Wat wil Livni eigenlijk?

De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, Tzipi Livni, is de belangrijkste kandidaat om de door een smeergeldaffaire geplaagde premier (en partijgenoot) Ehud Olmert op te volgen.

Het gebeurde dit weekeinde. Terwijl de Israëlische premier Ehud Olmert met de Palestijnse president Mahmoud Abbas praatte, ontmoette minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni haar collega Abu Ala. Olmert deed Abbas een voorstel om het vastgelopen vredesproces vlot te trekken. Hij bood 93 tot 95 procent van de Westelijke Jordaanoever aan voor Palestijns zelfbestuur. Livni deed óók een voorstel. Zij bood 90 procent.

De kwestie, uitgezocht door de krant Maariv, is tekenend voor de nieuwe verhoudingen in de Israëlische regering. Terwijl de geplaagde premier wegzakt in een moeras van financiële schandalen, doet de nummer twee van zijn partij Kadima alsof Olmert al weg is. Zij maakt haar eigen afspraken met de Palestijnen, zegt af en toe dat Olmert beter „de eer aan zichzelf kan houden” en negeert hem verder volkomen.

Deze tactiek heeft succes. Livni is de belangrijkste kandidaat om Olmert op te volgen als premier, als er weer verkiezingen zijn. Volgens peilingen is zij de enige die de rechtse Likud-partij van Benjamin Netanyahu van een zege kan afhouden. Na Golda Meir zou zij de tweede vrouwelijke premier van Israël kunnen worden.

Politieke bondgenootschappen zijn schaars in de Israël. Maar de rivaliteit tussen Olmert en Livni, partijgenoten nog wel, gaat zelfs voor Israëlische begrippen ver. Zo ver dat het soms gênant wordt. Vorige week, tijdens het bezoek van de Amerikaanse president Bush aan Israël, begon het de aanwezigen op te vallen dat de twee elkaar geen moment aankeken.

Tzipi Livni, geboren in 1958, is eigenlijk nog steeds een grote onbekende. Niemand weet precies wat ze vindt, of ze links of rechts is. Over haar privéleven praat ze nauwelijks. Bovendien is ze op belangrijke momenten onzichtbaar. Toen in januari een commissie hard oordeelde over de Libanon-oorlog van 2006, bleef Livni, die ook verantwoordelijk was, volledig buiten beeld. Wel maakte ze toespelingen op een vervroegd vertrek van Olmert.

Tzipi Livni komt uit een radicaal nationalistisch milieu. Haar Poolse ouders vochten in de jaren veertig in de beruchte verzetsbeweging Irgun en op het graf van haar vader, zei Livni zelf eens, had hij een kaart van Groot Israël laten beitelen. Tzipi Livni werd zelf ook groot in Likud, de rechts-nationalistische partij. Toenmalig partijleider Ariel Sharon zag in haar een groot talent. Toen hij Likud verliet en de partij Kadima oprichtte, volgden Olmert én Livni hem. Livni verdedigt de terugtrekking van Israël uit de Gazastrook, die tot de breuk met Likud leidde.

Ha’aretz-journalist Ari Shavit noemde Livni onlangs „een wedergeboren gematigde”. Maar eigenlijk is dat giswerk. Livni is vóór een Palestijnse staat en voor teruggave van land, maar houdt zich verder op de vlakte. In een gesprek met The New York Times zei ze een paar jaar geleden dat ze twee dromen heeft. Ze wil, net als haar ouders, een Groot Israël dat alleen voor het joodse volk bestemd is. Maar ze wil ook in een vredelievende democratie wonen. Met pijn in het hart kiest ze daarom voor beperkte teruggave van land. Maar of ze bij een eventueel premierschap daarin verder gaat dan Olmert, daarover zwijgt ze wijselijk.