Met mes en vork op avontuur

In de wildernis is geen ober. Geen tosti te bekennen. Je moet zelf koken. De vrijetijdsoverlevingsindustrie heeft er de mooiste kooktoestellen voor gebouwd. Op gas, petroleum of wasbenzine, die drie keer zoveel kost als er Coleman op staat.

De opvouwbare brandertjes, licht als een doos lucifers, lawaaiig als een straalvliegtuig, komen uit de Verenigde Staten (dus uit China denk ik) en uit Scandinavië. Er is veel over te vertellen en om te lachen (ze zijn niet zo goed als ze duur zijn), maar lachen mag niet van hobbyavonturiers, maak ik op uit brieven van lezers als ik eens een nieuw gasje testte en er verslag van deed.

Maar wat kook je eigenlijk op zo’n ding? Bonen, zou ik denken, met stukjes kangoeroe. Maar toch zeker geen minestronesoep? Je gaat toch niet tijdens het ontberen een soepje zitten eten? Toch wel. Zelfs de commando’s.

Schei uit, eten commando’s soep? Dolf Keizer, directeur van Adole, zegt het. Nederlandse commando’s op oefening in Finland kunnen nu soep eten, dankzij een kampeerlepel die Adole Apeldoorn levert. Adole importeert tools. Met tools worden huishoudelijke gereedschappen voor onderweg bedoeld. Amerikaanse combinatietangen waar je kadetjes mee kunt opensnijden. En Zwitserse soldatenmessen om je nagels mee te knippen.

Tot verbazing van Adole is een plastic bestekje opeens populair onder internationale zwervers. De spork (spoon + fork = spork). Bestek is niet eens het goede woord. Het is een lepel aan de ene kant en een vork aan de andere. Een van de zijtanden van de vork heeft kartels om een rendier mee door te zagen. Buitenwinkel (outdoorshop) en verzendhuis Qvist (www.qvist.nl) verkoopt ze voor 1,25 euro per stuk.

Commando’s zijn de ruigste soldaten. Ze worden op bijzondere en gevaarlijke missies uitgezonden. Ze deinzen nergens voor terug en houden zichzelf als het moet met blote handen in leven in onherbergzaam gebied, afgesloten van aanvoerlijnen. Maar Apeldoorn wil ons doen geloven dat ze nu in Finland soep zitten te eten. En niet met grote slokken uit een soldatenschoen of uit een schedel van voorheen een vijand, maar keurig met een lepeltje, verkrijgbaar in vijftien (!) vrolijke kleuren en afwasmachinebestendig. Hebben commando’s een afwasmachine?

Moderne recreatiezwervers zijn van huis uit gewend om met mes en vork eten. In sommige Zwitserse messen zit wel een tandenstoker verborgen voor na het eten, maar geen bestek. Het is eigenlijk verbazend dat in de keur aan tools, met bijvoorbeeld een ingebouwd gasflesje en een vlammetje dat ook het ook hoog in de Himalaya doet en bij windkracht 11, je met die dingen geen wild zwijn kunt eten zonder je handen vuil te maken. Ik heb er nu een gevonden. Deze dan weer niet met een tandenstoker erin, maar wel met een lepel en een vork. Het moet zo’n gereedschapskist lijken, opgevouwen in een Zwitsers zakmes, maar het is een goedkope Chinees van Homeij in Oisterwijk. Een zakcampingbestek noemt Homeij het. Nog geen 8 euro. Het lepeltje dient uitgeklapt, de vork aan de andere kant ook. Dan valt het zakmes uit elkaar in twee delen. Eten met vork en mes kan, maar – er is over nagedacht – met mes en lepel niet, want de lepel zit achter aan het mes vast.

Ik heb er nog niet mee gedineerd maar telkens als ik het kampeermes aan iemand laat zien schatert het door het huis. Belachelijk! Dat is het uitzetje eigenlijk ook wel, vooral in je broekzak. Wat een opbollend loodzwaar kreng. Dan liever de plastic spork. Weegt niks en kan iets wat geen Zwitser kan. Hij blijft drijven.

Wouter Klootwijk