Astronomen zien aankondiging van ster-explosie

Astronomen hebben voor het eerst een supernova precies op het moment van zijn explosie waargenomen (Nature, 22 mei). Die explosie vond op 9 januari plaats in NGC 2770, een sterrenstelsel op 90 miljoen lichtjaar van de aarde. De astronomen waren dit stelsel met de Swift-satelliet aan het bestuderen, toen er opeens een heel heldere röntgenbron verscheen die na zeven minuten weer was verdwenen. Het was direct duidelijk dat het hier om een supernova – de explosie van een zware ster – moest gaan en daarom werden meteen andere telescopen in de ruimte en op aarde op het verschijnsel gericht.

Een supernova vindt plaats als de kern van een ster aan het einde van zijn leven onstabiel wordt en onder invloed van zijn eigen gewicht instort tot een extreem compact object: een neutronenster. Dit gaat gepaard met een schokgolf die er vele uren voor nodig heeft om het zichtbare oppervlak van de ster te bereiken, daar doorheen te breken en de ster volledig op te blazen. Tijdens deze ‘doorbraak’ wordt een grote hoeveelheid röntgenstraling uitgezonden, maar die was tot nu toe nog nooit waargenomen. Supernova’s werden pas weken tot dagen na dit moment ontdekt – wanneer het licht van de snel uitdijende explosiewolk voldoende helder was geworden.

Dankzij de detectie van het röntgensignaal kon de explosie nu vanaf het eerste moment en in een groter golflengtegebied worden gevolgd dan bij alle eerdere supernova’s. Onderzoeksleider Alicia Soderberg en haar collega’s konden hieruit onder andere afleiden dat de ster die explodeerde anderhalf maal zo groot was als de zon. Gassen werden weggeslingerd met snelheden van 10.000 tot meer dan 200.000 kilometer per seconde. De kracht van de explosie was echter duizend maal geringer dan die van exploderende sterren die ook een puls gammastraling uitzenden: de zogeheten gammaflitsers.

Aangezien de huidige röntgensatellieten slechts een klein stukje van de hemel kunnen waarnemen, is de kans dat het röntgensignaal van een supernova toevallig wordt waargenomen heel klein. Een satelliet die de gehele hemel bewaakt, zou echter iedere dag een supernova kunnen ontdekken, aldus de onderzoekers. Het signaal van zo’n satelliet zou ook gebruikt kunnen worden voor het activeren van instrumenten die neutrino’s en gravitatiegolven van supernova’s detecteren. Op aarde worden momenteel verschillende van zulke detectoren gebouwd. Als die precies weten wanneer ze waar moeten kijken, wordt de kans op detectie ongetwijfeld groter. George Beekman