Ik voel me goed in mijn lichaam

De Italiaanse Valentina Scaglia is danseres bij het Nederlands Dans Theater.

Elke vrijdag een gesprek over hoe iemand zich ontspant en weer oplaadt.

Valentina Scaglia (28) is geboren in Turijn, Noord-Italië, maar ze woont en danst al zeven jaar in Den Haag. Op haar vijftiende won ze de Prix Espoir (Prix de Lausanne), een internationale competitie voor jonge dansers, en kreeg ze een beurs voor de Balett Schule in Hamburg. Zeven jaar later verruilde ze Hamburg voor Den Haag. Daar danst ze sinds 2001 bij het Nederlands Dans Theater, een modern dansgezelschap met een klassieke basis. Zij behoort daar tot de (oudere) dansers die ‘in volle bloei’ zijn. In februari is ze genomineerd voor de Zwaan ‘meest indrukwekkende dansprestatie 2008’ voor haar rol in Same Difference van het choreografenduo Lightfoot León. Op dit moment danst ze in vier verschillende stukken, die allemaal volgende week in première gaan.

Valentina Scaglia weegt haar woorden. Ze praat voorzichtig, zachtjes Engels, met lange pauzes. Haar benen bewegen intussen alle kanten op. Dan weer zitten ze strak opgevouwen onder haar billen, kronkelen ze soepel om een stoelpoot of klemt ze ze met haar armen bijeen.

Je kunt niet stilzitten?

„Dat is een gewoonte. Dat zie je ook tijdens de les, iedere danser is continu bezig met rekken en strekken. Dat moet ook wel, want je hebt voortdurend pijn. Of in ieder geval stramme spieren van de vorige dag. We trainen dagelijks, behalve op zondag. Ik werk nu aan drie stukken tegelijk. Dan slik ik extra magnesium. En een warm bad wil ook nog wel eens helpen.”

Voortdurend pijn?

„Nou ja, minder dan vroeger. In Hamburg heb ik twee jaar op school gezeten en drie jaar bij een gezelschap gedanst – en de hele tijd had ik blessures. Vooral mijn voeten: altijd problemen. Ze hebben geprobeerd de boel te repareren (ze trekt een sok naar beneden en toont een flink litteken op haar wreef), maar vervolgens lag ik er twee jaar uit. Ik dacht erover om naar huis te gaan.”

Maar het werd het Nederlands Dans Theater

„Ja, door mijn blessure eigenlijk. Na die twee jaar pauze besloot ik dat mijn voeten en spitzen elkaar niet verdragen. Laat ik iets minder klassieks proberen, dacht ik. En toen werd ik bij het Nederlands Dans Theater aangenomen. Eigenlijk hebben die zere voeten me hier gebracht. Ik geloof daar sterk in, dat alles zo zijn speciale reden heeft. Een druppel water op de ruit, noemt NDT-directeur Anders Hellström dat. Die gaat ook niet recht naar benden. Je moet dingen die je overkomen een kans geven.”

Mis je het klassiek ballet?

„Helemaal niet. Dit is meer mij. Het NDT weerspiegelt op een bepaalde manier mijn lijf. Sinds ik hier ben, heb ik geen last meer van mijn voeten. Je ziet het verschil zelfs. Ik ben sterker geworden, gespierder. Als de geest in balans is, doet het lijf wel mee. En dan neem je die pijn voor lief.

Hoever ga je daarin?

„Ik schrik niet terug voor pijn. Voor weinig trouwens. Ik kan ver gaan. Niet om gek te doen, of te shockeren. Als er een goede bedoeling achter zit, een beeld dat jij of de choreograaf wilt bereiken, dan wil ik ver gaan.”

Zou je jouw hoofd kaal scheren?

„Poeh. Nee, dat niet. Maar in Bella Figura heb ik voor het eerst naakt gedanst, met ontbloot bovenlijf. Voor het stuk had het echt zin.”

Hoe dan?

„Het ging er om kwetsbaarheid in combinatie met een sterk lijf te tonen. Zoiets kan het publiek dan echt voelen. Het was niet een kwestie van zomaar even uit de kleren gaan. Niet naakt op een vulgaire manier.”

