De stelling van Kristien Hemmerechts: Mannen moeten hun seksualiteit veranderen

Het is ergerniswekkend dat, ook in de literatuur, mannelijke seksualiteit wordt gezien als een recht waar absoluut voor moet worden gezorgd, zegt Kristien Hemmerechts tegen Elsbeth Etty.

In uw pamflet ‘De man, zijn penis en het mes’ ageert u tegen het beeld dat schrijvers als Jack Kerouac, J.M. Coetzee, en Philip Roth geven van seksualiteit. Dat zou agressief zijn (de penis als mes dat wil verwonden) en beledigend voor vrouwen. Weg dus met hun boeken?

„Die metafoor van de penis als mes is niet van mij. Je komt hem veelvuldig tegen in het werk van mannen. Iemand wees me op The Locked Room deel 3 van Paul Auster’s The New York Trilogy waarin de manlijke hoofdpersoon denkt: „I liked fucking but in a way that has nothing to do with pleasure. I was fucking out of hatred and I turned into an act of violence. I wanted to pulverise this woman.”

Ik ken honderden romans met dergelijke ontboezemingen, die ongetwijfeld een manlijke belevingswereld weerspiegelen. Is het niet juist een functie van lezen om in de belevingswereld van anderen door te dringen?

„Ik wil zulke romans heus niet verbieden. Het enige wat ik betoog is dat ik mij er niet mee kan identificeren. Ik neuk nooit met een man uit verlangen hem te vermoorden.”

U droomt van een wereld waarin mannen dat ook niet meer doen en er dús niet meer over schrijven?

„Dat is inderdaad de kern van mijn pamflet. Het is niet zo dat ik de literatuur verantwoordelijk houd voor seksueel misbruik. De literatuur is een afspiegeling van seksuele fantasieën. Ik pleit niet voor het onderdrukken van die fantasieën, maar voor een wereld waarin zulke fantasieën niet meer bestaan.”

Dan droomt u van een wereld zonder seks.

„Nee, ik wil alleen niet aanvaarden dat mannelijke seksualiteit agressief is. Als dat werkelijk zo zou zijn, dan moeten mannen zich over dat probleem gaan buigen. Zij moeten zich dan maar eens afvragen hoe ze omgaan met dat aspect van hun wezen.”

Maar romans waarin zij dat doen, zoals ‘On he Road’ van Jack Kerouac verwerpt u juist.

„Ik verwerp dat boek niet. Ik schrijf alleen dat ik het overdreven vind dat zo’n seksistisch boek, waarin een manlijk personage de vrouw met wie hij seks heeft louter als object ziet, nog altijd zoveel aandacht krijgt. Het heeft in mijn ogen al meer dan genoeg aandacht gehad.”

Geldt dat dan ook voor Shakespeares ‘The Merchant of Venice?’ Zegt u daarvan ook: een toneelstuk waarin joden zo walgelijk worden voorgesteld heeft al genoeg aandacht gehad, dat moeten we maar niet meer lezen?

„Kerouac is niet te vergelijken met Shakespeare. ‘On the Road’ is namelijk helemaal niet zo’n fantastisch boek. Veel mensen hebben het niet gelezen, ze dwepen met de cultus er omheen: jongens die onderweg zijn en doen waar ze zin in hebben. Ze pikken vrouwen op, ze drinken, gebruiken drugs. Het is een cultus die te maken heeft met het beeld van de vrije, ongebonden man, die altijd een jongetje kan blijven en geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen. Als je kijkt naar de levens van die beatniks, zie je dat het emotioneel grote mislukkelingen waren, hun leven was een puinhoop. Het idealiseren daarvan hangt me de keel uit.”

Dus u legt morele maatstaven aan bij het beoordelen van literatuur?

„Eerlijk gezegd heb ik op de kwestie literatuur versus moraal geen antwoord. Ik heb met mijn studenten vaak teksten gelezen die seksistisch of racistisch zijn. Zelfs bij Orwell kom je racisme tegen en dat hoef je niet goed te keuren. Ik wil duidelijk maken dat je niet ieder aspect van een literair meesterwerk fantastisch hoeft te vinden. Het blijft vreemd dat je aan een aantal werken uit de literatuurgeschiedenis iconische waarde toekent – neem het werk van Nabokov – terwijl er tegelijkertijd op ethisch vlak hele verontrustende dingen in gebeuren.”

