Jonge hond Dorian tart zijn maat Casper

Windsurfer Casper Bouman leek op weg naar de Olympische Spelen.

Tot zijn trainingspartner Dorian van Rijsselberge begon te winnen. Dus wat nu?

Wat er ook gebeurt, de jonge windsurfer Dorian van Rijsselberge (19) is in augustus bij de Olympische Spelen in China. Als deelnemer, of in de rol die hem aanvankelijk was toebedeeld: als sparringpartner van Casper Bouman, de oud-wereldkampioen met wie hij het afgelopen jaar dagelijks trainde, en bevriend raakte. En die hij steeds vaker te snel af was.

Eén ticket ligt klaar voor Nederland in de olympische surfklasse, beiden azen erop. „Als Casper naar China gaat, gun ik hem dat volledig. Echt, hij traint er zo verschrikkelijk hard voor”, zegt Van Rijsselberge tijdens de Holland Regatta, die deze week bij Medemblik wordt gevaren. „Ik vind het al fantastisch dat ik mag zeggen dat ik op een niveau ben dat ik naar de Spelen mag.”

‘Medemblik’ kan deze week een sleutelrol spelen in de olympische kwalificatie voor de surfers. Van Rijsselberge is al gekwalificeerd voor de olympische regatta op de Gele Zee bij Qingdao. Bouman heeft slechts een ‘halve nominatie’ op zak. Volgens de kwalificatieregels moet hij in Medemblik bij de beste zes eindigen voor de andere helft. Lukt hem dat, dan start Bouman in Qingdao, en niet Van Rijsselberge. De Hagenaar eindigde vorige maand namelijk in het Franse Hyères één plaats boven zijn trainingsmakker. Dat evenement was vooraf aangewezen als nationale selectiewedstrijd.

Voor Bouman (22) staat in Medemblik dus alles op het spel, terwijl Van Rijsselberge plaatsneemt in de wachtkamer. Maar de ‘knecht’ zal niet lijdzaam toezien of hij alsnog wordt ingehaald door zijn ‘meester’. „Ik ga ervan uit dat Casper zich plaatst. Dan valt het altijd mee. Nee, ik ga niet zitten nagelbijten. Daar sluit ik me voor af. Anders sloopt het me.”

Van Rijsselberge maakte het afgelopen jaar een geweldige sprong richting de wereldtop. Toen hij vorig jaar werd gevraagd als trainingspartner van Bouman, had hij de Spelen van Londen (2012) in zijn hoofd. Maar vorige maand werd hij vijfde in Hyères en vervolgens vierde op het EK even verderop, in Brest. Die twee halve nominaties waren voldoende voor een olympische kwalificatie. „Ik zou het rustig opbouwen naar de volgende Olympische Spelen. Daarom is het ongelooflijk dat ik nu al aan de criteria van NOC*NSF voldoe.”

Hoewel zijn recente prestaties beter zijn dan die van Bouman, vindt Van Rijsselberge zichzelf geen betere surfer. „We hebben allebei onze eigen kwaliteiten. Als er wind staat is Casper niet bij te houden, voor niemand. Dan gaat hij zo verschrikkelijk hard.”

Bouman kende een forse terugslag na zijn wereldtitel in 2006 op het Gardameer. Zijn toenmalige trainingspartner Joeri Passchier stopte vorig jaar vanwege motivatieproblemen en zag meer in een opleiding tot straaljagerpiloot. Met de komst van Van Rijsselberge was Bouman plotseling de ‘kopman’, maar zijn prestaties op de WK’s van Cascais in 2007 (18de) en Auckland in januari (26ste) waren slecht. Na dat laatste WK verloor Bouman zelfs zijn plek in de kernploeg.

Ook voor Van Rijsselberge veranderde de situatie. „We hebben nu minder mogelijkheden, maar we hebben meer te zeggen over hoe wij het willen. Casper en ik hadden niet helemaal het gevoel dat we pasten in het model van de kernploeg. Alles wordt daar voor je beslist.”

Beide windsurfers, toen nog getraind door Jochem Brenninkmeijer, vonden in de Nieuw-Zeelandse ex-wereldkampioen Aaron McIntosh een nieuwe trainer. „Hij is echt een legend”, zegt Van Rijsselberge. „Bij hem is het superhard werken, doorgaan wanneer een ander stopt. Hij maakt ons mentaal heel sterk. We kunnen onszelf zijn, surfen zonder stress. Relax, geniet van wat je doet. Hij brengt een levensstijl over.” Van Rijsselberge wil ook na ‘Qingdao’ verder met Bouman. „Wij maken elkaar sterker. We hebben dezelfde lijn.”

Zover kijkt Casper Bouman nog niet vooruit. Hij moet in Medemblik bij de beste zes in het klassement varen. Op zijn laatste kans, in de Kieler Woche eind juni, wil hij het niet laten aankomen. In Medemblik wordt deze week voldoende wind verwacht, dat is in zijn voordeel. Ook weet hij dat slechts drie surfers uit de toptien van de RS:X-klasse aan de start verschijnen. „Ik voel geen stress. Ik ben er klaar voor om het hier af te maken”, zegt Bouman.

Mocht het hem niet lukken, dan zal Bouman niet jaloers zijn op zijn jongere collega. „Als Dorian beter presteert dan ik, heb ik er vrede mee dat hij naar de Spelen gaat. Ik ben niet de persoon om zijn poten te breken, bij wijze van spreken. We hebben elkaar nodig om beter te worden. Natuurlijk dacht ik eerst: wat doet die flierefluiter hier. Maar hij heeft zich bewezen. Ik ben blij dat Dorian afgelopen jaar zóveel heeft geleerd dat we nu op hetzelfde niveau zitten.”