De poort blijft open

Ineens is het van de baan, de selectie van studenten. Maar waarom eigenlijk? Marieke van Twillert

Studenten van het University College Utrecht, bij hun afstuderen. (Foto Evelyn Jacq) Nederland, Utrecht, 30-05-2003 Utrecht University College . Afstudeer ceremonie van Internationale studenten van het UCU van de Universiteit Utrecht. de plechtigheid vond plaats in de Domkerk. Het Utrecht University College bevindt zich op een apart campus. De studenten wonen en volgen colleges op het campusterrein. De campus bevindt zich op een voormalig Kazerneterrein. De studenten wachten op de uitreiking ceremonie. Studenten, vrouwen, academici, hoog onderwijs, universiteit, afstuderen. Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

De ‘selectie aan de poort’ is een stille dood gestorven. Universiteiten en andere hogeronderwijsinstellingen mogen niet studenten toelaten op basis van examencijfers. Het kabinet besloot dat op de vrijdagmiddag voor Pinksteren. Geen haan die ernaar kraaide, hoewel het onderwerp in de afgelopen jaren inzet was van fikse discussies, serieuze experimenten en speciale commissies. Het gaat hier niet om selectie van studenten voor studies met weinig plaatsen, zoals geneeskunde.

Helemaal verdwenen is selectie aan de poort niet, legt een woordvoerder van minister Plasterk uit. Selectie mag bij een aantal opleidingen; bij die met kleinschalig, residentieel onderwijs bijvoorbeeld, zoals de colleges, en bij een aantal nieuwe experimenten. Maar het idee van breed in te voeren selecteren aan de poort is wel van de baan, onder meer omdat de waarde van examencijfers, volgens de minister, het latere studiesucces niet goed voorspelt.

Het idee was ooit, zegt voorzitter Mark Rutte van de VVD-fractie in de Tweede Kamer, om met selectie aan de poort, ‘benchmarking’ en leerrechten “een hoogvlakte” te creëren. “Dat idee is gestorven. Nu zie je alleen laagvlakte.” Als staatssecretaris van Onderwijs was Rutte tussen juni 2004 en juni 2006 een van de pleitbezorgers van selectie aan de poort. Met leerrechten, was het idee, konden studenten voortaan onderwijs ‘inkopen’, met ‘benchmarken’ van het onderwijs was het de bedoeling opleidingen te kunnen vergelijken.

Het kabinetsbesluit was een reactie op het eindrapport Wegen voor Talent van ‘Ruim baan voor talent’, de commissie onder voorzitterschap van oud-minister Benk Korthals (ook VVD) die in 2003 was ingesteld door toenmalig staatssecretaris Annette Nijs (Onderwijs, ook al VVD).

In aanloop naar haar voorstel voor poortselectie was er discussie over het begrip ‘world class’, zegt Nijs nu, sinds 2006 directeur van het Europe China Institute van Nyenrode Business University. “Wij wilden de wereldtop bereiken op een aantal onderwijsterreinen.” Op welke terreinen precies, daar had Nijs, staatssecretaris van juli 2002 tot juni 2004, geen uitgesproken ideeën over. “De keuze van de terreinen is aan de universiteiten.”

Het is een typisch liberaal idee, selecteren aan de poort. Toenmalig VVD-leider Frits Bolkestein zei in 1994 dat selectie aan de poort een “goed effect heeft op het studiegedrag van studenten” en een jaar later stelde hij dat op de universiteit “geen plek is voor subtoppers”. Maar ook in de decennia daarvoor was het een terugkerende vraag hoe de toenemende aantallen studenten in Nederland bij te sturen. In 1970 telden de universiteiten 103.500 en het hoger beroepsonderwijs 79.100 studenten; in 2006 waren dat er respectievelijk 194.900 en 304.600.

De Tweede Kamer stemde indertijd in met Nijs’ plannen om ‘topopleidingen’ te genereren door selectie aan de poort, zij het dat het vooralsnog om experimenten moest gaan. Nijs werd in juni 2004 opgevolgd door Rutte.