Ethische problemen ontstaan toch niet door de literatuur, die is er juist om die problemen te onderzoeken. U vindt het schokkend dat vrouwen in ‘On the Road’ alleen maar ‘neukdoosjes’ zijn, maar dat wáren de meeste vrouwen toch voordat ze zichzelf uit die rol bevrijdden?

„Ik ben beïnvloed door het postmodernisme. We leven in teksten, in representaties. Onze ervaring van de werkelijkheid wordt bepaald door teksten en beelden. Als die teksten en beelden de werkelijkheid weerspiegelen, des te erger, dan moeten we daartegen in opstand komen.”

Volgens mij zijn vrouwen al ruim een eeuw in opstand. In uw pamflet schrijft u ervan te dromen dat mannen nu eens in opstand komen, maar waartegen? Tegen hun penis?

„Het enige wat ik zeg, is dat mannen hun penis niet langer als een mes moeten beschouwen, maar als een instrument waarmee ze genot kunnen geven. De passage in ‘On the Road’ waartegen ik bezwaar maak gaat over seks met een broze, geschonden vrouw. Ik kan mij niet voorstellen dat je seks kunt hebben met zo’n kwetsbaar wezen dat bij mij alleen maar moederlijke gevoelens opwekt.”

Dankzij Kerouac lukt het mij iets te begrijpen van mannen die seks willen met doodzieke heroïnehoeren.

„Ik kan me er niet bij neerleggen dat mannen zo zijn, dat is me te defaitistisch. Je kunt niet zeggen: we leven nu eenmaal in een wereld waarin de ene helft van de mensheid met een agressieve seksualiteit zit opgescheept en de andere helft óf het klooster in moet óf zich maar moet aanpassen, wil ze ze zich niet voortdurend hoeven ergeren.”

Je kunt wél zeggen: vrouwen moeten er voor zorgen dat ze zich niet hoeven aan te passen aan gedrag dat hun niet welgevallig is. Daar gaat het feminisme over: wees onafhankelijk zodat je zelf je seksuele partners kunt kiezen.

„Dan ga je er dus vanuit dat mannen niet te veranderen zijn en leg je de verantwoordelijkheid voor het onderhouden van gelijkwaardige seksuele relaties bij vrouwen.”

Inderdaad. Als iemand mij agressief bejegent, verbreek ik de relatie en geef ik hem aan bij de politie.

„Ik droom in mijn pamflet over een wereld waarin dat niet nodig is omdat mannen anders met hun seksualiteit omgaan. Mij interesseert het niet of ze van nature agressief zijn of dat het een kwestie van opvoeding is, ik wil gewoon dat ze veranderen.”

Hoe dan?

„Twee feministische golven en een derde die nu bezig zou zijn, hebben de mannen niet veranderd. Vandaar dat ik zeg: laten we nu maar eens de bal bij hen leggen. Ik houd van mannen, ik heb graag seks met ze, maar ik wil me niet steeds ergeren aan aspecten van hun gedrag.”

Waar bestaat die ergernis precies uit?

„Ik erger me – ook in de literatuur – aan het feit dat manlijke seksualiteit wordt gezien als een recht, waar absoluut voor moet worden gezorgd. Als er oorlog is moeten er ‘troostmeisjes’ komen. Heb je ooit van ‘troostmannen’ voor vrouwelijke militairen gehoord?”

Dat vermeende ‘recht op seks’ van mannen heeft de tweede feministische golf met succes aan de kaak gesteld. Verkrachting binnen het huwelijk is in Nederland sinds de jaren tachtig strafbaar, seksuele intimidatie op het werk wordt tegenwoordig overal aangepakt.

„Maar mannen trekken zich daar niets van aan! Dat kun je zien in romans als Disgrace van Coetzee of The Human Stain van Philip Roth. Ze maken een karikatuur van feministen en doen net of alle acties tegen sexual harassment op universiteiten nergens voor nodig waren..”

