Offer het blije schaap dat Wendy heet

Lieve Hafid,

Je bedoelt die blonde heks? Die Loreley onder de tv-presentatrices? Je bedoelt toch die Wendy van Dijk, die verslindster van zelfhulpboeken, die met jou in het eerste tv-programma van Sophie en Katja zat? In die aflevering die ze hadden gewijd aan de geluksindustrie?

Laat ik dat gelukkige gansje op de treurbuis nou ook hebben gezien! Als het apparaat constant brandt blijft niets je bespaard. Ze hebben in Korea snuffelhonden gekloond. Je ziet vijf stuks rondlopen en dat ze als twee druppels water op elkaar lijken, is dus het griezelige. ’t Kan met klonen ook niet anders, dat begrijp ik wel. Zelfs lieftalligheid is reproduceerbaar. De ene hond is een schatje om te zien, en de andere vier zijn net zulke schatjes. Je wordt er koud van als je aan de toekomst van China denkt. Als we de baasjes die daar aan de macht zijn moeten geloven kwispelt iedereen nu al getrouw achter ze aan. Honderd procent van de scholieren en honderd procent van de studenten. Misschien worden die al jaren gekloond en valt het gewoon niet op. Wat ik maar zeggen wou, stel je vijf van die gelukkige juffrouwen voor, vijf van die op vliegwielsterkte kakelende zelfhulpstakkers, vijf van die blije geluksverslaafden, vijf exacte kopieën van die Wendy van Dijk op een rijtje en je hebt een beeld van de hel. Dat een sensitief mens als jij in dat programma enigszins van streek raakte kan ik me goed voorstellen. Je had een mes moeten pakken om die trut voor het oog van de natie te offeren aan de God van de Kletskoek.

Ze zeggen wel eens dat ik vrouwonvriendelijk ben. Dat is kletspraat idem dito bis. Ik ben gewoon een misantroop die niet discrimineert. De ‘ze’ die dat zeggen kunnen niet kijken, horen, voelen en ruiken. En vooral niet lezen.

Vaagheden, wazigheden. Het is de lokroep van de prins op het witte paard die dit slag meiden op sleeptouw neemt. De roes van de onbegrensde mogelijkheden. Je bent een expert in roes, Hafid. Maar roes, is dat ook niet het rijk der wazigheden betreden?

Gelukkig ervaar ik je roes van kersenbloesem en ganzenveer, van de lente op haar hemelbed, in geen enkel opzicht als wazig en vaag. Het is zintuiglijk, het is exact, het heeft te maken met sensatie. Het is roes die zich in geschreven zinnen kan vastzetten. Ik heb daar bewondering voor. Ik zou mijn hele bestaan, alle gedachten en alle daden graag aan mijn zintuigen willen overlaten. Helaas ben ik zo’n type dat eerst zijn best moet doen zijn zintuigen te verzinnen, voordat er iets moois van kan komen. Moois dat al evenzeer is verzonnen.

Staat daar niet aan het eind van je roes toch een Spirit te wenken? Kijk uit, voor je het weet bevriest de geluksgrijns op je gezicht, zoals bij het blije schaap dat Wendy heet.

Ik moet voor dit keer ophouden. Mijn bad is volgelopen. Ik heb het laten vollopen met ezelinnenmelk. De badmuts van mistletoe ligt klaar. Nee, ik bedoel dat serieus. Sensatie is alles.

Liefs, je

Gerrit