Cursus uitburgering

Een verplichte cursus over alles wat met de dood heeft te maken is hard nodig.

De mens is als de dood voor de dood. Dat kun je alleen maar veranderen door goede voorlichting over de laatste fase van ons leven, lang voor het overlijden. Als reactie op de met vreemdelingenhaat doorspekte discussie over de noodzaak van een inburgingscursus, heb ik in de Gezondheidsraad gepleit voor een verplichte uitburgeringscursus voor alle Nederlanders. Op verzoek van de voorzitter heb ik daar een discussiestuk over geschreven dat voor het nageslacht geregistreerd is onder nummer 655-84. We hadden een geanimeerde discussie, maar ik was niet verbaasd dat het geen onderdeel werd van het formele advies aan de regering van dit respectabele orgaan.

Toch wil ik pleiten voor zo’n uitburgeringscursus. Die moet gaan over euthanasie, pijnstilling, palliatieve sedatie en versterven (informatie: www.nvve.nl). Tevens moet ‘hulp bij het zelfgekozen levenseinde’ ter sprake komen. Het standpunt van de Stichting Vrijwillig Leven hierover is: „We hebben recht op het zelfgekozen levenseinde en op het verkrijgen van de middelen om dat op een humane manier te realiseren”. De NVVE onderscheidt drie groepen waarvoor de wettelijke procedures niet goed functioneren: dementerenden, chronische psychiatrische patiënten en ouderen die vinden dat hun leven voltooid is. Het behandelverbod geeft ook voortdurend problemen. Hoewel artsen wettelijk verplicht zijn zich er aan te houden, doen ze dat vrijwel nooit.

Reanimatie is vaak niet verstandig of, zoals verpleeghuisarts Bert Keizer het kernachtig kenschetst, „een vaak extreme vorm van mishandeling”. Ik heb zelf als co-assistent ook eens iemand gered door reanimatie en ik heb er nog spijt van. Hij kreeg een hartstilstand toen hij door de verpleging in bed de zaal werd opgereden. Ik deed onmiddellijk wat ik geleerd had en reanimeerde hem met succes. Enige tijd later kwamen zijn gegevens binnen. Hij bleek een longcarcinoom te hebben dat was ingegroeid in het hart. De dagen daarna was ik dag en nacht bij hem om zijn ademwegen leeg te zuigen, zodat hij wat lucht kon krijgen. Wat had ik hem een hoop ellende kunnen besparen. Reanimatie van pasgeborenen die langer dan 10 minuten duurt zonder dat er hartactie is, lijdt in 9 van de 10 gevallen tot ernstige hersenschade en moet dan dus worden gestopt. Welke ouder in spé heeft daar wel eens van gehoord?

Na de onontkoombare dood kan men zijn lichaam ‘ter beschikking stellen aan de wetenschap’, wat betekent dat men het lichaam ter beschikking stelt van het practicum anatomie voor geneeskundestudenten. Daar is niets op tegen, maar als men echt wil meewerken aan de wetenschap, dan kan men beter zijn hersenen ter beschikking te stellen aan de Nederlandse Hersenbank, die hersenmateriaal van meer dan drieduizend obducties verstrekt aan onderzoeksgroepen over de hele wereld. Met als resultaat honderden nieuwe inzichten in neurologische en psychiatrische ziektebeelden.

Het is ook van belang mee te werken aan een obductie. Daarbij wordt onderzocht of de diagnose en behandeling juist waren. Momenteel wordt hiervoor pas toestemming gevraagd als iemand net is overleden en iedereen vol verdriet bijeen zit. Dat is het allerslechtste moment om over zoiets ingrijpends te spreken. Wat ook ruim van tevoren moet worden besproken, zijn onderwerpen als hersendood, transplantatie van weefsels, organen (Eurotransplant) en van het hoornvlies (Hoornvliesbank). En natuurlijk moet ook de begrafenis of crematie lang van tevoren met alle betrokkenen besproken zijn.

Ook al is er geen leven na de dood, er is nog heel wat te beleven rond de dood. Het maakt het voor alle betrokkenen zoveel beter als ze weten hoe u er over denkt. Wat ik zelf wil? Mijn hersenen gaan naar de Nederlandse Hersenbank. Als me de tijd gegeven wordt, schrijf ik voor mijn collega’s op waar ze speciaal aandacht aan moeten besteden en geef wat technische suggesties die hen ongetwijfeld zullen irriteren. Mijn organen en weefsels mogen voor transplantatie gebruikt worden, en wanneer een obductie zinvol is, kunnen ze dat doen. Wat er met de rest gebeurt, is voor mij volkomen onbelangrijk. Dat moet de familie maar beslissen.

Als u nog meer suggesties heeft voor de cursus houd ik mij aanbevolen. Krijgt u er al zin in? In zo’n cursus bedoel ik. Want ik wens u een gezond, plezierig leven, zolang als ú dat wilt.

Dick Swaab

Dick Swaab is hoogleraar in de neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is verbonden aan het Nederlands instituut voor Neurowetenschappen. Reacties en vragen kunt u sturen naar Zbrieven@nrc.nl