De Maas als Styx op Operadagen

Theater: Orpheus in de onderwereld door Operadagen Rotterdam. Gezien: 23/5 Las Palmas, Wilhelminakade, Rotterdam. Te zien t/m 28/5. Inl.: www.operarotterdam.nl

De Rotterdamse Maas is bij gelegenheid van de Operadagen Rotterdam 2008 omgedoopt tot Styx, de rivier die naar het dodenrijk voert. Passagiers van de motorschepen James Cook en Marco Polo bereiken veilig de onderwereld. Hier sterft Orpheus’ geliefde Euridice haar tweede dood.

Met de muziektheatervoorstelling Orpheus in de onderwereld opende gisteravond het festival Operadagen Rotterdam. Artistiek leider Guy Coolen hield bij zijn toespraak de toeschouwers voor dat ‘opera een potentieel heeft dat meer is dan het brengen van producties in operagebouwen’. In pauselijke termen vertaald acht Coolen opera bestemd ‘voor de stad en de wereld’. Komende week zijn onder meer te zien De Materie van Louis Andriessen en Mozarts Toverfluit door Pantalone en Muntschouwburg, Brussel. Ook levert het Onafhankelijk Toneel met de opera Kwasi en Kwame een belangrijke bijdrage; van dit gezelschap zijn in de Schouwburg videoregistraties van eerdere uitvoeringen te zien.

Bij de presentatie werd bekend dat de Rotterdamse wethouder Orhan Kaya van Participatie en Cultuur voor de komende vier jaar het initiatief steunt. Bovendien komt er een cultureel samenwerkingsverband tussen Rotterdam en de steden Antwerpen en Aix-en-Provence.

Met de première van Orpheus in de onderwereld heeft Coolen zijn doel bereikt: de onverwachte entourages zijn inderdaad verrijkend. In de vertrekhal van Las Palmas, voorheen het gebouw van de Holland Amerika Lijn, maken de toeschouwers kennis met het begin van dit dramatische liefdesverhaal: herders en herderinnen scheppen een pastorale atmosfeer, delen bloemen en fruit uit op de live-klanken van de eerste opera, Monteverdi’s L’Orfeo (1607). De tedere klanken van klavecimbel en theorbe (een luit) worden wreed verstoord door heftige, woelende klanken die Euridice naar de onderwereld dwingen. Een slang heeft haar gebeten. De volgende statie in het verhaal voert over de Styx naar de kerk van Oud-IJsselmonde, waar zangeressen Rea Claudia Kost (Orfeo) en Sonja Volten (Euridice) een bitterzoete confrontatie aangaan op de muziek van Glucks Orfeo ed Euridice (1762): Euridice wil dat haar geliefde naar haar kijkt, maar de machten der Hades verbieden dat. De minnaars staan rug aan rug. In een gevecht van zang en spel klinken aria’s als Che a vivere incomincio! (Wat is dit voor een leven!) en Che farò senza Euridice? (Wat moet ik zonder Euridice?) als felle rouwklachten.

Onder de Van Brienenoordbrug heerst de ergste gruwel. Orpheus moet kiezen tussen een levende en een dode Euridice. De zangeressen in witte bruidsjurken zingen slechts een tekstregel van de Britse componist John Tavener, ‘Lord Jesus Christ, Son of God, Have Mercy Upon Me’ (1999). Brokken puin, het bonkende verkeer over de brug, de dreigend-obstinate klanken van het Mondriaan kwartet creëren een sinistere sfeer. Opnieuw teruggekeerd in de vertrekhal veegt de lichtvoetige, ironische operette Orpheus in de onderwereld (1858) van Offenbach alle weemoed om de onmacht der liefde weg. De dood is veranderd in een sensuele cancan.