Huursteun overheid komt niet bij minima

Meer dan de helft van de staatssteun voor huurwoningen in Nederland komt niet terecht bij de lage inkomens waar deze voor bedoeld is. Dat blijkt uit een studie van het Centraal Planbureau (CPB) die gisteren is gepubliceerd.

Het Rijk is jaarlijks 14,5 miljard euro kwijt aan het betaalbaar houden van de huren. Deze steun is erop gericht om vooral mensen met lage inkomens een fatsoenlijke woning te garanderen. Het CPB concludeert echter dat alle inkomensgroepen evenveel profiteren van het huurbeleid. Dat het geld niet op de plekken van bestemming terechtkomt, is een belangrijke oorzaak van de huidige problemen op de woningmarkt.

Uit de CPB-berekeningen blijkt dat jaarlijks 7,75 miljard euro bij de midden- en hoge inkomens terechtkomt. Deze groepen profiteren van te lage huurtarieven doordat de overheid de huren kunstmatig laag houdt. Het gaat bijvoorbeeld om burgers die met een te hoog inkomen in een sociale woning zijn gehuisvest. De overheidssteun in de huursector is in omvang vergelijkbaar met de stimulans in de koopsector. Daar wordt subsidie op koopwoningen gegeven door aftrekbaarheid van hypotheekrente.

De studie van het CPB komt op een moment dat het Rijk met grote financiële tegenvallers kampt bij de verstrekking van huurtoeslagen. Vorig jaar was het ministerie van Volkshuisvesting 300 miljoen euro meer kwijt aan huurondersteuning dan verwacht. Minister Bos (Financiën, PvdA) kondigde vorige maand aan dat er extra geld komt voor de tekorten door de huurtoeslagen, naar verluidt 130 miljoen euro. De komende weken moet duidelijk worden hoe het kabinet met de tegenvallers in de begroting van 2008 omgaat.

Verschillende adviseurs waarschuwden al eerder dat overheidsinterventie op de woningmarkt voor problemen zorgt. De VROM-raad, een onafhankelijk adviesorgaan, adviseerde vorig jaar dat de overheid zowel op de huur- als op de koopmarkt zou moeten terugtreden.