Hoe bereid je zoiets voor? Oefen je naakt?

„Nee, dat doen we niet. We doen het alleen op toneel. Ik vind het ook nogal wat. Het kan alleen als je je comfortabel voelt. En op toneel is er een bepaalde afstand. In dit geval was het bovendien een oud stuk, dat altíjd naakt gedanst is. Dat volg je dan.”

Voel je je op je gemak met je lijf? Vind je het mooi?

„Als danser word je er voortdurend mee geconfronteerd. Overal staan spiegels. Je ziet jezelf de hele dag. Voor veel mensen is dat best een probleem. Maar ik moet zeggen, ik heb geluk. Ik voel me goed in mijn lichaam. En zeker in dit gezelschap is het een relaxed thema. Ze vertellen je niet wat je moet eten. In de klassieke balletwereld is dat veel strikter.”

Volgens de jury van de Zwaan-nominatie ben je ‘ongrijpbaar als water’. Wat voor een soort danser is dat?

„Ze noemen me een sterke danser. Ik hou van sterke dansers. Sterk maar wel vrouwelijk. Dans moet niet alleen maar mooi zijn. Voor mij is dansen ook een uitlaatklep. Je kunt verdriet of angst voor jezelf houden, maar toch expressief zijn – je kwetsbaarheid tonen. Je hoeft dingen niet te vertellen, maar kunt ze wel uiten. Tegelijkertijd moet ik er veel voor laten. Ik ben jong van huis vertrokken. Je sociale leven wordt erdoor aangetast. En fysiek ben ik vaak moe. Soms verlang ik naar een pauze, zoals toen ik geblesseerd was. Ik genoot toen van het feit dat ik zelf kon kiezen.”

Want vandaag is je man jarig en je kunt er niet eens bij zijn.

„Nee. Maar ook hij werkt vandaag. Lukáš is ook danser, hij begrijpt dat. Ik heb hem hier zes jaar geleden bij het NDT ontmoet. Ooit komen wij samen, zei hij. Dat is ook gebeurd. Jaren later dansten we voor het eerst samen in Tar and Feathers van Kylián. Het voelde als thuis: lichamelijk gezien ken je elkaar zo goed. Hij is heel zacht en soepel. Mensen vragen zich altijd een beetje angstig af hoe onze kinderen eruit zullen zien. Een soort weekdieren, zacht en elastisch.”

Je leven lijkt je een beetje te overkomen.

„Ik begin er nu meer over na te denken. Dat komt door de leeftijd, ik loop tegen de dertig. Ik praat er soms over met vrienden. Maar het is enorm confronterend. Ik wil lang blijven dansen, maar ik voel dat ik ouder word. Fysiek kon ik vroeger veel gekker doen, echt ver gaan. Ik heb meer rust nodig nu. De voorbereiding duurt langer. En ik word gevoeliger.”

Gevoeliger?

„Ik zou mijn familie vaker willen zien, mijn ouders, en mijn broer. Wel grappig trouwens, en enorm cliché: hij is profvoetballer in Italië. Ik ben al op mijn vijftiende het huis uit gegaan. Hier in Nederland is het normaler om vroeg van huis weg te gaan. Om te studeren. In Italië ligt dat heel anders. Families zijn er heel hecht. Dat mijn ouders me hebben laten gaan, is heel bijzonder. Met de jaren ga je dat inzien.”

En de universiteit heb je niet gemist?

„Als ik opnieuw geboren zou worden, zou ik dat misschien wel proberen. Om te voelen hoe dat is.”

Je kunt toch nog gaan studeren?

„Misschien. Een danser heeft in feite twee levens. Maar de moeilijkste klus wordt straks iets te vinden dat me net zo veel geeft als dans. Net zo gedreven en geïnspireerd blijven. En de discipline die ik als danser heb gekregen opnieuw inzetten. Dat is mijn grootste vraag, waar vind ik dat?”

De voorstelling Signing Off (Signing Off en Speak for Yourself van Lightfoot León en Wings of Wax van Jirí Kylián) is te zien op 29, 30 en 31 mei in Den Haag (Lucent Danstheater) en op 3, 5 en 6 juni in Amsterdam (Muziektheater). Zie www.ndt.nl