Verguisd, maar altijd gewiekst

De voormalige hoogleraar, minister, premier en wielerliefhebber Dries van Agt had met zijn eigenzinnige gedrag een slechte pers. Daar lijkt verandering in te komen.

Johan van Merriënboer, Peter Bootsma, Peter van Griensven: Van Agt. Biografie. Tour de force. Boom, 590 blz. €35,– (geb.), €25,– (pbk)

Adrianus Koster: De eenzame fietser. Insiders over de politieke loopbaan van Dries van Agt. Van Duuren Media, 314 blz, €24,90

Het kan verkeren in de Nederlandse politiek, en bij sommige politici zijn daarvoor maar een paar jaar nodig. Het spectaculairste naoorlogse voorbeeld van zo’n ontwikkeling is mr. A.A.M. (Dries) van Agt, die als een uniek type politicus mag worden beschouwd. Ja, tot op zekere hoogte zelfs als een apolitieke politicus, die het, min of meer zijns ondanks, tot minister (1971- ’77) en minister-president (’77-’82) heeft gebracht. Een man die voor velen tot de dag van vandaag een raadsel is gebleven. Een man ook die met zijn geboetseerd-archaïsche taalgebruik en zijn relativering van het politieke bedrijf als levensvervulling, zijn tegenstanders, PvdA-leider J.M. den Uyl ( ‘Ome Joop’) voorop, vaak tot razernij of wanhoop bracht. Voor de één een brekebeen, zeker voor geëngageerde journalisten in de jaren zeventig (een meerderheid). Voor anderen vooral de figuur die, eenmaal vast mikpunt van polariserende linkse kritiek geworden, juist ook door die kritiek de spil werd in het eenwordingsproces van KVP, ARP en CHU. En die als CDA-lijsttrekker à contrecoeur in ’77, ’81 en ’82, zonder veel contact met zijn partijtop, maar op de tv zwaaiend naar de kiezers, het electorale verval van de christendemocraten tot staan wist te brengen.

Over dit volgens eigen zeggen ‘taaie reptiel’ Van Agt zijn de afgelopen tijd een licht hagiografisch, maar goed geschreven portret en – begin deze week – een ook al goed geschreven, gedegen biografie verschenen. Het geschreven portret, De eenzame fietser, is van A. Koster, politiek antropoloog, journalist en fractievoorzitter van het CDA in de gemeente Haarlemmermeer. Het boek laat voor- en tegenstanders van Van Agt en de hoofdpersoon zelf aan het woord over de periode waarin hij minister en premier was. De biografie komt van het Nijmeegse Centrum voor Parlementaire Geschiedenis en is geschreven door ervaren auteurs als de heren Van Merriënboer, Bootsma en Van Griensven. Zij konden putten, als eerste onderzoekers, uit Van Agts lijvige archief, de archieven van KVP en ARP en van politieke tijdgenoten als Den Uyl, Van Thijn, Ruppert, Marga Klompé, De Gaay Fortman en uit departementale dossiers en universitaire archieven. Voorts voerden zij een reeks gesprekken met Van Agt zelf en met vele politici en ambtenaren die hem hebben meegemaakt. Zij beschrijven ook de jeugd en de ambtelijke tijd van Van Agt en zijn ‘postpolitieke’ jaren als commissaris van de koningin in Noord-Brabant, een baan die hem tegenvalt, en als EU-vertegenwoordiger in Tokio en Washington. Bovendien behandelen zij zijn huidige kritiek op de buitenlandse politiek van de VS en zijn rol als advocaat van de zaak der Palestijnen.

Beide boeken over het eigensoortige leven van het verschijnsel-Van Agt zijn de moeite waard. Het Nijmeegse boek heeft als interessant aspect dat het een veel genuanceerder beeld geeft van Van Agt, bijvoorbeeld als het gaat om zijn grote wetgevende productie op Justitie en zijn verstandige opereren als voorzitter van de ministerraad. Dat wijkt stevig af van wat er vroeger doorgaans over hem werd gepubliceerd. In de jaren zeventig was hij in de media immers een van de meest verguisde mensen op het politieke toneel, eerst als naïeve noviet die over elke bananenschil uitgleed, later – na 1975 – als een gewiekst en kwalijk conservatief, lui neefje van de duvel. De drie Nijmeegse auteurs nemen nadrukkelijk afstand van deze tot vandaag nog voor velen geldende typeringen.

