Bataafse opstand had niets te maken met identiteit

De rede van prof. Olivier Hekster (Opiniepagina, 15 mei) illustreert hoe hachelijk het is om lessen te trekken uit het verleden. Hekster gebruikt de Bataafse opstand tegen de Romeinen van 69-70 om te illustreren dat het onmogelijk is - en zelfs onwenselijk - om de eigen identiteit te behoeden voor externe invloeden.

Maar is dit wel een juiste historische interpretatie? Deze opstand was niet gemotiveerd door angst voor het verliezen van de identiteit. De Bataven waren vrijgesteld van belastingen en leverden in goed overleg manschappen voor het beschermen van het Romeinse Rijk. Het schoot de Bataven in het verkeerde keelgat dat keizer Vitellius in 69 zonder overleg Bataafse soldaten ronselde om ze in te zetten in een intern conflict, de burgeroorlog tegen Vespasianus. De Romeinse legioenen sloegen na verloop van tijd de opstand neer en er werden maatregelen genomen om een herhaling te voorkomen.

Hekster schrijft dat de Bataafse opstand niet goed afliep voor de Bataven en stelt dat het in een globaliserende wereld zo mogelijk nog minder wenselijk is om de eigen identiteit te willen behouden. Maar Heksters `les` kun je met even veel gemak omdraaien: die Bataven riepen de problemen eigenlijk over zichzelf af door betrekkingen met de grote Romeinse buur aan te gaan. Hadden ze maar vastgehouden aan hun eigen tradities, dan hadden de Romeinen niet zo gemakkelijk de bakens kunnen verzetten.