Kiezers verwijten Labour krappe beurs

Gisteren verloor Labour een parlementszetel bij tussentijdse verkiezingen in een Engels kiesdistrict. Voor de Conservatieve leider Cameron is de uitslag een belangrijke opsteker.

De comfortabele meerderheid van de Labour-partij in het Britse Lagerhuis wordt maar één zetel kleiner door de grote overwinning van de Conservatieve kandidaat Edward Timpson, gisteren bij tussentijdse verkiezingen in het district Crewe en Nantwich. Toch wordt de winst van de Tories in het noord-Engelse district gezien als een persoonlijke nederlaag voor premier Gordon Brown – net als het verpletterende verlies van Labour bij gemeenteraadsverkiezingen eerder deze maand.

„Jullie hebben een luid en duidelijk signaal laten horen: Gordon Brown begrijpt er niets van en we zijn toe aan een nieuwe regering”, zei Timpson na zijn overwinning. Hij won Crewe en Nantwich, een district met enkele tienduizenden kiezers, met een verschil van bijna 8000 stemmen – terwijl Labour in de Tories in 2005 nog met 7000 stemmen versloeg. Het was de eerste overwinning van de Tories op Labour in een tussentijdse verkiezing sinds 1982, en bovendien in een district dat geldt als Labour-bolwerk.

De stemming in Crewe, die nodig was door de onverwachte dood van Labour-afgevaardigde Gwyneth Dunwoody, werd door beide partijen gezien als een test voor Brown, maar ook voor landelijk Tory-leider David Cameron. Cameron zelf bezocht Crewe tijdens de campagne vier keer en sommeerde leden uit zijn schaduwkabinet om minstens drie keer hun gezicht te laten zien. De Tory-aanvoerder, die zich opmaakt voor een gooi naar het premierschap bij verkiezingen in 2010, reageerde bescheiden op de winst. „Ik weet dat het winnen van een tussentijdse verkiezing en het winnen van parlementsverkiezingen twee verschillende dingen zijn.”

Een opsteker voor Cameron is dat de opkomst bij de tussentijdse verkiezing relatief hoog was – 58, 2 procent. Dat betekent dat veel ontevreden Labour-aanhangers niet thuisbleven, maar zelfs overliepen naar het Conservatieve kamp.

Ook werd in Crewe het falen van Labour’s campagnestrategie duidelijk. Labour-activisten, die waren toegestroomd uit het hele land, kleedden zich in morning suits en droegen hoeden, om de rijke Tory-kandidaat Timpson belachelijk te maken als een elitair kostschooljongetje. Volgens sommige commentatoren wilde Labour Cameron - tevens afkomstig uit de upper class- op een soortgelijke manier aan pakken in 2010.

Maar in Crewe is deze tactiek, door Tories afgeschilderd als „klassenstrijd”, weinig succesvol gebleken. Juist Labour wordt door veel Britten verantwoordelijk gehouden voor de stijgende kosten van levensonderhoud, een ontwikkeling die vooral de armere Britten treft. De Labour-kandidaat en dochter van de overleden afgevaardigde van Crewe, Tamsin Dunwoody, kwam flink in het nauw door een door Brown voorgestelde hervorming van de inkomstenbelasting. Deze onlangs afgekondigde maatregel bleek vooral de lagere inkomensgroepen te treffen, die veelal Labour stemmen.

Toen de Conservatieve oppositie het thema aangreep voor een nieuwe serie aanvallen op Brown, kwam deze haastig met een belastingverlaging van 2,7 miljoen pond als doekje voor het bloeden.

Al sinds het begin van zijn premierschap wordt Brown gebrekkig politiek leiderschap verweten. In februari kwam hij scherp onder vuur te liggen toen hij besloot de zakenbank Northern Rock te nationaliseren. Na het fiasco van de gemeenteraadsverkiezingen van 1 mei- het slechtste resultaat van Labour in 40 jaar - vragen ministers uit Brown’s eigen kabinet zich naar verluidt af of hij de partij nog wel moet leiden.

De volgende vuurproef voor Brown vindt naar verwachting in juni of juli plaats, wanneer de parlementszetel van Boris Johnson - de nieuwe burgemeester van Londen - beschikbaar komt. Dan zal er een tussentijdse verkiezing plaatshebben in het district Henley.