Gerechtigheid in een ‘cultuur van dood’

Francisco Goldman: The Art of Political Murder. Who killed Bishop Gerardi? Atlantic Books, 395 blz. € 26,99 (Vertaald door Gerda Baardman en Wim Scherpenisse als ‘Wie vermoordde de bisschop?’ Lebowski, €19,95)

Op zondagavond 26 april 1998 werd bisschop Juan Gerardi Conedera, hoofd van het bureau voor de mensenrechten van de aartsbisschop van Guatemala-City, vermoord in zijn residentie. Twee dagen daarvoor had hij zijn onthullende, 1.400 pagina’s lange rapport Guatemala, nooit meer gepubliceerd – over de 36 jaar lange burgeroorlog tussen leger en linkse guerrilla’s, die twee jaar eerder na ingrijpen door de Verenigde Naties was geëindigd.

Na 200.000 doden in het 13 miljoen inwoners tellende land hoopte Gerardi dat zijn ‘nooit meer‘ het begin zou zijn van een nationale verzoening. Het leger was volgens het rapport verantwoordelijk voor 80 procent van alle gruwelijke slachtpartijen, moorden en martelingen in het tot op het bot corrupte land. Ondanks de verleende amnestie voor ‘oorlogsmisdaden’ nam het leger wraak met de zorgvuldig beraamde moord; de bisschop werd doodgeknuppeld.

Francisco Goldman, een gewaardeerde Amerikaanse romancier die in Guatemala opgroeide (zijn moeder werd er geboren) geeft in The Art of Political Murder een nauwkeurig verslag van de lange strijd om de moordenaars van Gerardi voor het gerecht te brengen. Goldman, die in de jaren tachtig voor Harper’s Magazine verslag deed van de burgeroorlogen in Centraal-Amerika, de beruchte ‘backyard’ van de VS, is in dit boek, waaraan hij zeven jaar werkte, behalve een zorgvuldig verslaggever ook een volhardend detective en een bij vlagen evocatief schrijver. Zijn relaas doet denken aan de kronieken van Gabriel García Márquez: complotten, onverwachte wendingen, moordenaars, verklikkers en ongelooflijk moedige mensen, zoals Gerardi en zijn helpers die hun leven riskeerden. Guatemala, waar volgens paus Johannes Paulus II een ‘cultuur van dood’ heerste, was en is een gewelddadig land. Tussen 2000 en 2006 werden er 23.000 moorden geregistreerd.

De rooms-katholieke kerk vertrouwde niet op justitie en formeerde voor het onderzoek naar de moord op bisschop Gerardi een eigen groep jeugdige onderzoekers, die zich The Untouchables noemden. Goldman volgt hun moeizame queeste, en put ook uit talrijke andere, vaak exclusieve bronnen, zoals voorheen niet toegankelijke documenten, verslagen van rechtszittingen. De overvloed aan namen en details vergt wel enige inspanning van de lezer, maar dat is de moeite waard. Ook interviewde hij talloze betrokkenen.

Behalve over de spannende zoektocht naar de moordenaars schrijft Goldman ook verhelderend over de Amerikaanse politiek – van Kennedy tot Bush – in Guatemala, de actuele realiteit van omvangrijke drugssmokkel, jeugdbendes en georganiseerde criminaliteit, en de bijna hopeloze pogingen om na tientallen jaren van geweld en corruptie democratische instellingen nieuw leven in te blazen.

Acht jaar na de moord, in januari 2006, bevestigde het hoogste gerechtshof in Guatemala het vonnis van een lagere rechtbank: twee militairen, schuldig bevonden aan de moord op de bisschop, kregen twintig jaar gevangenisstraf. Een priester die bij Gerardi werkte en verklikker voor het leger was, kreeg een lichte straf.

De vreugde bij het mensenrechtenbureau van Gerardi was van korte duur. Er waren meer samenzweerders en het duurde niet lang, of die lieten van zich horen. De advocaat Mario Domingo, die het hardst had gevochten om de moordenaars veroordeeld te krijgen, vond een veilig heenkomen in de VS, maar zijn amper 21-jarige broer die zich nooit om politiek had bekommerd, werd twee weken na de uitspraak ontvoerd en vermoord. Zijn benen waren van de romp gescheurd. Een van de twee veroordeelde moordenaars had dat zes jaar eerder, bij de eerste rechtszaak al voorspeld: ‘Ik ben maar de punt van een speer. Zodra er een juridisch precedent is, gaan ze achter de anderen aan’.