Oordopjes tegen doodsangst

Schrijver Arnon Grunberg bericht vanuit Bagdad, waar hij enige tijd verblijft. Zesde deel van een serie.

Twee uur zit ik al te wachten op mijn helikopter naar Camp Taji. Ik lijk de enige te zijn die deze ochtend naar Camp Taji moet. Om van de verloren tijd gebruik te maken en denkend aan het moment dat het met alle elektriciteitvoorzieningen gedaan zal zijn, besluit ik mijn satelliettelefoon en laptop op te laden.

Vijf minuten later roept een mevrouw van de helikopterbasis: „Grunberg? Camp Taji.”

Ze dwingt me zo ongeveer tegelijkertijd mijn helm op te zetten en mijn laptop in te pakken.

„Ren achter die mannen aan,” zegt ze. „Anders mis je je vlucht.”

Met een elektriciteitssnoer nog om mijn hals en het scherfvest half open ren ik met mijn bagage over de hete helikopterbasis achter een stel mannen aan.

Ik word een helikopter ingetrokken. Een militair helpt me in mijn riemen. Ik zit direct achter de gunner, een man die met zijn geweer uit het raam leunt op zoek naar hen die onze helikopter uit de lucht wil halen.

Vervolgens probeer ik van het uitzicht over Bagdad te genieten. De straten lijken rustig. Van boven ziet dit gedeelte van de stad er armoedig tot zeer armoedig uit.

We vliegen in een colonne van twee helikopters. Ik zie hoe een helikopter naast ons ‘flares’ afwerpt. Flares verspreiden warmte om projectielen die op hitte afkomen te misleiden.

Het is niet dat ik dapper ben dat ik geen seconde aan de dood denk, het heeft er mee te maken dat mijn oordopjes niet goed in zitten. Met mijn armen om al mijn bagage geslagen probeer ik de oordopjes dieper in mijn oren te duwen.

Als we landen schreeuw ik tegen de vriendelijke militair die naast me zit: ‘Is dit Camp Taji?’

Hij schudt van nee. ‘Camp Victory,’ roept hij.

Mensen gaan uit de helikoper. Anderen komen binnen. Sommige met grote koffers die ze op hun schoot houden.

Ik zie hoe de co-piloot, een vrouw met prachtige haren, filmpjes maakt terwijl we aan het vliegen zijn.

Nog twee keer maken we een tussenlanding tot we Camp Taji bereiken, een kilometer of vijftien ten noorden van Bagdad.

Wederom blijf ik als laatste op de helikopterbasis achter.

Tot een vriendelijk militair mij komt halen.

Het blijft niet de 10th mountain division te zijn waarbij ik me zal aansluiten maar de 4th infantry division die normaal is gelegerd in Hawaï.

Ik krijg het geruststellende bericht dat ik zal deelnemen aan ‘lethal’ en ‘non-lethal’ operaties.