Heer Sar brulde

Op tv zag het er rood uit, maar in het echt was het oranje, een smerig soort oranje. De fluorescerende uitstraling van zijn shirt en broek maakte hem ronduit afschrikwekkend. Daarboven ook nog die vreemde zwarte kap over zijn hoofd: de reusachtige beul in het doel van Chelsea maakte dat je liever een straatje omging. Hoe immens het Luzhnini-stadion ook was, Petr Cech wilde maar niet klein worden. Het monster kromde zijn rug, hij zou dat balletje wel even tegenhouden. Alles wat hij deed was lelijk en opvallend. Kijkend naar de potsierlijk wegzwaaiende arm van Petr Cech bij een uittrap maakte dat je heel even een hekel kreeg aan voetbal. Voor dit soort aanblikken was de sport toch niet bedoeld? Het is dat de supporters van Chelsea en Manchester United zoveel herrie maakten, anders had je hem horen grommen.

Aan de overkant van het veld stond zijn collega, stil, haast onzichtbaar. Met 197 centimeter even lang als hij, maar nauwelijks te onderscheiden van het gras om hem heen. Groen shirt, groene broek, mat. Pas als hij bewoog leek hij er echt te zijn, de kameleon Edwin van der Sar. Een ranke, nette man in zijn nadagen. Was de bal ver weg, dan stond hij als een kaars op de rand van zijn erf, een heer die zijn landgoed overzag. Je zou zweren dat hij een pijp rookte. Bij voorzetten van de zijkant oogde hij breekbaar, bang haast. Al dat schorremorrie in zijn tuin, kon dat niet opkrassen? Als het werkelijk moest, sprong hij elegant op en tikte de bal over zijn dak. Zo, en nu wegwezen jullie.

Voorovergebogen tuurde Petr Cech verlangend naar de bal. Hij lustte er wel pap van. Het liefste was hij met wijde armen en daaraan die gruwelijke handschoenen dwars over het veld gerend, hier die bal. Dat zag je zo. Zijn honger was niet te stillen. De bloeddorst van een winnaar. Al had die bloeddorst hem dan dan twee jaar geleden een schedelbasisfractuur opgeleverd, vandaar zijn beschermende rugby-kap. Zo hoort het ook, echte monsters hebben iets meelijwekkends.

Van der Sar, bijgenaamd Flappie, had last van de nattigheid en gleed uit: Chelsea kwam op 1-1. De stand bleef gelijk, de finale in Moskou werd beslist met penalties. De bleke gentleman Van der Sar rekte zich nog eens uit, zo te zien in een perfecte hoek van 45 graden. Hij hield de bal keurig netjes tegen. Heer Sar brulde, Manchester United won de Champions League. Hij liet zich gaan, veroorloofde zich een glijpartij naar zijn fans. Op datzelfde moment hing de verslagen beul, zeventig meter verderop, over de schouder van zijn begeleider. Het leek of hij braakte.