Heeft vmbo’er wel geblokt in de meivakantie?

Gisteren was het vmbo-examen wiskunde (tl). NRC-redacteur Emilie van Outeren – examenjaar 1998 (vwo), cijfer 5 – zocht haar wiskundeleraar op en bekeek het examen. Deel 4 van een serie.

Joop van der Vaart, wiskundeleraar Sint Maartenscollege Voorburg

Joop van der Vaart, wiskundeleraar op het Sint-Maartenscollege in Voorburg, wil geen uitspraken doen over het vmbo-examen dat gisteren door 93.225 scholieren is gemaakt. „Daar kan ik niets zinnigs over zeggen. Ik zal je zo voorstellen aan een collega.”

Er is weinig veranderd op ‘het Maartens’, een scholengemeenschap met zo’n 1.200 leerlingen op mavo, havo en vwo. De term vmbo, waarin de mavo in 1999 is opgegaan, is hier niet ingeburgerd geraakt. Van der Vaart (52) zit nog in hetzelfde lokaal en ziet er, behalve dat hij grijzer is, hetzelfde uit. Hij geeft al ruim 25 jaar les op deze school. En hij coördineert de schoolkrant, net als toen ik in de redactie zat. Hij compileert nog altijd ‘de Fijnproever’, een rubriek met anekdotes uit eigen en andermans lessen.

Leraar: „Hoe heet het als je in een punt begint en oneindig lang doortekent?” Leerling, weet het zeker: „Een priemgetal.”

Mijn wiskundeleraar is me niet bijgebleven omdat ik zijn vak nooit onder de knie heb gekregen, maar omdat hij bleef geloven dat ik het wél kon. En omdat hij over wiskunde kon praten alsof het een feest in plaats van een straf was.

De leukste leraren zijn toch degenen met de verhalen, zegt hij zelf. „Ik kan me een begeleider herinneren die tijdens de oorlog aan de spoorlijn in Birma had moeten werken, die de geschiedenis zelf had meegemaakt en daar over vertelde.”

Verhalen inpassen in een abstracte wetenschap als wiskunde lijkt ondoenlijk. Degelijke wiskunde bedrijven is leuk genoeg, vindt Van der Vaart. „Niet dat leerlingen hier dan in de klas zitten en allemaal zeggen: ‘oh, wat prachtig meneer’. Maar zo vertel ik het wel: ‘dit moeten jullie mooi vinden, een mooie som, mooi bewijs’.”

In de brugklas geeft hij les aan leerlingen van verschillende niveaus. Daarna bereidt hij vooral de zwaargewichten op het vwo voor, op hun eindexamen wiskunde B. Rechtlijnig als hij is, geeft hij geen commentaar op een examen waar hij geen ervaring mee heeft.

Daarom is het collega Markus van Rest (30), leraar van eindexamenkandidaten mavo (de theoretische leerweg van het vmbo), die vertelt dat het te doen was. „Jammer genoeg begon het examen met een vrij pittige opgave.” In een tekening van een L-vormige golfbaan moesten eindexamenkandidaten een zogenoemde kijklijn trekken. „Ik denk dat leerlingen dfdrat onderschatten. Maar verder viel het allemaal reuze mee.” Opgave 2 tot en met 23 waren keurig opgebouwd, van gemakkelijk naar moeilijk. „Het bevatte alle onderdelen die ze hebben geoefend.”

Door de lange meivakantie en de facultatieve lessen daarna heeft Van Rest geen zicht op de uiteindelijke voorbereiding van zijn leerlingen. „Ze hebben heel zelfstandig moeten werken. Dat is voor de mavo niet de beste manier.”

Aan Van der Vaart lijken de onderwijsvernieuwingen, die de zelfstandigheid de afgelopen tien jaar hebben aangemoedigd, te zijn voorbijgegaan. Hij heeft zich actief verzet tegen „de verschraling van het onderwijs”. Ook op het vwo is hij klassikaal les blijven geven, met eindeloos uitgewerkte sommen die alle kanten van het krijtbord beslaan en een lesuur vullen.

Leraar, aan het begin van de les: „Jullie gaan vandaag zelf aan het werk, want de volgende opgaven zijn goed te doen.” Leerling: „En u doet niets?”

Van der Vaart: „Veel docenten hebben het Studiehuis geïnterpreteerd als: ik ga zitten en de klas gaat werken. Toen zag ik het algebraïsche niveau instorten.”

Ons gesprek wordt onderbroken door twee vijfdeklassers. Hij is vergeten dat hij dit tussenuur aan hen had opgeofferd. De meisjes kunnen door hun rooster niet alle lessen wiskunde B volgen. „Maar ik wil hen er graag bij houden. Daarom geef ik hun extra les.”

Hij vraagt hoe ze hun laatste toets hebben gemaakt. Slecht, antwoordt een van hen. „Ik was te vroeg begonnen met leren.”

Ik hoop dat Van der Vaart deze onthoudt voor de Fijnproever.

Kijk voor opgaven en discussie op nrc.nl/eindexamen