Huntingtons Clash

Juurd Eijsvoogel noemt Samuel Huntingtons vuistdikke studie The Clash of Civilizations and the Remaking of the World Order bij verschijning (Boeken, 22.11.96) ‘een fascinerende en gedurfde poging om orde aan te brengen in het chaotische nieuwe tijdperk dat is aangebroken na de val van de Muur en de ontmanteling van de Sovjet-Unie’. Het werk, dat enig houvast zou moeten bieden in een wereld waarin snel moderniserende samenlevingen zich ondanks grote overeenkomsten ook ‘vastbijten in hun hun culturele eigenheid’, is volgens Eijsvoogel ‘een alomvattend handboek voor oorlog en vrede in de 21ste eeuw’, waarvan ‘alleen nog wel de bruikbaarheid moest worden aangetoond.’

Een kleine drie jaar later komt The Clash of Civilizations al terecht in de rubriek ‘De oogst van onze eeuw’. Ronald Havenaar (Boeken, 27.08.99) toont zich overtuigd van de bruikbaarheid van Huntingtons analyse. Hoewel er ‘ook heel wat bezwaren tegen The Clash of Civilizations kunnen worden aangevoerd’, heeft Huntington volgens Havenaar toch ‘als geen ander een hoofdzaak van de nieuwe internationale verhoudingen doorzien’. Het is inmiddels onontkoombaar dat men ‘in het stuurloze universum van een in hoog tempo doordenderende en letterlijk grenzenloze consumptiesamenleving grijpt naar het houvast van natie, religie, taalverwantschap, afstamming of een ander anker van collectieve identiteit’.

Weer twee jaar later, vlak na de aanslagen op het World Trade Center in New York, schrijft Havenaar (Boeken, 28.09.01) naar aanleiding van de hernieuwde populariteit van The Clash of Civilizations opnieuw een stuk. Mogen we zeggen, met de Twin Towers in puin, ‘dat Huntington gelijk heeft gehad?’ Havenaar vindt het lastig om daar een eenduidig antwoord op te geven. Enerzijds hebben Huntingtons criticasters een punt als ze zeggen dat de schrijver ‘de toenemende behoefte aan identificatie met de natie, etnische groep of religie uitvergroot tot proporties waarin we op mondiale schaal in een, ook voor de welwillende lezer, nauwelijks waar te nemen strijd tussen beschavingen zijn beland.’ Anderzijds ‘wijst het gedrag van de daders van 11 september wel degelijk op de behoefte om ‘the politics of identity’ op te vatten als een strijd van de islam tegen het Westen, die wordt uitgevochten op het scherpst van de snede en met een totale overgave: als een oefening in vernietigingsdrang.’