Nederlandse experimenten

Vorige week vrijdag presenteerde het Filmmuseum zijn website over de geschiedenis van de Nederlandse experimentele film. Bovenaan de website staat een tijdbalk, die loopt van de jaren twintig van de vorige eeuw tot het jaar 2000. Zo wordt meteen de continuïteit duidelijk tussen de experimenten met de ‘absolute film’ die de Filmliga tachtig jaar geleden vertoonde en de nieuwere generaties filmers, zoals Joost Rekveld en Karel Doing. Onder de tijdbalk staan drie kolommen: ‘geschiedenis’, ‘makers’ en ‘collectie’. De website is een werk in uitvoering. Er staan nu slecht negen makers op en zo’n 344 films. Van deze films zijn soms foto’s en affiches opgenomen, slechts een aantal films, zo’n zestig, is online te zien, wel in uitstekende kwaliteit. Het is de bedoeling dat dit aantal snel wordt aangevuld, evenals de korte essays en (biografische) beschrijvingen. Van de negen makers die er vooralsnog uitgelicht zijn, zijn per kunstenaar twee à drie films te zien. Van de grootvader van de Nederlandse experimentele film, Frans Zwartjes, is onder meer zijn meesterwerk Living (1971) te zien. Hierin filmt Zwartjes, met een op zichzelf gerichte camera in zijn hand, een tocht door zijn nieuwe huis in Den Haag, vergezeld door z’n vrouw Trix. De groothoeklens zorgt voor enige vervreemding, evenals zijn geschminkte gezicht. Af en toe bijt hij gepijnigd op z’n stropdas. Verbijt hij zo z’n verlangen naar de vrouw?

Minder bekend zijn de films die de in Nederland woonachtige Japanse beeldend kunstenaar Shinkichi Tajiri (1923) maakte, zoals Bicycles (1960) en The Vipers (1955), een prachtige associatieve film over marihuanagebruik en hoe het is om ‘high’ te zijn.

http://experimentele.filminnederland.nl/