Kunst van de zelfkant

Wekelijkse speurtocht naar de grenzen van de slechte smaak.

‘Tekeningen, schilderijen, haakwerken, gemodelleerde of gesculpteerde figuren met een spontaan en inventief karakter, die zo weinig mogelijk afhankelijk zijn van de gewone kunst of van culturele voorschriften, en die voortkomen uit duistere personen, los van het professionele artistieke milieus.’ Een mooie zin uit 1948 van de kunstenaar Jean Dubuffet. Hij legde er mee uit wat hij onder art brut verstond. Je kunt ook zeggen: art brut is kunst van mentaal gehandicapten of psychiatrische patiënten. En zoals het gaat met definities, kloppen doen ze nooit helemaal.

Ik begin hier over naar aanleiding van de tentoonstelling Van Gogh & Co in het Singer Museum te Laren, waar tot 31 augustus werk te zien is van een vijftigtal ‘kunstenaars van zorgaanbieder Amerpoort’. Kunstenaars met een verstandelijke beperking kortom. Ze reageerden op stukken uit de kerncollectie van Singer Laren, aangevuld met enkele bruiklenen waaronder twee doeken van Vincent van Gogh. Ik zag werk van Anton Mauve, Ferdinand Hart Nibbrig, Jan Toorop, Jan Sluijters, Vincent van Gogh, Bart van der Leck, George Breitner, Gerrit Dijsselhoff et cetera. De Amerpoort-kunstenaars hebben daar een eigen variatie op gemaakt, zo vrij soms dat men het oorspronkelijke werk niet meer in terugvindt. Zo is van Ada Hille een bewerking te zien op Gerrit Dijsselhofs ‘Goudwinden en zilverkarpers’, zeer abstract, maar bijzonder trefzeker als het gaat om kleursfeer en ook los van elk voorbeeld een prachtig stuk.

Voor alle duidelijkheid meteen maar even: Van Gogh & Co is een verbijsterende expositie. Verbijsterend mooi, verbijsterend goed, verbijsterend ten derden male omdat je geconfronteerd wordt met een manier van kijken die typisch is voor echte kunstenaars, maar daar toch ook vaak net naast zit. Kunst van de zelfkant.

Zijn de Van Gogh & Co-kunstwerken ‘voortgekomen uit duistere personen’, om met Dubuffet te spreken? Voor een deel leven deze &Co kunstenaars natuurlijk in een wereld die voor ons niet helemaal is te overzien. In die zin kun je misschien van ‘duister’ spreken. Aan de andere kant vertoont een aantal werken in Museum Singer een helderheid waar je bleek van wordt. Zo stond ik voor de variatie die Wouter Coumou maakte op de St. Jansprocessie van S.C. de Bosch Reitz, een werk van maar liefst anderhalf bij tien meter, waarop de processiegangers zijn voorzien van teksten als ‘Ik ben blij dat ik nog ouders heb’, of ‘Ik ben heel vrolijk omdat ik lekker uit mag’.

Erg indrukwekkend is Monica Dierikx’ variatie op hetzelfde voorbeeld, een ontregelende combinatie van en face en en profil-weergave van de processiegangers.

Een der vele topstukken in Van Gogh & Co is ongetwijfeld Schapen van Klaasje de Graaf. U vindt het hier afgedrukt. Typische art brut. Dat zie je zo. Wáár je dat dan in ziet? Er zit iets dwangmatigs in, een eindeloos herhaalde beweging. Het perspectief is vaak zoek. Art brut is vaak overvol, overmatig gedetailleerd, niet zelden zijn er letters en woorden in te zien, soms hele teksten. Google zelf maar eens op Adolf Wölfli, het schoolvoorbeeld van schizofrenenkunst. Of liever, wacht daar mee tot na 31 augustus. Ga eerst naar het Singermuseum.

Eerder in deze rubriek heb ik voor de lol een beetje zitten bekvechten met Fleur Bourgonje, over welke psychiater wanneer bij sommige psychiatrische patiënten het art brut-vermogen heeft ontdekt. Fleur dacht dat het de Oostenrijkse Herr Doktor Navratil was, in 1960. Ik kwam in het vroeg negentiende-eeuwse Engeland uit, waar een avant la lettre-psychiater al inzag dat schoonheid of kunst ook onder ‘gekken’ of ‘zwakzinnigen’ kan leven. John MacGregor schreef er een standaardwerk over, The Discovery of the Art of the Insane (1989). Geweldig boek voor de liefhebbers, prachtig geïllustreerd.

Voor wie de smaak te pakken wil krijgen is er echter geen beter recept dan naar Van Gogh & Co te reizen. Spontaan werk, inventief, onafhankelijk van culturele voorschriften, duister soms, vaak heel helder, ontroerend of vrolijk stemmend, in één woord: fabelachtig.