De deskundige rukt op in het recht

Hoogleraren beginnen zich meer en meer in rechtszaken te mengen. Eerst nieuwsgierig, dan wantrouwend en dan boos. „Het is verslavend.”

Jan Frijters hoorde een man met „een prettige stem” zich op televisie afvragen hoe een speurhond zijn geur had kunnen ruiken aan een mes dat hij nooit had vastgehouden. „Ik was achter in de vijftig. Ik hoefde niet meer de blits te maken. Maar een vriend van me die tandarts is, zei dat ik een maatschappelijke verantwoordelijkheid had.”

Dus ging Jan Frijters, bijzonder hoogleraar in sensorische en psychologische aspecten van voeding aan de Universiteit Wageningen, zich bemoeien met de Deventer moordzaak en met de man die ervoor vastzat, Ernest Louwes.

Het gebeurt in de Verenigde Staten al jaren en het begint in Nederland nu ook gewoon te worden: hoogleraren – in de statistiek, filosofie, methodologie, psychologie of wat dan ook – die zich in controversiële rechtszaken mengen, zoals deze week de zaak-Sweeney. Vaak mannen die aan het eind van hun loopbaan zijn. Ton Derksen. Richard Gill. Jan Frijters. Hans Crombag. Peter van Koppen. Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft.

Ze horen of lezen over een zaak en vermoeden dat er fouten zijn gemaakt – door een ondeskundig commentaar van een deskundige in hun vakgebied of door hoe justitie daarmee omgaat. Ze zijn eerst nieuwsgierig, dan wantrouwend, dan boos.

Ze bellen de advocaat van de verdachte of veroordeelde over hun bevindingen. Ze bieden hun diensten gratis aan. Ze bellen en mailen elkaar en andere deskundigen. Sommigen hebben nu ook het vertrouwen in advocaten verloren, omdat die dezelfde redeneerfouten zouden maken. Hoogleraar Ton Derksen, bekend van de zaak Lucia de B., schrijft dáár nu een boek over. Werktitel: Het zwartste scenario. Zijn vorige boek ging over de ‘gerechtelijke dwalingen’ van het Openbaar Ministerie.

Hoogleraar statistiek Richard Gill van de Universiteit Leiden las Derksens eerste boek – over de Haagse verpleegkundige Lucia de B.. Gill raakte geïnteresseerd, beroepsmatig. Maar de zaak „duurde maar en duurde maar” en in die tijd las hij op internet over Kevin Sweeney, die vastzit voor moord door opzettelijke brandstichting. Sweeney’s vrouw kwam om bij die brand, in 1995.

Gill raakte ervan overtuigd dat in deze zaak ook alles verkeerd was gegaan. Deze week diende Sweeney een verzoek in bij de Hoge Raad om zijn zaak te herzien. In nieuw onderzoek staat dat hij de brand niet eens had kúnnen aansteken. Derksen en Gill hadden ervoor gezorgd dat het onderzoek er kwam. Voormalig brandweerofficier Fred Vos voerde het uit.

Gill: „Ik ben wegens de zaak Lucia enorm geïnteresseerd geraakt in dit soort dingen. Mijn onderzoek en onderwijs buigt zich om naar de forensische statistiek. Ik heb door de zaken Lucia en Kevin meer interessante, sympathieke en bewogen mensen ontmoet dan ooit tevoren. Ik heb nooit zulke fantastische intellectuele uitdagingen gehad. En zolang Lucia niet helemaal is vrijgesproken is, ga ik door met dit soort dingen.”

Advocaat Geert-Jan Knoops is gespecialiseerd in herzieningszaken. Hij zegt dat hij na publiciteit over een herzieningszaak steeds vaker door deskundigen wordt gebeld. Ze denken mee, ze bieden hun hulp aan. Het kan een „deskundigeninitiatief” worden genoemd. „Het is een olievlek die zich in deskundigenland verspreidt”, zegt hij. Gill vertelt dat hij wegens de Lucia de B. zaak drukbezochte lezingen heeft gehouden op universiteiten: „Wetenschappers zijn gefascineerd, opgewonden en bezorgd.”

Het Openbaar Ministerie zegt het toe te juichen als burgers meedenken met de politie, kijken naar opsporingsprogramma’s en tips doorgeven. „Maar burger- of deskundigenopsporing is aan grenzen gebonden”, zegt een woordvoerder van het OM. Bovendien, zegt hij: „als mensen zich langer met een bepaalde zaak bezighouden lijkt het gevaar te bestaan dat de objectiviteit uit het oog wordt verloren.”

Frijters had succes: het mes bleek niet het moordwapen te kunnen zijn. Hij toonde in nog achttien zaken de onbetrouwbaarheid van geurproeven aan. Hij ging lezingen geven, schreef een artikel in een juridisch tijdschrift. Vorig jaar gaf ook het OM toe dat geurproeven, in nog veel meer zaken, onbetrouwbaar zijn.

Begin dit jaar hoorde Frijters artsen op televisie vertellen dat een studie in Utrecht naar de werking van probiotica goed was opgezet, ook al waren er wel heel veel patiënten overleden. Hij had er geen verstand van, maar via amazon.com bestelde hij voor 450 euro aan boeken en hij verdiepte zich in de methodologie van het onderzoek. Nu heeft hij daar een artikel over geschreven. Hij zegt: „Het was de arrogantie van die artsen. Waarom moeten steigerbouwers zich verantwoorden als hun steigers instorten en hoeven artsen dat niet als ze fouten maken?”

Richard Gill berekende dat door rekenfouten het probiotica-onderzoek te lang heeft kunnen doorgaan. Frijters wil de slachtoffers en hun nabestaanden van het onderzoek gaan bijstaan. Maar hij zegt ook dat dit „rechercheachtige werk” zijn hobby is geworden. „Het is verslavend.”

Ton Derksen lijkt ook succes te krijgen met zijn jarenlange pogingen om – zo was het eerst – aan te tonen dat het bewijs tegen Lucia de B. niet deugde en – zo werd het later – haar onschuld te bewijzen. Lucia de B. is tijdelijk vrijgelaten en de Hoge Raad beslist binnenkort of haar zaak moet worden herzien. Over de zaak Sweeney schreef hij een hoofdstuk in zijn boek over het OM, maar hij bemoeit zich nu niet met het herzieningsverzoek. Hij is te druk met een nieuwe zaak: Henk H., de man die 20 jaar cel kreeg voor de moord op een man die hij in een bos in Flevoland zou hebben begraven. Eind van deze maand wil Derksen de zaak aanmelden bij de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken. Gill doet nu Sweeney.