Haagse kwalen

Financieel draait Balkenende IV boven verwachting. Economisch zat het in 2007 mee. Maar de twee belangrijkste beleidsprioriteiten, jeugd en gezin en de aanpak van oude wijken, komen onvoldoende uit de verf. En burgers hadden nog nooit zo weinig vertrouwen in een ministersploeg. Dit was de teneur gisteren van het Verantwoordingsdebat in de Tweede Kamer. Zelfs regeringspartijen waren maar matig enthousiast. En dat is opmerkelijk in de Nederlandse politieke verhoudingen, die vooral in theorie dualistisch zijn.

Voor het eerst functioneerde Verantwoordingsdag redelijk goed als politiek debat op hoofdlijnen. De diverse fracties koppelden hun eigen conclusies aan de algemene analyse. Op de politieke flanken waren die uiteraard het meest extreem. Zo vindt de PVV van Wilders dat premier Balkenende (CDA) zo snel mogelijk „de koningin moet bellen om zijn ontslag aan te bieden”. Op zichzelf een respectabel politiek standpunt dat echter zonder degelijke onderbouwing en door de herhaling het karakter krijgt van een gimmick.

SP-leider Marijnissen bleef bij zijn afwijzing van Verantwoordingsdag, als overbodig en verspilling van tijd. Het verloop van de dag bewees zijn ongelijk. Zelf spoorde hij minister-president Balkenende aan met de Kamer in debat te gaan over de inderdaad zeer wezenlijke kwestie van het groeiende gebrek aan vertrouwen van veel burgers in de politiek. De vraag dringt zich op waarom Marijnissen niet meteen de kans greep het daarover te hebben. Want een van de kwalen van de Haagse debatcultuur is dat iedereen structureel doorverwijst naar andere gelegenheden waarbij er écht zal worden doorgepraat. Dit was ook een belangrijk bestanddeel van de bijdrage van Balkenende en minister Bos (Financiën, PvdA) aan het debat: het doorverwijzen van fractievoorzitters naar toekomstige debatten met andere ministers.

Een functie van een hoofdlijnendebat tussen politieke leiders is dat de krachtsverhoudingen tussen de partijen kunnen worden opgemeten. Zo maakte Marijnissen hardhandig duidelijk dat hij niet ingaat op de uitnodiging van PvdA-fractievoorzitter Hamer om meer samen te werken: „De PvdA is nog zo neoliberaal als de pest.” Het ontbreken van minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) achter de regeringstafel in zijn rol van vicepremier was ook een niet onbelangrijk signaal. Het kabinet legde verantwoording af, maar alleen de leiders van de twee grootste partijen voerden het woord. De facto is de ChristenUnie daarmee in de marge terechtgekomen van het partijtje dat alleen nodig was om een meerderheid te krijgen in de Kamer. CDA en PvdA staan zonder deze makelaar als elkaars grootste concurrenten tegenover elkaar en de minister-president ziet het niet als zijn verantwoordelijkheid de interne cohesie te bevorderen.

Rutte (VVD) en Pechtold (D66) spoorden Balkenende terecht maar tevergeefs aan om waar nodig wel op te treden. Zo houdt de premier zijn handen schoon, maar zijn kabinetsperiodes kort.