De Universiteit Leiden was warm voorstander van selecteren aan de poort, met als doel het niveau op te krikken. In 2005 begon de universiteit bij wijze van proef studenten geschiedenis en rechtsgeleerdheid te selecteren op basis van ‘specifieke en algemene’ vaardigheden. Studenten rechtsgeleerdheid, Duits, Frans en Italiaans moesten in een brief en een gesprek hun motivatie toelichten.

De Leidse selectieproef was wetenschappelijk onderbouwd, maar werkte toch niet, concludeerde het college van bestuur na een jaar. Het meldde: “Uit onderzoek komt naar voren dat het gemiddelde examencijfer een goede basis kan zijn voor selectie aan de poort. Het uitsluitend hanteren van een vereist examengemiddelde gaat echter gepaard met een groot nadeel: het afwijzen van een groot aantal studenten van wie op basis van de beschikbare gegevens aannemelijk is dat zij de studie zeer wel succesvol zouden kunnen afronden. Daarom moet dit selectiemiddel worden verfijnd.” Van dat ‘verfijnen’ is het niet meer gekomen in Leiden.

Rutte kan zich nog altijd opwinden over het stopzetten van het Leidse selectie-experiment. “Slappe hap. Ze hebben één instrument gebruikt. Dat lukte niet, dus hebben ze het afgesloten.”

Plasterk bepleit studiekeuzegesprekken, ook wel intakegesprekken genoemd. Selectie ná de poort in plaats van voor de poort, vertaalt Rutte. Studenten zijn al aangenomen, je kunt hen alleen nog sturen naar een eventueel andere opleiding binnen de universiteit. “Als second best vind ik het prima, maar als geheel is het verlies heel jammer.”

Dergelijke intakegesprekken worden al gevoerd door diverse instellingen, bijvoorbeeld kleinschalige ‘colleges’ als de Roosevelt Academy in Middelburg. Colleges – uitgesproken op z’n Engels – zijn internationaal georiënteerde opleidingen met Engels als voertaal. ‘Dean’ Hans Adriaansens van de Roosevelt Academy, die zelf lid was van de commissie-‘Ruim baan voor talent’ (partijloos), verbaast zich niet over de dood van poortselectie. “We weten al een paar decennia dat selectie op vwo-cijfers tot de slechtere voorspellers van studiesucces hoort. Helaas wordt daaruit zelden de conclusie getrokken dat de organisatiecontext waarin studenten terechtkomen veel belangrijker is: de sfeer, de gebouwen, het personeel. Universiteiten kunnen zich blijkbaar niet voorstellen dat ze op dat punt tekortschieten. Mijn ervaring is dat juist die omgeving de verborgen kwaliteiten van studenten – en docenten – tot hun recht doet komen.”

In het intakegesprek hebben Adriaansens en zijn collega’s maar één criterium voor een kandidaat-student: ‘Wil je even hard werken als ik?’ De ideale kandidaat heeft in een brief al verteld dat hij of zij een brede academische belangstelling heeft. Uit het cv blijkt dat de student op de campus ook mee zal doen aan sociale activiteiten als debattoernooien en concerten.

De colleges zijn Greenpeace-scheepjes in een zee van olietankers, zegt Rutte. “Je kunt zien dat selectie daar werkt. Alle studenten zijn in theorie gemotiveerd, maar je moet ze bij de strot grijpen.”

Hogeschool InHolland begint komend schooljaar bij vier, mogelijk vijf opleidingen met intakegesprekken. Geert Dales, voorzitter van het college van bestuur van de hogeschool met 34.000 studenten en óók al VVD, wil bij gebleken succes de gesprekken invoeren in de hele hogeschool. Dat zijn heel veel mensen, erkent hij, en dus heel veel gesprekken. “Maar we denken dat het zich uitbetaalt.”