Hij klonk beter als je hem niet kon zien

Twintig jaar geleden overleed jazz-trompetist Chet Baker na een val uit een raam.

Journalist Jeroen de Valk schreef een biografie: „Hij blééf me fascineren.”

Jeroen de Valk: „De musicus zag er soms zo slecht uit dat je zijn muziek er ook niet goed door vond.” Foto archief NRC Handelsblad Chet Baker FOTO: Archief NRC Handelsblad NRC Handelsblad

„Ik ben verslaafd aan de muziek van Chet Baker, zoals een alcoholist snakt naar alcohol. Het onvoorspelbare in zijn muziek; solo’s die altijd een andere kant op gingen dan je verwacht had. De intensiteit die lag in elke noot; en hoe bloedserieus hij was over zijn muziek. Hij blééf me fascineren”, vertelt Jeroen de Valk (Rotterdam, 1958).

Vorige week dinsdag, 13 mei, was het precies twintig jaar geleden dat Baker het leven liet na een val uit een Amsterdams hotelraam. De Valk publiceerde in 1989 de biografie Herinneringen aan een lyrisch trompettist. Onlangs verscheen de geactualiseerde versie, op basis van niet eerder uitgebrachte opnamen en nieuwe gesprekken.

„Voor mijn boek paarde ik de liefde voor Chets muziek aan journalistiek onderzoek. De misvatting in de Verenigde Staten dat Chet na 1958 een vergeten en aan lager wal geraakte muzikant was, stoorde me. Dat klopt gewoon niet en ik wilde het per se rechtzetten. De loopbaan van jazztrompettist Chet Baker, beroemd om zijn lyrische spel en fluweelzacht geblazen lijnen, is getekend door zijn langdurige heroïneverslaving.”

„Over Chet Bakers dood is uitermate veel gespeculeerd. Zelfmoord, moord door een dealer die hij niet had betaald. Wat mij betreft was het een ongeluk. In zijn val greep hij nog de ketting met de pin, waarmee het raam kon worden vastgezet. Zijn kamerdeur was van binnen afgesloten. Een eventuele moordenaar had van buitenaf door het raam, met een bergbeklimmersuitrusting, de kamer moeten binnen komen en weer verlaten. En er waren bovendien geen sporen.”

„Deze conclusie is mij in het buitenland erg kwalijk genomen. Niemand kan het tegenspreken, maar een vermoorde jazzmuzikant is natuurlijk een stuk sensationeler. In mijn onderzoek viel op dat de meeste journalisten een simpel bezoekje aan de Amsterdamse politiechef van destijds hadden nagelaten.”

„De nieuwe biografie is twee keer zo dik geworden. Het is me gelukt contact te leggen met buitengewoon goed geïnformeerde oude musici als Bernie Fleischer. Zij vertelden over hun ervaringen met Chet, nog voor zijn doorbraak bij Gerry Mulligan. Anderen informeerden mij over de schimmige periode van rond 1970, waarin hij met een kunstgebit opnieuw moest leren spelen. Veel mensen waren gemakkelijk benaderbaar, omdat ze verkeerd of onvolledig waren geciteerd in de schandaalbiografie van de Amerikaan James Gavin. Ze konden nu vertellen wat ze eigenlijk hadden bedoeld.”

„Zelf heb ik mijn beeld over Chet ook weleens moeten aanpassen. Luisterend naar al die opnamen vond ik hem eigenlijk vaker in vorm dan ik altijd dacht. Schijn bedriegt; de musicus zag er soms zo slecht uit dat je zijn muziek er ook niet goed door vond. Zonder zijn verschijning erbij klonk het dan eigenlijk best prima. Beroerd speelde hij weleens bij aandacht trekkende concerten.”

„In 1987 kon ik Chet, na een eerdere mislukte afspraak omdat hij niet wakker te krijgen was, interviewen in een Amsterdams café. Ik was gespannen; hij was mijn held en ik wist niet hoeveel tijd ik met hem zou hebben, zo vlak voor zijn vertrek naar Istanbul. Chet was onafgebroken op tournee. Hij was vriendelijk. Ik bewaar er goede herinneringen aan. Ik stotterde in die tijd een beetje en Chet schoot me te hulp.”

„De familie van Chet is na zijn dood teleurgesteld achtergebleven, hij had zich nooit om zijn erfenis had bekommerd. De verwachte zilvervloot is uiteindelijk nooit bij hen binnengevaren. Chet liet krap zestig gulden na en had niets geregeld. Zijn muziekrechten stond hij per land af om snel wat te verdienen. ‘Who cares’, was zijn mening.”

De biografie van Jeroen de Valk: Chet Baker – Herinneringen aan een lyrisch trompettist is uitgegeven bij Van Gennep.