Kegels brengen de verlossing

Marc van Velzen: Jongleren. Querido, 10+, 189 blz. €13,50

Het omslag doet met zijn pasteltinten pijn aan de ogen en de titel Jongleren belooft weinig spannends. Maar de eerste indruk van deze jeugdroman is misleidend. Het debuut van Marc van Velzen is namelijk een geslaagde geschiedenis van een strijd tussen een dominante vader en een steeds opstandiger zoon.

De 11-jarige Duco is een dikkerd, die op school door treiterkoppen Roze Gummi Beer wordt genoemd. Thuis wordt hij door zijn liefhebbende moeder volgestopt en geknuffeld. Zijn vader, een voormalige football-speler, hanteert daarentegen een gietijzeren regime. De bom barst als Duco zich ontpopt als jongleertalent en zijn vader hem daarin niet verder wil laten gaan.

Het is knap hoe Van Velzen de lezer weet te winnen voor het opgooien van ballen en kegels. Het is nog knapper hoe hij het leven van de drie gezinsleden op zijn kop laat zetten door het jongleren. Duco, die plotseling zijn passie heeft gevonden, zijn beschermende moeder die hem bijna doodknuffelt en de autoritaire vader die zijn gezag ziet afbrokkelen – ze zijn geloofwaardige personages. Vooral bij vader Gert-Jan is dat een prestatie, want deze opereert nogal eendimensionaal. Zijn slogan ‘discipline, energie en focus’ herhaalt hij tot vervelens toe en bij zijn pogingen Duco wat sportiever te maken, slaat hij hem zelfs een keer bewusteloos. Dat Gert-Jan net geen karikatuur wordt, komt door een paar goede ingrepen van Van Velzen.

Om te beginnen steken moeder en zoon een beetje de draak met Gert-Jan, wat zijn gedrag relativeert. Verder heeft Van Velzen de vader toegerust met de frustratie van de ooit gevierde football-speler, die nu een genegeerde boekhouder is.

Zo zorgvuldig als Van Velzen zijn belangrijkste personages heeft geboetseerd, zo slordig heeft hij dit gedaan met zijn bijfiguren. De Australische jongleerdocent is met zijn coole optreden nog wel een vermakelijke karikatuur van down under. Dat de beeldschone klasgenote Yakima in Duco meer ziet dan een vriend is nauwelijks geloofwaardig. Het minst overtuigend is de bekering van een andere klasgenoot, Brian, van bully tot braverik.

Vooral in het laatste geval is de gemakzucht van Van Velzen jammer. Het getreiter van Brian in het begin is huiveringwekkend; zelden is de verschrikking van het pesten op scholen zo indringend beschreven. Het versterkt bovendien de aanvankelijke eenzaamheid van Duco, die zich terugtrekt met boeken, computer en hapjes. Door de totale overgave van Brian verliest Jongleren zijn grimmigheid. Daardoor is het debuut van Van Velzen geen vuistslag, maar een aai – wel een lekkere, stevige aai.