Vrijgevigheid en fatale nonchalance

De ene nepcompetitie is de andere niet. Ongeveer tegelijkertijd werd gisteravond door sms’jes beslist wie er door mocht naar de finale van het Eurovisiesongfestival (NOS) en wie de winnaar werd van het eerste seizoen van De Gouden Kooi (RTL5). Na alle commotie over dat laatste programma was de met reclameonderbrekingen bijna drie uur durende ontknoping een anticlimax.

Het leek wel een kloon van Big Brother, compleet met de hoogzwangere presentatrice Bridget Maasland, voor de verandering geassisteerd door de naar de televisie gepromoveerde Rutger Castricum, sterverslaggever van website GeenStijl. Aldaar beloofde hij zijn honorarium van 17.500 euro in de borrelpot te zullen storten.

Er viel meer vrijgevigheid te signaleren in de miljonairsvilla. Wat vooral een beetje tegenviel, was dat de door hun slechte inborst beroemd geworden finalisten nu ineens de sympathie van de kijkers moesten zien te winnen. Ze waren er als de kippen bij om te bekennen dat al dat gescheld en geknok vooral acteerprestaties waren geweest. Toen Jaap Amesz uit Brielle, bijgenaamd ‘King Jaap’, ‘Godfather Jaap’ en ‘Terror Jaap’, van een papiertje voorlas dat hij zijn prijzengeld van 1,3 miljoen euro voor de helft zou investeren in een eigen website en voor de andere helft zou wegschenken aan goede doelen, nader aan te kondigen op een persconferentie na afloop van de show, was al duidelijk dat hij de winnaar zou worden. RTL en producent Talpa hadden het zich niet beter kunnen wensen na alle kritiek. Jaaps moeder bekende bovendien dat hij altijd een heel stille jongen was geweest, die doorgaans met zijn hoofd in de schaakboeken zat.

In Nova, waar Tweede Kamerlid Joop Atsma (CDA) nog wat pruttelde over de maatschappelijke gevaren én de worgcontracten van De Gouden Kooi, onthulde producent John de Mol dat de Nederlandse editie van zijn creatie nu al dagelijks nagesynchroniseerd wordt uitgezonden in „een aantal Oostbloklanden”.

En dat brengt ons op die andere nationale ergernis, de hegemonie van Zuidoost-Europa op het songfestival door corrupt gedrag van televoters die hun buurlanden de bal toespelen. Zo werd een ordentelijke zangeres als de Nederlandse Hind opnieuw uit de finale gehouden, ten faveure van inzendingen uit onder meer Georgië, Albanië en Azerbajdzjan. De eerlijkheid gebiedt toe te geven, zoals commentator Cornald Maas keurig deed, dat alle vijf de Scandinavische deelnemers wel zaterdag in de finale staan. Een tamelijk meeslepend deejayspektakel uit Bulgarije, met brandende draaitafels, breakdanser en jarretelles, kwam er ook niet doorheen, evenmin als een charmant nachtclubnummer uit Cyprus.

Er zijn nu eenmaal meer Europese landen aan gene zijde van Wenen en het aardige is dat die in deze competitie evenveel gewicht in de schaal leggen als het Europa van vóór 1989. Meer zelfs, want er lijkt elders een hogere gevoeligheid te zijn voor groteske verkleedpartijen, anorectische dames in glitterjurkjes en een ironische verwerking van etnische elementen in eigentijdse popmuziek. Een mooi liedje en een goede stem voldoen al lang niet meer op dit podium. Er zijn windmachines vereist, brutaliteit en absurdisme. Het songfestival is de jaarlijkse hoogmis voor popcorn art en travestie in de ruimste zin van het woord. Mij doe je daar een plezier mee, evenals de mannelijke homoseksuelen, die volgens sommige berichten 80 procent van de in Belgrado aanwezige vakpers uitmaken, ook al worden ze met flyers gewaarschuwd zich op straat niet als zodanig te manifesteren.

De traditionele songfestivalgrootmachten (Ierland, Benelux, het Verenigd Koninkrijk) hebben niet begrepen dat je je beste mensen en veel middelen moet inzetten om op dit niveau mee te kunnen doen. Als Rusland zijn populairste rockzanger Dima Bilan afvaardigt, zet het Westen daar niet Robbie Williams of DJ Tiësto tegenover.

Het heeft ook te maken met onschuld en nonchalance. De vanzelfsprekende superioriteit van West-Europa is niet meer geldig, net zo min als in andere sectoren dan de extravagante popmuziek.