Roth laat alleen maar zien dat overdreven feministische of andere politieke correctheid tot nieuwe vormen van tirannie kan leiden. Het valt toch niet te ontkennen dat er vrouwen zijn die mannen ten onrechte beschuldigen van seksuele intimidatie?

„Roth haalt in ‘The Human Stain’ geen enkel voorbeeld aan waaruit blijkt dat vrouwen terecht actie hebben gevoerd tegen seksueel misbruik. Hij stelt zijn hoofdpersoon voor als een slachtoffer van feministen en daardoor wordt het boek eenzijdig. Hetzelfde in ‘Disgrace’, ook daar wordt David, een universiteitsprofessor, voorgesteld als slachtoffer van de code tegen sexual harassment.”

Roth en Coetzee geven een beeld van een veranderende werkelijkheid waarin het vermeende manlijke recht op seks onder vuur ligt. Daar is toch niets verkeerds aan?

„Verkeerd niet, ik zeg alleen dat ze een beperkt beeld schetsen. Voor mij zijn hun boeken voorbeelden van mijn stelling dat mannen weigeren in te zien waar het om gaat: namelijk dat zij zelf en niet de vrouwen er voor moeten zorgen dat ze op een respectvolle manier met vrouwen omgaan. Ik wil dat mannen eindelijk eens hun eigen seksualiteit aan de orde gaan stellen.”

Dat doen ze, alleen de manier waarop bevalt u niet. Als Leopold Bloom in James Joyce’s Ulysses masturbeert bij het kijken naar een meisje op het strand en daar schuldgevoelens over heeft, keurt u dat af.

„Ik keur het niet af. Ik constateer het. En ik merk op dat hij uiteindelijk toch dat meisje de schuld geeft van zijn misdraging. Joyce beschrijft puur een mannenfantasie. Het probleem is dat veel vrouwen denken dat mannenfantasieën, waar alle boeken, films en bladen vol van staan, de norm zijn waaraan zij zich moeten aanpassen Als vrouwen hun schaamlippen laten corrigeren of hun schaamhaar epileren is dat om te voldoen aan de mannenfantasie van seks met jonge meisjes. Zo ontstaat een perverse cultuur waarin de manlijke lust domineert. De blow job, pijpen, is ook zoiets. Uit romans blijkt dat tot aan de seksuele revolutie alleen hoeren dat deden. Het moderne idee dat vrouwen en meisjes dat tegenwoordig voor hun lol doen, is louter een mannenfantasie.”

De populariteit van de blow job heeft eerder te maken heeft met de maagdelijkheidscultus in religieuze kringen: alles is geoorloofd zolang je maar maagd blijft.

„Dat neemt niet weg dat een blow job louter een manlijke behoefte bevredigt, terwijl het wordt voorgesteld als een vorm van bevrijde vrouwelijke seksualiteit. In Platform van Houellebecq, wordt een geëmancipeerde vrouw beschreven die zo moe is van haar werk dat ze alleen nog maar kan pijpen. „Ze kwam zo doodmoe thuis van haar werk dat ze geen kracht meer had om te vrijen, net genoeg om me af te zuigen…” ”

Ik denk niet dat, omdat Houellebecq dit schrijft, vrouwen zich verplicht voelen om na een zware werkdag hun man een blow job te geven.

„Door de beeldvorming, waar Houellebecq aan bijdraagt, wordt de indruk gewekt dat bepaald gedrag hoort bij de seksuele bevrijding van vrouwen, terwijl het in werkelijkheid alleen maar over de seksuele bevrijding van de man draait. Een blow job is opwindend voor een man en zwaar, vervelend werk voor vrouwen. Maar wat doen de vrouwen? Die passen zich weer eens aan. In mijn droomwereld – en daar eindig ik mijn pamflet mee – hoeven vrouwen zich niet meer aan te passen aan mannen. In die wereld willen mannen niet meer met een mes in hun broek rondlopen, geen wonden toebrengen met hun penis, maar er genot mee geven.”