Olympisch kampioen nog wisselvalig

Bij de Champions Trophy in eigen land verloren de Duitse hockeysters van het jonge Nederlandse gelegenheidsteam. „De ploeg is nog te wisselvallig.”

Hockeyster Natascha Keller hoeft niet lang na te denken als haar naar de favoriet voor de olympische titel wordt gevraagd, vlak na haar driehonderdste optreden voor de Duitse nationale ploeg. „Nederland, anders Australië of Argentinië. En misschien kan een Aziatische ploeg verrassen.” En Duitsland, als regerend olympisch- en Europees kampioen en goede kanshebber voor de Champions Trophy, deze week in Mönchengladbach? Keller, met een glimlach: „Ja, wij zijn er natuurlijk ook bij in Peking.”

Keller speelde voor de Duitse ploeg die bij de Olympische Spelen van 2004 in Athene in de groepsfase een pak slaag kreeg van de Nederlandse hockeysters: 4-1. Maar in de onderlinge finale blokkeerde de ploeg van Marc Lammers. De Duitse speelsters leken het moment van zwakte te ruiken en wonnen de olympische finale met 2-1. Tien miljoen van de ruim 82 miljoen Duitsers zagen op televisie de zege van de hockeysters die voor ‘Athene’ in eigen land nog kritiek hadden gekregen wegens gebrek aan trainingsinzet en kwaliteit.

Maar met de Olympische Spelen van augustus in Peking in het vooruitzicht constateert bondscoach Michael ‘Michi’ Behrmann dat het Duitse vrouwenhockey niet populairder is geworden in de afgelopen vier jaar. Ongeveer 70.000 Duitsers zijn aangesloten bij de nationale bond. „Hoeveel jonge meiden daarbij zitten weet ik niet, maar het is geen explosieve groei geweest. In de vertegenwoordigende nationale ploegen zien we het in elk geval nog niet terug.”

Behrmann heeft wel de instelling van de Duitse hockeysters zien veranderen. „We spelen met meer zelfvertrouwen. Bij de Olympische Spelen van 2000 in Sydney misten de Duitse vrouwen de halve finales op één doelpunt en werden uiteindelijk zevende. Vier jaar later in Athene hadden ze juist alle geluk en wonnen in de finale van de topfavoriet. Dat heeft een positief effect gehad op de teamspirit en wat we denken te kunnen bereiken. Verwacht ons in Peking in de halve finales.”

Natascha Keller is voorzichtiger in haar voorspelling. „We hebben nog maar zes speelsters uit de ploeg van Athene over. De ploeg is nog te wisselvallig, ook omdat de Bundesliga nog maar net is afgelopen. Vandaag was het goed, maar toen we eerder deze week van Nederland verloren, bleven we ver van het niveau dat we kunnen halen. Met zo’n zeventig dagen tot de Olympische Spelen zal het moeilijk zijn die wisselvalligheid uit ons spel te halen. Na de Champions Trophy hebben we wat vrije dagen, en dat hebben de meesten wel nodig”, zegt Keller.

„Dat ze zichzelf niet als favoriet noemen is alleen om de concurrentie een beetje op het verkeerde been te zetten”, zegt bondscoach Marc Lammers van de Nederlandse hockeysters. „Ze hebben eenijzersterke verdediging en leunen op een vlijmscherpe counter. En ze hebben met Kristina Reynolds de beste keepster ter wereld. De zes die nog over zijn uit Athene zijn wel allemaal speelsters in de as. Natascha Keller, Fanny Rinne en Marion Rodewald zijn van wereldniveau.”

Het jonge gelegenheidsteam van Lammers – elf internationals van Amsterdam en Den Bosch speelden nog play-offs om het landskampioenschap – verloor gisteren voor de tweede keer in Mönchengladbach, van Argentinië (2-0). Een gevolg van moeheid en onervarenheid, stelde de bondscoach. „Maar Duitsland is een van de landen die bij deze Champions Trophy wel compleet zijn. In dat opzicht was het een leerzame week. Een ploeg als Duitsland kan in de sterkste opstelling geen dingen verbergen en spelen geen verstoppertje. Bij Japan en Argentinië zag je ook echte blijdschap nadat ze van ons hadden wonnen. We zijn misschien meer over de concurrenten te weten gekomen dan ze denken.”

Zes Duitse internationals en twee speelsters uit de nationale jeugdploeg konden afgelopen seizoen al hun ogen de kost geven in de Nederlandse hoofdklasse. Coaches roemden het niveau, de werklust en de vlotte aanpassing van de Duitse hockeysters, van wie een enkeling na ‘Peking’ in Nederland blijft. Zo kreeg Julia Müller een staande ovatie van haar ploeggenoten bij Laren, toen ze na de laatste competitiewedstrijd nog op het kunstgrasveld bekendmaakte een extra seizoen te blijven.

Fanny Rinne, de vedette uit de Duitse ploeg, speelde bij het Haagse HDM. „Het is echt de sterkste competitie ter wereld. Ik wilde in Nederland spelen om een betere hockeyster te worden, niet omdat de aandacht voor de sport en de betaling beter zijn. De competitie beviel goed, maar ze moeten waken dat er niet te veel buitenlandse spelers naar Nederland komen, anders verdwijnt de eigen stijl van het nationale hockey. Voor afkijken hoeven ze niet bang te zijn, wij doen het op onze eigen manier.”