Laat thrillers maar thrillers zijn

Het kan haast niet anders of Lieneke Dijkzeul wint dit jaar de Gouden Strop. Zo kan de jury de schande van vorig jaar uitwissen.

Met de uitverkiezing van Koude Lente van Lieneke Dijkzeul als beste Nederlandse misdaadroman van het afgelopen jaar zal over twee weken een ontwikkeling worden afgerond die in 1986 is ingezet. Het streven naar een volwassen misdaadboekenproductie van eigen bodem werd in dat jaar bekrachtigd met de instelling van de Gouden Strop. Het is de vraag of die Strop nog wel voldoet nu het genre zo rijk en de top ervan zo breed is geworden.

‘La Dijkzeul’ zal wellicht zelf in haar acceptatietoespraak memoreren dat ze pas de tweede vrouw is die de Strop wint. Publiekslievelingen als Hélène Nolthenius en Saskia Noort brachten het nooit verder dan een nominatie – de populariteit van het misdaadgenre kon geweldig toenemen zonder enige invloed van die goedbedoelde Strop. Aan de mannenkant gebeurde trouwens hetzelfde. Appie Baantjer, in de boekhandel tientallen jaren lang goed voor meer dan de helft van de Nederlandstalige thrilleromzet, werd zelfs nooit genomineerd.

Echt pijnlijk wordt het pas als Dijkzeul de aanwezigen eraan herinnert dat haar debuutroman De stille zonde in 2007 niet eens werd genomineerd, terwijl dat boek van hetzelfde gehalte is als Koude Lente. De jury die haar toen over het hoofd zag, heeft haar nog iets uit te leggen.

Vanwaar toch al die verwarring? Het lijkt er sterk op dat kwaliteit bij het spannende boek nog moeilijker valt te onderkennen dan bij het literaire. Kennelijk slagen de meeste beoordelaars er niet in om te gaan met het spanningsveld tussen enerzijds diepgang, stilistische kwaliteit en compositie en anderzijds de genre-conventies als misdaad, plot en realiteitsgehalte. Voor de veiligheid is daarom meermalen een boek bekroond dat niet of nauwelijks aan de meest elementaire genreconventies voldeed, maar wel ‘literair’ overkwam.

De jury van deze editie van de Gouden Strop doet het tegenovergestelde. In een ongewoon positief getoonzet juryrapport prijst zij het vakmanschap van de auteurs, de grote verscheidenheid aan subgenres en het internationale gehalte van de 77 inzendingen die er dit jaar waren. Waar de jury van vorig jaar de Gouden Strop betitelde als ‘een literaire prijs’, hanteerde de huidige jury ‘spanning, een degelijke opbouw, stilistische en grammaticale correctheid en een goede plot’ als criteria.

Met de lat wat lager, was de keuze zo groot dat er hele reeksen grote namen moesten worden gepasseerd. Behalve alle Vlamingen sneuvelden zo onder anderen meervoudige winnaars als Tomas Ross en René Appel al in de voorronde. Om onbegrijpelijke redenen vielen ook toptitels uit als Willem Asmans mooie Britannica, het spijkerharde Ongenade van Escober en het sprankelende Geboren verliezers van Elvin Post. Natuurlijk moest de jury keuzes maken, maar de vraag waarom met name deze drie spannende én stilistisch uitstekende boeken het moesten afleggen tegen het inferieure Blauw water van Simone van der Vlugt, verdient toch wel enige toelichting.

Blauw water gaat over een vrouw die met haar dochtertje wordt gegijzeld door een tbs’er. Het nachtmerriescenario wordt door kinderboekenschrijfster Van der Vlugt met veel verbeelding uitgewerkt, al blijft het stilistisch op zijn zachtst gezegd wisselvallig. De tweede verhaallijn – een getuige van de gijzeling raakt in coma – is voor de plot overbodig. Ondanks zwakheid van stijl en constructie heeft de jury kennelijk niet om de best verkopende titel van alle inzendingen heen gedurfd.

