Moeder verdient een huis in de tuin

Waar winden stedelingen zich over op? In Eindhoven wordt een demente vrouw verzorgd door haar familie. In de achtertuin. „De bestaande regels laten dit lastig toe.”

Hij heeft buurtbewoners persoonlijk gevraagd wat zij vonden van het plan om in zijn achtertuin een mobiel huis neer te zetten voor zijn demente moeder. „Men vond het prima”, zegt Ber Bakers. Niemand maakte bezwaar tegen de bouwvergunning.

En dus staat er sinds enkele weken een extra woning in zijn tuin in Eindhoven, voor zijn bijna 82-jarige moeder. De eerste mantelzorgwoning van Nederland werd vorige week onder grote belangstelling van de pers officieel in gebruik genomen. De geprefabriceerde en verplaatsbare woning is volgestouwd met technische snufjes, domotica, om moeder goed in de gaten te kunnen houden, zodat ze niet naar een verpleeghuis hoeft.

De mantelzorgwoning is negen bij zes meter groot en neemt het grootste deel van de tuin van Ber en Joke Bakers in beslag. Gelukkig blijft er genoeg ruimte over voor een aparte ingang, twee terrassen en een siertuin. Maar behalve een forse tuin is de belangrijkste voorwaarde toch van psychologische aard. „Je moet het echt willen”, zegt Ber Bakers. Zelf ziet hij er niet tegenop om moeder met grote frequentie in de gaten te houden. Hij offert er zelfs zijn vakanties voor op. „Dat verdient ze”, zegt Ber Bakers. „Mijn ouders waren niet rijk. Vader was een eenvoudige vrachtwagenchauffeur. Toch hebben ze ons kinderen nooit iets ontzegd. We kregen alles wat we wilden.” Hij wil met zijn moeder niet meemaken wat hij met zijn inmiddels overleden vader heeft meegemaakt in een verpleeghuis. „De dames werken zich daar het schompes en ze verdienen wat mij betreft allemaal een gouden kroontje. Maar er is daar te weinig personeel. Ik heb meegemaakt hoe mijn vader in de takels hing om te worden gewassen, en dat hij daar geruime tijd bleef hangen toen de twee verpleegsters werden weggeroepen voor een spoedgeval.”

De verplaatsbare woning is ontworpen en gebouwd door zorgbouwer PasAan en kost honderdduizend euro. Bewoners huren de woning van woningcorporatie Wooninc, met huursubsidie. Het huis is ongeveer veertig keer opnieuw te gebruiken. De plaatsingskosten, ruim tienduizend euro, zijn voor rekening van de gemeente Eindhoven. Met name SP-wethouder Hans-Martin Don heeft zich voor het „spannende experiment” sterk gemaakt. „Als mensen hun eigen moeder willen verzorgen, dan moet je dat ondersteunen. Wel heeft het veel moeite gekost, want laat ik het zo zeggen: de bestaande regels op het gebied van ruimtelijke ordening laten dit lastig toe.”

De hele familie zorgt mee. Ber Bakers. Zijn broer Arno. Zijn dochters. En zijn vrouw Joke. Zij was het die de familie wees op de mogelijkheid van een mantelzorgwoning. Heel wat praktischer dan dat haar echtgenoot veelvuldig heen en weer moest rijden naar de woning van moeder, bijvoorbeeld omdat ze weer eens per ongeluk op een alarmknop had gedrukt. In de hal van de eengezinswoning zit de knop waarmee de zorg voor moeder kan worden doorgeschakeld naar wie op dat moment verantwoordelijk is voor haar: Ber, broer Arno, of de thuiszorg.

Moeder is thuis, na een verblijf in het ziekenhuis. De verhuizing was enkele weken geleden, maar al na enkele dagen belandde ze in het ziekenhuis met een gebroken heup. Ze werd ’s ochtends liggend in de badkamer door zoon Ber gevonden. „We weten niet precies hoe lang ze daar heeft gelegen”, verzucht hij. De technische snufjes werkten nog niet, vandaar. Zoals de lampjes die mensen die door hun dementie het dagritme hebben verloren de weg naar de badkamer wijzen. De spreek-luisterverbinding. De camera’s die beelden maken die op computers elders te volgen zijn. En de drukmat op het bed, die alarm slaat als moeder ’s nachts opstaat en langer dan een kwartier wegblijft. Maar ook nu nog vertoont het systeem haperingen. „Ik ben vannacht drie keer wakker geworden van vals alarm.”

Wat vinden deskundigen van deze mantelzorg? Myrra Vernooij-Dassen, hoogleraar aan het Universitair Medisch Centrum Sint Radboud in Nijmegen, hield gisteren een oratie over mantelzorg onder de titel ‘Het is zaliger te geven dan te ontvangen’. Over het algemeen, vertelt ze, gaat het met mantelzorgers in Nederland niet goed. „Ze gaan door totdat ze er dood bij neervallen. Ze klagen nooit. Ze modderen liever door. Ze zijn vaak overbelast. En ze hebben vaker last van depressies dan anderen. Tot op zekere hoogte is het geven van zorg prachtig, zeker als het gaat om iemand aan wie je in het verleden veel te danken hebt gehad. Maar het kan ook erg zwaar zijn. En er wordt wel geklaagd over verpleeghuizen, maar de mensen die daar werken zijn deskundiger en meestal in een betere conditie dan mantelzorgers. Het zijn geduldige mensen, ontzettend lief, met grote aandacht voor de mensen die zij helpen. Ze hebben vaak aan het knipperen van de ogen genoeg om te weten dat iemand tevreden is.”

De hoogleraar geeft de familie Bakers „een goede kans” dat het experiment zal slagen. „Ze doen het uit vrije wil. En ze hebben beschermende maatregelen genomen. Ze doen het samen. Maar ik hoop wel dat ze elkaar de komende jaren stimuleren en niet de put in praten.”