Zelfs de ‘Bouwpub’ is al weer open

Studenten en docenten van Bouwkunde zijn aan de slag in tenten. De brand heeft ook positieve gevolgen: het groepsgevoel is sterk toegenomen.

Een student loopt een van de tenten binnen waar de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft sinds maandag is ondergebracht. Hij kijkt om zich heen. „Dit is bijna beter dan het andere gebouw.”

Op het sportterrein naast het anderhalve week geleden afgebrande gebouw is in korte tijd een nieuwe campus uit de grond gestampt. Er werden vier grote witte tenten neergezet. In twee daarvan – de andere twee worden naar verwachting volgende week in gebruik genomen – kunnen studenten werken op laptops met draadloze internetverbindingen. Zelfs de ‘Bouwpub’ is weer open, zodat studenten op vaste avonden in de week hun vertrouwde biertje kunnen drinken. Aan picknicktafels buiten zijn studenten en docenten bezig met bouwtekeningen.

„Het is onvoorstelbaar hoe snel dit tijdelijke onderkomen is ontstaan”, zegt Wim Kamerling, docent Draagconstructies. „Petje af voor iedereen die dit mogelijk heeft gemaakt”, vindt zijn collega J. M. Gerrits. Decaan Wytze Patijn wilde na de brand de draad zo snel mogelijk weer oppakken. Zelf overhandigde hij al op de middag na de brand de eerste bossen bloemen aan afgestudeerden.

Volgens Patijn is er na de brand iets „heel bijzonders” rond Bouwkunde ontstaan. In de organisatie van drieduizend studenten en negenhonderd medewerkers weet iedereen elkaar tegenwoordig „met een half woord te vinden”. In de dagen na de brand kreeg Patijn uit vele hoeken hulp aangeboden. Zijn studenten konden in Rotterdam en Den Haag terecht, maar Patijn bedankte daarvoor. Hij wil in Delft blijven, in de TU-wijk. Op het sportveld naast het afgebrande gebouw wil hij een „groepsgevoel” creëren. „Dat is belangrijk bij het verwerken van dit verlies.”

Bij het versterken van het groepsgevoel komt er ook hulp van buiten. Rondreizend theaterfestival de Parade komt volgende week naar Delft met een speciaal voorprogramma, alleen bedoeld voor medewerkers en studenten van Bouwkunde. Wekelijks zullen er vijf voorstellingen zijn te zien, de tent blijft volgens de Parade de hele zomer staan. De TU Delft wil de komst van de Parade nog niet bevestigen.

De colleges en bijeenkomsten van Bouwkunde moeten zoveel mogelijk in en rond de tenten worden gehouden. Wanneer dat niet mogelijk is – als er bijvoorbeeld gewerkt moet worden aan maquettes – wordt uitgeweken naar nabijgelegen gebouwen van andere faculteiten, zoals Civiele Techniek of Industrieel Ontwerpen. In september hoopt Patijn een definitieve locatie te hebben gevonden. „In de TU-wijk bekijken we nu vier opties.”

Studenten en docenten zijn zeer te spreken over de tijdelijke locatie, maar het blijft behelpen, vinden zij. Student Roel Rutgers (22): „Het is een goede plaats om groepswerk voort te zetten, maar het blijft een noodoplossing.” En docenten lopen en rijden de hele tijd van gebouw naar gebouw, zegt docent Kamerling. Hij en zijn collega Gerrits zijn een hoop van hun lesmateriaal kwijt. Van Gerrits, al sinds 1971 werkzaam bij Bouwkunde, ging het hele archief in rook op. „Onderzoeken van vijftien jaar zijn weg.”

De sloop van het afgebrande gebouw is inmiddels begonnen en zal naar verwachting nog maanden gaan duren. Volgens Patijn wordt er „behoedzaam gesloopt”, omdat er in de lage delen van het gebouw nog „bijzondere dingen” liggen, zoals een tijdschriftencollectie. Eerder werden al historische boeken en meubels van onder meer Gerrit Rietveld uit het gebouw gered.

Ondertussen is er een discussie gaande over wat er met het oude gebouw moet gebeuren. Sommige architecten vinden het een mooie kans om een compleet nieuw gebouw neer te zetten. Aan het hek voor de ruïne hangt een pleidooi van architect en gastdocent Vincent Scholten, met de titel: ‘Laat het alstublieft geen eigentijds gebouw worden’. Volgens Scholten is de universiteit „verplicht” om herbouw van het oude gebouw te overwegen. Decaan Patijn wil een prijsvraag onder architecten en studenten gaan uitschrijven, waarbij duurzaamheid in het ontwerp een belangrijk criterium zal zijn. „Maar een sprekende vorm ga ik niet uit de weg.”