Bij de andere nominaties valt de lankmoedigheid van de jury beter uit. Zo is Pentito een niet briljant geschreven, maar wel zeer degelijke policier van de hand van rechercheur en scenarioschrijver Simon de Waal. Het bij vlagen zeer gewelddadige verhaal over een spijtoptant van de Italiaanse maffia is sfeerrijk en munt uit door research. De Waal – enkele jaren geleden al eens genomineerd met Cop vs Killer – begint tot de vaste waarden van het genre te behoren.

Als kenmerken als intrigerend, luguber en complex de doorslag zouden moeten geven, ging de Gouden Strop 2008 zeker naar het gelegenheidsduo Jac. Toes en Thomas Hoeps. In Kunst zonder genade komen moderne kunst, misdaad, psychologie en politiewerk samen. Het idee dat een gek de kunstwereld op zijn kop zet door moorden te plegen en de lijken tot kunstwerken om te vormen is even gruwelijk als creatief. Het is een inventieve, snelle roman die zeer tot de verbeelding spreekt.

Dat het misdaadgenre werkelijk volwassen is geworden, blijkt vooral uit de volgende twee titels die onomstreden van internationale allure zijn. Koude Lente van Lieneke Dijkzeul en Cel van Charles den Tex steken met kop en schouders uit boven de andere titels op de shortlist. De jury van dit jaar zal daarom naar alle verwachting de schande van vorig jaar uitwissen door Lieneke Dijkzeul te bekronen. Het zal de triomf zijn van groot vakmanschap en een aangenaam grauwe kijk op de menselijke natuur.

Koude Lente is het tweede deel in de reeks rond inspecteur Paul Vegter, een enigszins vastgelopen oudere politieman à la Wallander en Martin Beck. Efficiënt en krachtig koos Dijkzeul voor het eenvoudige model van de sfeerrijke politieroman, dat ze met grote stilistisch en psychologische nauwgezetheid uitwerkt. Vegter moet in een naamloze Nederlandse stad de moord op een klein meisje oplossen, terwijl sociale onrust intussen tot misdadige complicaties leidt.

Of wint Dijkzeul toch niet? Cel van Charles den Tex is per slot van rekening ook genomineerd en hoewel het een onvergelijkbaar boek is (meer een mannenboek en juist totaal niet traditioneel) is het wel van gelijkwaardig niveau. Cel is een waardig vervolg op De macht van meneer Miller, waarin Michael Bellicher ook al verdwaalde in het schemergebied tussen reëel en virtueel. Met dat boek won Den Tex twee jaar geleden zijn tweede Gouden Strop. Cel is een razend verhaal vol onverwachte wendingen en geestige dialogen over een man die ontdekt dat zijn identiteit is gekaapt. Op zijn naam is een huis gekocht, met een auto die op zijn naam staat is een dodelijk ongeluk veroorzaakt. Bellicher sluit coalities met kleurrijke partners om uit de onoverzichtelijke penarie te komen en dat alles in 24-karaats Nederlands.

Wie er ook wint op de 3de juni, het zou goed zijn als de richtlijnen van de Gouden Strop eens wat werden aangescherpt. Het selectie- en bekroningsbeleid zou immers wel enige stabiliteit mogen krijgen. Gezien de omvang, veelzijdigheid en de kwaliteitsverschillen van het Nederlandse thrilleraanbod wordt dat tijd.

Lieneke Dijkzeul: Koude Lente, Anthos, 286 blz. € 19,95Jac. Toes en Thomas Hoeps: Kunst zonder genade. De Geus, 316 blz. € 18,90Charles den Tex: Cel. De Geus, 378 blz. € 19,90Simone van der Vlugt, Blauw water. Anthos, 220 blz. € 16,95Simon de Waal: Pentito, Lebowski 304 blz. € 17,50