NAVO: Afghaanse leger snel op eigen benen

Begin volgend jaar zal het Afghaanse leger een leidende rol kunnen spelen in verreweg de meeste militaire operaties tegen de Talibaan. De Afghaanse militairen, waarvan er dan zo’n 80.000 zullen zijn (nu 57.000), zullen wel tot 2013 afhankelijk blijven van luchtsteun van de internationale troepenmacht in Afghanistan.

Dat zei de Amerikaanse generaal-majoor Robert Cone, die de leiding heeft over de training van Afghaanse troepen, gisteren tijdens een bezoek aan het NAVO-hoofdkwartier in Brussel.

Volgens Cone hadden de Afghanen, die hij „een krijgshaftig volk” noemde, dit voorjaar al de leiding in de helft van de militaire operaties. „Ze worden in toenemende mate deskundig.” Hun sterk groeiende aandeel in de operaties betekent volgens Cone „een aanzienlijke verlichting” voor de ISAF-troepen in Afghanistan.

Van de Amerikaanse instructeurs die onder Cones verantwoordelijkheid vallen, houdt een derde zich nu bezig met de training van de Afghaanse politie. Doel is om in alle 360 Afghaanse districten politie-eenheden een training van acht weken aan te bieden. Sinds begin dit jaar werden trainingen gegeven in twintig gebieden. Volgens Cone zal het zeker vijf jaar duren voordat alle districten zijn bereikt.

Cone zei dat de Afghaanse troepen niet te maken hebben met grote aantallen deserteurs. Er is wel sprake van „afwezigheid”, omdat militairen en politiemensen weggaan, zodra er een probleem is met familieleden.

Volgens Cone zijn de Afghaanse militairen onder de indruk van de bereidheid van buitenlandse troepen om te sneuvelen in Afghanistan. „Ze zijn wanhopig bereid om zelf al die risico’s te lopen voor de verdediging van hun land.” Cone zei ook dat de training nauwelijks verloopt via oefeningen, omdat de Afghanen dat te onecht vinden. „Ze leren het door het gewoon te doen.”