dan toe te passen. Ik vraag hem, mij een katalysator te noemen die niet eerst werkzaam bleek en pas daarna verklaard werd. Uit eigen ervaring weet ik dat speurwerk voornamelijk het verbeteren van bestaande reacties of van interessante verrassingen is. De Ziegler-Natta katalyse is daar een fraai voorbeeld van.

In het algemeen wil ik stellen dat wat wij natuurwetten noemen, eigenlijk beschrijvingen van verzamelingen van verschijnselen zijn, die getoetst worden door voorspellingen te testen (het woord `wetten` suggereert zoiets als intelligent design). Die wetten zijn soms maar tijdelijk (vgl. de phlogiston-theorie uit 1667, dus ruim na de tijd van de magiërs). De wet van behoud van energie werd door Julius Mayer geformuleerd, nadat een matroos hem op het opwarmen van de zee door een zware storm had gewezen. Einsteins formule E=mc2 was de geniale oplossing van de waarneming dat de lichtsnelheid een constante is.

Kortom, de huidige wetenschappers mogen dankbaar zijn voor het grondwerk dat sommige alchemisten gedaan hebben, in plaats van ze categorisch belachelijk te maken. En het oordeel van een econoom over Newton zegt mij niets, want economie is geen exacte wetenschap.