Hij kan niet tekenen en ik ben deze mediarellen zat...

Justitie pakt de cartoonist Nekschot aan wegens puur politieke beweegredenen.

Daarom moeten wij ons niet geeuwend afwenden van de zoveelste geitenneukersrel.

Daar gaan we weer. Het lukt maar niet in het ‘debat’ over de relatie tussen de islam en de vrijheid van meningsuiting uit te stijgen boven het niveau van de vraagstelling of de kwalificatie geitenneukers toelaatbaar is. Het is vermoeiend en saai en het dreigt je murw te slaan. Wéér een mediarel. Ik had nooit gedacht het met frisse tegenzin op te moeten nemen voor de tekenaar die onder het pseudoniem Gregorius Nekschot al sinds jaar en dag smakeloze, geestloze en soms weerzinwekkende cartoons publiceert. Maar het punt is nu juist dat het er voor de zaak niet toe doet of ik het werk van een cartoonist belabberd en naargeestig vind, evenmin als het ertoe doet wat in dezen de smaak is van de minister van Justitie of van de leden van het college van procureurs-generaal. Het enige wat er toe doet is of deze Nekschot al dan niet het recht heeft zich van zijn geestesproducten te ontlasten zonder door de politie en justitie te worden lastiggevallen.

Er zijn jaren geleden aangiften tegen hem binnengekomen wegens discriminatie van moslims. In principe is er geen verschil met de vruchteloze aangiftes die tegen Hirsi Ali zijn gedaan en evenmin met die tegen Wilders wegens zijn vergelijking tussen de Koran en Mein Kampf. En daar valt nog een lange lijst van aangiftes aan toe te voegen. Waarom kiest Justitie dan nu die aangiftes tegen een mislukte cartoonist uit voor het ondernemen van actie? Daar zijn uitsluitend politieke motieven voor te bedenken.

Nekschot dient als stand-in voor Wilders. Terecht oordeelt Justitie blijkbaar dat het alleen maar olie op het vuur zou gooien als een spraakmakende politicus, die ook nog eens wordt bedreigd, voorwerp van justitiële vervolging wordt. Dat zou overduidelijk verwerpelijke politieke vervolging zijn. Laten we dan maar een cartoonist aanpakken, zo heeft Justitie vermoedelijk geredeneerd. Met als bijkomend voordeel dat Nederland zich in de ogen van de islamitische wereld distantieert van Denemarken dat in de bekende cartoonrel niet is gezwicht voor de vlaggenverbranders en oproepen tot een economisch boycot.

Wij zijn geen Denen, hoor. Wij treden wél op tegen een cartoonist die de islam bezoedelt. Dus, geachte geloofsfanatici, voortaan alleen maar de Deense vlag verbranden en de Hollandse handel met rust laten. En dat terwijl alle landen van de Europese Unie zich in de Fitna-zaak op verzoek van Balkenende solidair verklaarden met de Nederlandse uitleg over de hier bestaande vrijheid van meningsuiting. Ik denk dat de Deense regering alle reden heeft om knarsetandend naar het piepkleine Hollandse cartoonrelletje te kijken dat de justitie hier eigenhandig voor de islamitische Bühne heeft georganiseerd.

Strafrechtelijk optreden uit politieke berekening hoort niet thuis in het arsenaal van een democratische rechtsstaat. Om die reden is het nodig de weerzin tegen Nekschot te overwinnen en zich niet geeuwend af te wenden van het zoveelste incident op geitenneukersniveau. Voer het debat met en over de islam niet via het strafrecht. Dat middel mag alleen worden ingezet als het, zoals het Europese mensenrechtenverdrag voorschrijft, noodzakelijk is in een democratische samenleving. En waar is de noodzaak om over te gaan tot vervolging van de cartoonist? Die is er niet. Voor huiszoeking bij de tekenaar bestond al helemaal geen reden, omdat de politie ook gewoon had kunnen volstaan met een bevel tot het overdragen van bepaalde gegevens. Het buitenproportionele machtsvertoon maakt de actie van justitie eens te meer tot een demonstratief en willekeurig gebaar. Het is maar de vraag of het zelfs wel ooit komt tot een strafvervolging. Waarschijnlijker is dat het bij de prikactie van de met opsporing belaste autoriteiten blijft. Het argument van minister Hirsch Ballin dat de rechter zich nu eens moet kunnen uitspreken over belediging van een groep mensen wegens hun geloof, gaat niet op. In laatste instantie is de minister verantwoordelijk voor het vervolgingsbeleid van het OM. Ik kan me niet voorstellen dat de actie tegen de cartoonist buiten hem om is gegaan – en als dat wel zo is: des te erger.

Uiteindelijk maakt een vervolging geen kans, maar als Justitie het daar toch op laat aankomen, zijn we jaren verder. De rechtspraak van het Europese Hof voor de rechten van de mens is duidelijk: bestraffing van een ‘artistieke expressie’ is in strijd met artikel 10 van het Europese mensenrechten verdrag. Uitingen die als satire en kritiek moeten worden opgevat, kunnen hoogstens een gevaar opleveren voor de goede smaak maar niet als bedreiging van de samenleving.

Als het anders was, zou elke religiekritiek moeten verstommen. De strafbepalingen tegen discriminatie zijn daar niet voor bedoeld en rellerige demonstraties van Justitie zijn alleen maar schadelijk voor een serieuze benadering van de spanning tussen religieuze overtuigingen en tolerantie. Bovendien dreigen zulke acties het ‘chilling effect’ te hebben, waarmee wordt bedoeld dat alleen al de dreiging van vervolging of berechting kan leiden tot zelfcensuur en daardoor tot inperking van de vrijheid van meningsuiting.

Maar misschien kun je in dit geval beter over een broeikaseffect spreken: de zaak-Nekschot draagt bij aan een klamme, bedompte sfeer, een klimaat waarin giftige planten weliger tieren. Het echte chilling effect is veroorzaakt door de moord op Theo van Gogh, die Nekschot als medewerker voor zijn site degezonderoker.nl had aangetrokken. Deze gruwelijke voorgeschiedenis had Justitie ook wel mogen overwegen alvorens een overvalcommando af te sturen op een tekenaar.

Elsbeth Etty is columnist van NRC Handelsblad.