Proefjes en wistjedatjes

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt blevendeze week een tuinboek voor de jeugd

Het Grote Vriendelijke en ondeugende Boek voor TUIN PIRATEN Emmie Declerck (red.): Het grote vriendelijke en ondeugende boek voor tuinpiraten. House of Knowledge, 224 blz. € 21,50.

Wat is dit nu weer voor boek? Groot formaat, gebonden, papier in allerlei kleuren, tekeningen, symbolen her en der. Het is een boek voor in de tuin. Het lijkt wel een ouderwets zomervakantieboek. Of is het een survivalgids? Een schoolboek of een doeboek? Het zou het ultieme padvindersboek kunnen zijn, met stukjes over alle dingen waar een echte boyscout elke nacht van droomt, maar haast niet over durft te spreken: spioneren vanuit je tuin, camouflage, huttenbouw. ‘Maak een windwijzer!’ ‘Maak een kompas!’ En, nog opwindender: ‘Maak een barometer!’

Tegelijk lees ik dat het boek wordt aangeprezen ‘voor kinderen van 6 tot 99 jaar’, zodat ik mij met mijn 48 jaar ineens midden in het hart van een doelgroep blijk te bevinden. Blijkbaar mag ik mijzelf uitgedaagd voelen om nu toch eindelijk eens zelf een schepnet te gaan maken (‘Maak zelf een schepnet!’), mijn kleren te gaan verven met groenteverf of zelf mijn kruiden voor de pastasaus te gaan verbouwen - in één pot: ‘Jouw pasta in één pot!’ Al te luchtig mogen we er ook weer niet over doen, want het boek wordt voorafgegaan door een heuse waarschuwing: ‘Dit boek bevat activiteiten die bij niet naleving van de regels of de uitleg mogelijkerwijze gevaarlijk kunnen zijn. Zij dienen steeds uitgevoerd te worden door of onder het toezicht van een volwassen persoon.’

Dus wat is het nu precies? Je moet er speurend doorheen, als een echte padvinder door de jungle van zijn achtertuin, om erachter te komen dat het boek vol staat met proefjes, wistjedatjes, spelletjes en leerzame momenten. Bij dit alles is dit boek in ieder geval ook een uitroeptekenboek. Bijna elke zin wordt besloten met een uitroepteken! Ik citeer: ‘Boetseer een egel uit klei en zaai de tuinkers op zijn rug!’ Zelfs de studieuze tips in de marge zijn ruim voorzien van uitroeptekens: ‘Fluittonen zijn vooral leuk in combinatie met andere muziekgeluiden!’

Zo stuiter je hyperenthousiast door deze vrolijke Jip en Janneke-wereld van tuinen, beestjes, vrije tijd en knutselarij, alles steeds ‘samen met familie of vriendjes’. Het is een universum van appelkettingen, peterseliemaskers, zandbloemtekeningen en instantwigwammen – zonder auto’s, elektriciteit, telefoon of internet. Als ik hier een egelhuisje wil maken, moet ik mijn ‘papa’ vragen om te helpen, of ‘een oom’. Als ik iets met de kruiden uit mijn pastapot wil doen, moet dat ‘met mama in de keuken’. Het is een brave jaren-vijftigwereld. Van de redactie mogen wij af en toe zonder toezicht wel iets doen: ‘met een draagbaar radiootje heb je zo een pyjamafuif in je tent.’ Maar met vader en moeder en oom erbij is het altijd toffer en veiliger. ‘Maak een fakkeltocht samen met je ouders in de tuin!’

Dit is, kortom, het paradijs. Maar hoe lang nog? Ik zou best een vogelkastje willen timmeren, met zo’n gezellig zitstokje ervoor, maar dat mag niet. Zo’n stokje ‘geeft roofvogels alleen maar de kans om hun kop binnen te steken in het nestje.’ Hier dreigt de boze buitenwereld binnen te dringen. Voor roofvogels is geen plaats in dit paradijs. Hier leven alleen de lieve mezen en mezenkuikentjes. ‘De meesjes zullen je dankbaar zijn, en in ruil zullen ze al die vervelende insecten in je tuin lekker opeten.’

Emmie Declerck (red.): Het grote vriendelijke en ondeugende boek voor tuinpiraten. House of Knowledge, 224 blz. € 21,50.