Lieneke Dijkzeul

November 2006 was een mismoedig makende maand. Bedrukt door het weer en door de vele kromme zinnen, manke vergelijkingen en totaal mislukte typeringen die ik als thrillerrecensent vooral onder ogen krijg, begon ik in de zoveelste thriller van de zoveelste nieuwe vrouw aan het front. Sinds het verbijsterende verkoopsucces van Saskia Noort regende het thrillerschrijfsters. Deze heette Lieneke Dijkzeul en was ook alweer een voormalige kinderboekenschrijfster.

Met grote tegenzin begon ik te lezen. Het verhaal was klein van opzet. Een schoolreünie eindigt in moord op een gehate leraar. Daarna speurt de politie naar de dader en sukkelt het treurige leventje van de reünisten voort. Het was net zo’n klein kringetje als ik gewend was van de pretentieloze megasellers van Saskia Noort en Simone van der Vlugt en dat zette me op het verkeerde been.

Ik las over treurige toestanden in een kleine wereld, tobberige politiemensen, schoolpleinmoeders en stamcafégangers met problemen in de privésfeer. Grimmig maakte ik alvast notities voor mijn recensie: ‘bedaagde zinnen’ ; ‘in het Dijkzeulse binnenhuisje is een kop sterke koffie geen overbodige luxe’; ‘Dieneke Lijkzeul’.

Ik las door omdat ik niet anders kon. Het was geen hip, maar wel kraakhelder Nederlands. Er was geen razende actie en dreunend geweld, maar een mensenverhaal met lading en emotie. Ik kreeg medelijden met die schoolpleinmoeder en ik kreeg begrip voor die stamgasten. Dit was niet snel scoren. Dit was echt. En echt goed!

Inspecteur Paul Vegter leek regelrecht weggelopen uit een Scandinavische thriller, zo’n diepmenselijke politieman waarvan je alleen maar kunt hopen dat ze in het echt voorkomen. Hij kon observeren als een groot psycholoog en Dijkzeul bleek in staat om dat in verbluffende eenvoud op te schrijven: ‘Het was er pijnlijk schoon. Hier wordt niet geleefd’, dacht Vegter, hier wordt alleen verbleven.’ Dijkzeul schrijft niet, besefte ik halverwege De Stille Zonde (Anthos, € 18,95), ze etst. Soms moest ik het boek even neerleggen omdat het lezen pijn deed. Pijn aan de ziel.

In het najaar van 2007 stond ik op scherp toen de postbode de proef van Koude lente (Anthos, € 19,95) overhandigde. Ik las het dezelfde dag uit. Weer dat kleine, weer die menselijke maat, weer het oude handwerk van de rechercheur en weer die troosteloosheid van het menselijk bestaan die me gaandeweg naar de strot greep. Het verhaal over de nasleep van een moord op een klein meisje was beklemmend, de plot toch nog onverwacht. Hopelijk wordt dit boek de winnaar van de Gouden Strop over twee weken.

Voor het eerst in mijn leven kan ik niet wachten tot de zomer voorbij is. Op de kalender heb ik bij november genoteerd: ‘Lijkzeul’, met een uitroepteken erachter.

Gert Jan de Vries