Politici willen stenen

In Amsterdam lopen de exploitatietekorten voor culturele gebouwen op. Toch wil de gemeente een nieuw museum.

Het neerzetten van nieuwe kunstgebouwen in Amsterdam leidt tot een jaarlijks exploitatietekort bij culturele instellingen van 19 miljoen euro, zo berekende de Amsterdamse Kunstraad vorige maand. Er is dus geen geld om alle zalen te voorzien van hoogwaardige kunst, muziek en theater. Met als schrijnendste en bekendste voorbeeld het eminente Muziekgebouw aan ’t IJ, dat het hoofd boven water houdt met cursussen en vergaderverhuur.

Alsof dat niet aan de orde is, denkt Amsterdam al weer na over een nieuw museum aan het Museumplein.

Het was een verrassend bericht afgelopen zaterdag in deze krant. Het plan is nog in het stadium van de gedachtevorming, maar er was al een locatie én een onderwerp voorzien.

Het museum zou volgens de Amsterdamse wethouder voor Cultuur, Caroline Gehrels, kunnen worden gehuisvest in het tweede pand van het Instituut Collectie Nederland. Op nummer 16 van de Gabriël Metsustraat ontruimt het instituut daar volgende mand zijn laboratoria en dan staat het leeg. Als begin van de collectie denkt één van de andere plannenmakers, oud-directeur van het Stedelijk Museum Rudi Fuchs, aan werk van Karel Appel.

Wat zou ze bezielen? Bij het Stedelijk Museum dreigt een jaarlijks tekort omdat men vergeten was na te denken over de toegenomen huisvestingskosten in het nieuwe badkuipvormige ontwerp van Mels Crouwel. Er is 1,6 miljoen per jaar extra nodig, met name om te stoken, tweemaal zoveel als er geld is voor kunstaankopen.

Zet dat niemand aan het denken? Het Stedelijk wil naar de top, maar zijn er veel topmusea in de wereld waar ze meer uitgeven aan de verwarming dan aan kunst?

De brainstorm over de invulling van het nieuwe museum kan ook nog wel een extra rondje gebruiken. Het werk van Karel Appel een onderkomen geven is niet de allervitaalste ingeving. Het Stedelijk beschikt reeds over veel Appels en het Stedelijk Museum in Schiedam heeft een stevige Cobra-collectie. Met Schiedam is vast te praten over de inrichting van een Appel-vleugel.

Bovendien is er het prachtige Cobra Museum in Amstelveen, dat zowat zonder collectie zit sinds Karel van Stuijvenberg er zijn grote Cobra-verzameling terugtrok. Dat museum voorzien van Appels ligt voor de hand.

Het lijkt ook logisch om te veronderstellen dat je eerst weet wat voor kunst je wilt exposeren voordat je voorstelt er een museum omheen te zetten. Maar goed, de omgekeerde volgorde pakte goed uit bij de planvorming voor een museum aan de Zuidas in Amsterdam. Voor de leefbaarheid van dat nieuwe stadsdeel werd een museum een waardevol onderdeel geacht. Dat leidde vervolgens tot het idee een designmuseum te bouwen. En dat is een goed idee, want het is het eerste in zijn soort in Nederland.

Toch dreigt voor het designmuseum, dat in 2012 moet opengaan, hetzelfde probleem als elders in Amsterdam. In haar deze week verschenen boek De Nieuwe Mecenas, over de financiering van cultuur, schrijft Renée Steenbergen dat de betaling van de bouw van het museum geregeld is, maar dat de betrokken financiële instellingen en gemeente niet zullen bijdragen aan de exploitatie. De problemen nemen dus alleen maar toe. Steenbergen is kritisch over ambitieuze politici. „Ze willen ‘stenen’, de zondvloed van de exploitatietekorten komt toch pas na hun ambtstermijn.”

Behoedzaamheid bij het opzetten van nieuwe projecten lijkt in het bouwgekke Amsterdam een vergeten kwaliteit. Terwijl ook al geconstateerd is dat het achterstallig onderhoud aan cultuurgebouwen in Amsterdam in de miljoenen loopt. Het plan voor een nieuw museum, te wijden aan het werk van Appel, roept kortom tal van vragen op. En dan is de oudste, meest doorzeurende kwestie nog niet eens genoemd: het uitblijven van een integraal plan om van het Museumplein een plek van internationale allure te maken. Als dat er is, zal meteen duidelijk zijn of er nog een nieuw museum nodig is.