Het einde van de Summer of Love

De documentaire Festival Express volgt een groep artiesten, reizend in een trein.

De maker toont behalve optredens ook de neergang van de hippiecultuur.

Driekwart van de documentaire Festival Express (2003) speelt zich af in een luxe trein. Het is 1970. Zomer. De trein trekt vijf dagen lang van oost- naar west-Canada om zo’n vijftig helden van de rockmuziek bij drie muziekfestivals af te leveren en weer op te pikken. De musici eten, logeren, feesten in de trein. En ze maken er muziek, uitgedaagd door de geluidsapparatuur waarmee enkele wagons waren uitgerust.

Leuk, zo’n trein, maar het sloeg nergens op. 1970 is lang geleden, maar ook in 1970 hadden de bands zich best snel en comfortabel per vliegtuig kunnen verplaatsen. Maar nee, het werd die trein.

De trein maakte deel uit van de opzet om een legende te smeden. Een legende die zou kunnen wedijveren met het muziekfestival in Woodstock dat een jaar eerder de jeugdcultuur een gezicht had gegeven.

Maar een legende creëer je niet zomaar. Mythes worden geboren, niet gemaakt. En dat is wat deze film vertelt. Per ongeluk, want de opzet is anders. Bij een legende hoort een film (zie Woodstock) en dus waren er camera’s aan boord van de trein. Maar er gebeurde niets met de 90 uur filmmateriaal, tot ruim dertig jaar later de Engelse filmer Bob Smeaton Festival Express maakte.

Het werd een aandoenlijke film. Onderbouwd met recente gesprekken met deelnemers, toont Smeaton hoe de muzikanten muziek maakten en zich te buiten gingen aan... ja, aan muziek.

Waar is de seks? Waar is de uitzinnigheid die minder verwende goden dan deze sterren in zo’n trein al zou bevangen? Er zitten notoire druggebruikers tussen, maar daar is niets van te merken.

Enfin, er wordt prachtig gespeeld, per band op de podia en vooral lekker met zijn allen op een kluitje in zo’n treinwagon.

Daar zijn ze. Wat zijn ze harig en wat zijn ze nog jong. Jerry Garcia van The Grateful Dead en Rick Danko van The Band zijn de gangmakers. Denkt er ooit nog weleens iemand aan The Flying Burrito Brothers? Wat waren dat een nette kereltjes en wat speelden ze braaf hun country-rock.

Rockmuziek is weer eens het domein van de jongens, met hun fallische gitaren en gierende hormonen. Dat wordt vermoeiend, zijn er geen meisjes? Ja. En hoe.

Even wachten, ineens is ze er: Janis Joplin. Enkele maanden later zou ze sterven aan een overdosis heroïne. Ze moet ook op de trein gebruikt hebben, maar haar toestand is niet opgemerkt door een van de cameramannen, of regisseur Bob Smeaton heeft het verdoezeld.

Hoe dan ook, ze geeft de beste performance van de hele tour. Wat Joplin deed, met haar rauwe treurnis over gedoemde liefdes, met haar wilde stem, haar slechte huid en haar vormeloze lijf – dat heeft eeuwigheidswaarde. Joplin zien en horen is vergankelijkheid beseffen. Dit komt nooit meer terug. De hedendaagse muziekindustrie zou dit nooit toestaan, commercieel te riskant.

Muziek was meer dan amusement. Muziek stond, zeker sinds Woodstock, voor een levensstijl en werd als zodanig pijnlijk serieus genomen. Die opvatting leidde tot een drama voor de Festival Express-tour: wat was opgezet als een legende in wording, werd de illustratie van de corruptie en de neergang van het hippiedenken.

Smeaton legde de focus van de film bij de muziek. Maar boeiender is dat hij tegen wil en dank vertelt hoe de hippierevolutie, die inzette in 1967 met de Summer of Love in San Francisco, eraan toe was om haar eigen kinderen op te eten. De idealen zijn verwaterd, de verkeerde mensen gaan ermee op de loop.

Al bij het eerste concert, in Toronto, is er stennis. Geheel volgens de beginselen van San Francisco 1967, waar derden er uit idealisme voor zorgden dat eten, drinken, logies en liefst ook dope gratis verkrijgbaar waren, eiste het jonge publiek nu op hoge toon gratis toegang tot het rockfestival. De muzikanten reageren verbijsterd. Andy Garcia denkt de menigte wel even te sussen maar wordt weggehoond, hoe populair hij ook is.

De acties slaan over naar de andere steden. Relschoppers nemen de boel over, er zijn vechtpartijen met de politie, er vallen gewonden. Er wordt opgeroepen tot een kassaboycot en de opbrengst van de tour blijft achter bij de verwachtingen.

Intussen zitten de musici veilig in de trein en amuseren zich.

De boze buitenwereld wilde de rockmuziek uitbuiten onder het mom van idealen en politieke eisen die die muziek zelf ook uitdroeg. De muzikanten ontvluchtten dat publiek en daarmee ook zichzelf, in de beslotenheid van een trein vol muziek – daar gaat Festival Express over.