Bolhoed

Nog maar kort geleden is er een soort revival op gang gekomen in de publiciteit ten gunste van P.J.S. de Jong, die als KVP- premier (1967-71) een van Van Agts voorgangers is geweest. Over deze De Jong en zijn kabinet werd ten tijde van zijn premierschap veelal kritisch geschreven en gesproken. Sinds de eeuwwisseling is dat aan het veranderen. Bijvoorbeeld dankzij een biografie van De Jong (in 2001) van hetzelfde Centrum voor Parlementaire Geschiedenis in Nijmegen (Van Buitengaats naar Binnenhof) en De bolhoed van Piet de Jong (2002), waarin de eertijds jegens De Jong kritische journalist Kees Sorgdrager alsnog blijk geeft van zijn waardering voor hem en zijn regeren in de moeilijke late jaren zestig. Zit er nu ook een Van Agt-revival aan te komen, te meer nu menig progressieve vernieuwing uit de jaren zestig en zeventig met enige scepsis wordt bekeken?

Ruim veertig jaar geleden gold Van Agt als een tamelijk vooruitstrevende rooms- katholieke jurist, wiens opvattingen vaak in de buurt van de Coornhertliga uitkwamen. Op aanbeveling van zijn ‘politieke heiland’ Piet Steenkamp werkte hij als veertigjarige mee aan het KVP-programma voor de verkiezingen van 1971, dat mede dankzij hem een aantal voor die tijd ongewone ouvertures in de richting van de PvdA kende. Hij was toen, na een ambtelijke loopbaan op de ministeries van Landbouw en van Justitie, hoogleraar in Nijmegen. Even later vond hij zichzelf tot zijn verrassing terug, als minister van Justitie, in een kabinet waarvan hij openlijk zei dat het eigenlijk niet zijn voorkeur had. Dat betrof het centrum-rechtse kabinet-Biesheuvel. Weer even later, nadat Biesheuvels kabinet van sterke mannen al na een jaar geïmplodeerd is, krijgt Van Agt, als informateur die de weg helpt effenen voor het kabinet-Den Uyl van KVP-fractieleider Andriessen, het verwijt dat hij ‘lankmoedig’ is geweest jegens de progressieve combinatie van PvdA, PPR, en D’66.

Ariër

Als minister van Justitie glijdt de nog vrij onbekende Van Agt vrijwel direct uit over de eerste bananenschil die in zicht komt. Namelijk door op een kennismakingsbijeenkomst met parlementaire journalisten in een half besloten sfeer desgevraagd te zeggen dat hij niet gelooft in voortzetting van de gevangenisstraf van de nog resterende Duitse oorlogsmisdadigers in Breda. Hij zegt erbij dat het voor hem ‘als ariër’ moeilijker is om die Drie van Breda over de grens te zetten dan het voor zijn joodse voorgangers Samkalden en Polak zou zijn geweest. Die opmerking haalt de voorpagina’s en leidt tot hevige emoties in het land. Van Agt is dan in één klap een bekende Nederlander geworden. In het kabinet-Den Uyl gaat hij weer Justitie doen en hij is daarin ook vicepremier. Dat betekent dat hij het vlaggeschip van de naar eenheid strevende CDA-partijen KVP en ARP is, terwijl de PvdA onder leiding van Den Uyl en fractievoorzitter Van Thijn juist polariserenderwijs probeert om de christen-democraten uit elkaar te spelen. Het kabinet-Den Uyl rolt geregeld vechtend over straat en hobbelt aanhoudend van bijna-crisis naar bijna-crisis. In het Nijmeegse boek worden enkele van die bijna-crises per hoofdstuk weergegeven. De abortuskwestie en de kliniek Bloemenhove die Van Agt vergeefs gesloten probeert te krijgen bijvoorbeeld. Hij wordt dan voor heel veel vrouwen, onder wie de vrouw van de premier, ‘een enge man’.

Bovenal is er de affaire rondom de van oorlogsmisdaden verdachte Menten, die vlak voor zijn geplande arrestatie de wijk neemt naar Zwitserland. Van Agt had een rapport met het opschrift ‘heden’ over Menten niet ingezien voor hij op reis ging naar Roemenië. Er volgen twee zeer beladen debatten, najaar ’76 en voorjaar ’77. Van Agt is dan tegen zijn zin CDA-lijsttrekker geworden, andere kandidaten zijn wegens interne meningsverschillen gesneuveld. Zelf was hij liever commissaris van de koningin in Limburg geworden, hij had met zijn vrouw de ambtswoning in Maastricht al bekeken. Eigenlijk is dat lijsttrekkerschap, zoals meer zaken in de politiek, hem dus meer ‘overkomen’ dan dat hij het zou hebben nagestreefd. Hoe het ook zij, in de Menten-debatten wordt Van Agt zwaar aangepakt, vooral door PvdA-woordvoerder Kosto. ‘We zijn destijds te ver gegaan’, zei de toenmalige PvdA-fractieleider Van Thijn vele jaren later. Van Agt zag in het debat bovenal ‘een actie beschadiging lijsttrekker CDA’ en kreeg zijn bekomst van Den Uyls partij, zoals in volgende jaren nader zou blijken.