Veghel krijgt een koude douche

Crisis in het Brabantse Veghel: ambtenaren mogen zich alleen aan de wet houden als dat de gemeente niet schaadt. En leidinggevenden misdragen zich.

De affaire had hem „diep geraakt” en hij had er „slapeloze nachten” van gehad. Burgemeester Arno Frankfort maakte gisteravond een aangeslagen indruk in de raadszaal van Veghel. Het was doodstil op de bomvolle tribunes toen de VVD’er nog vóór de raadsvergadering zijn ontslag aankondigde.

Frankfort (64) zei dat hij zijn besluit had genomen uit respect voor zijn vijf wethouders, die woensdag terugtraden nadat een onderzoekscommissie een rapport had gepresenteerd dat zware aantijgingen bevatte over intimidatie en misdragingen van de ambtelijke top in het gemeentehuis. Het college kreeg forse verwijten van de onderzoekscommissie, bestaande uit zeven raadsleden en experts van het bureau BMC.

Zo waren B en W volgens de commissie te passief, zorgden zij voor onvoldoende aansturing, communiceerden zij slecht en luisterden zij niet goed naar signalen van ambtenaren. Gemeenteraadsleden reageerden „geschokt” op het rapport, zo bleek ook gisteravond tijdens het debat. Namens oppositiepartij SP zei Anita Oerlemans dat Veghel „acht jaar lang permanent aan het reorganiseren was”, hetgeen tot „stress en onveiligheid” leidde bij de ambtenaren.

Ze verweet wethouder Pieter van Dieperbeek (personeel en organisatie, CDA) eigen personeel „karig te belonen” en „de vele externe medewerkers riante vergoedingen” te geven. Ze zei ook dat de oppositie vorig jaar een zwartboek maakte over de misstanden. „Burgemeester Frankfort zei in januari: als jullie dat zwartboek niet intrekken, hoeven jullie niet meer in de raad te verschijnen.”

Frankfort zei gisteren zich niet te herkennen in het beeld – „een weinig pacificerende houding” – dat de onderzoekscommissie in haar rapport van hem schetst. Hij meende juist „openlijk en toegankelijk” te zijn. Wethouder Van Dieperbeek zei eerder in het Brabants Dagblad dat hij was geschrokken van de uitkomst van het rapport, maar dat het personeel „duidelijk heeft aangegeven dat het college niets valt te verwijten”.

Raadslid Bloemen van coalitiepartij DDB meldde in de raadsvergadering dat het „overduidelijk” was dat „iets ontzettend scheef is gegroeid” in de ambtelijke organisatie. Maar in haar optiek is het niet in het belang van de gemeente dat het college door de affaire is opgestapt. Optimistisch herinnerde ze aan een uitspraak van een expert van BMC die de onderzoekscommissie ondersteunde. „Hij zei: het is een koude douche, maar Veghel springt er positief uit qua loyaliteit van de medewerkers en de drive om te willen verbeteren.”

De onderzoekscommissie legde haar oor vanaf eind januari te luister bij ambtenaren en leidinggevenden. Ze gaf in haar rapport een lange lijst van misstanden, gemeld door het personeel. Zo maar een greep: de managers werken met dubbele agenda’s, ze communiceren moeilijk, ze luisteren niet naar signalen, ze sturen op basis van macht, ze hebben een slecht voorbeeldgedrag en ze dreigen.

56 procent van het personeel ervaart misstanden, aldus de commissie. Uit recent onderzoek, schrijft ze, blijkt dat in de totale politieke sector 13 procent van de werknemers „ja” antwoordt op de vraag naar vermoedens van misstanden in zijn organisatie. „Veghel scoort onacceptabel hoog. De norm zou moeten zijn: terugdringen onder de 10 procent”, stelt ze.

Volgens het rapport heeft 21 procent van de ambtenaren last van „ongewenste omgangsvormen”, vrijwel altijd door leidinggevenden. BMC weet uit ervaring dat dat bij andere gemeenten gemiddeld op 10 procent ligt, meldt de commissie. Ze oordeelt dat die 10 procent „uit oogpunt van goed werkgeversschap” nog te hoog is.

Aanleiding tot het instellen van de commissie was een brief van een ambtenaar aan de raad, waarin ze bezwaar maakte tegen de integriteitsverklaring van de gemeente. De commissie meldt dat personeel sinds begin 2007 verplicht is die te ondertekenen. Dat was volgens de commissie niet in de haak, en daarmee stond ze niet alleen. Op verzoek van het blad Binnenlands Bestuur bogen de hoogleraren Muel Kaptein, Hans van den Heuvel en Michiel de Vries zich over de integriteitsverklaring. Die deugt niet, was hun conclusie.

Neem artikel 4 van de verklaring. Daarin staat: „Als u wettelijk verplicht bent informatie te verschaffen, dan voldoet u daaraan zonder de belangen van de gemeente Veghel te schaden en zonder uzelf persoonlijk te bevoordelen.” Bestuurskundige De Vries reageerde als volgt: „Als ambtenaren wettelijk verplicht zijn tot het geven van informatie, geldt dat ook in het geval de gemeente daardoor wordt geschaad.”